De drie pontjes route

Fietstochten

De drie pontjes route

Als u de fietstocht (als)nog wil gaan fietsen volgt hier de routebeschrijving en wat u allemaal tegen komt.

 

De Drie Pontjes route.

 

Zie deze fietstocht als een flora-fauna fietsroute van ongeveer 33 km. U komt in de uiterwaarden langs de Rijn en de Waal. Wij steken drie keer de rivier over met en pontje.

We komen in de Klompenwaard, de Gendtsewaard, Millingenwaard en de Lobberdensewaard, alleen in Milligen komen we een echte waard tegen waardoor deze tocht zeer de moeite waard is.

 

Route

Het startpunt is het schoolplein van de brede school Sint Martinus te Oud-Zevenaar u gaat richting Pannerden en dan richting Doornenburg. U gaat met de pont over het Pannerdenskanaal (A) en u houdt twee keer links aan, langs het café restaurant Rijnzicht, u volgt de weg rechtsaf de Waaldijk op. Volg de Waaldijk tot aan de camping Waalstrand. Voorbij de camping links af, de Polder in. Na de steenfabriek De Zandberg kunt een korte wandeling maken tussen de Waal en het Vossengat, ga daarvoor links af het onverharde wandelpad op richting de Waal. Vervolg daarna de fietstocht. U gaat rechtsaf de Waaldijk weer op en vervolg deze weg tot de afslag richting voetveer. Aan de overzijde van de Waal gaat u links af. Op de Rijndijk links de dijk volgen tot het pontje bij Millingen. Aan de overzijde gaat u links en volg de borden Pannerden, na de steenfabriek gaat u rechts en op de dijk bij Pannerden rechtdoor, voor de kerk in Pannerden gaat u rechtsaf richting Zevenaar. Bij de Oliemolen rechts de dijk op en dan rechts aanhouden richting Oud- Zevenaar.

 

A) Het Berghoofse veer

Tot en met 1972 konden we tussen Oud- Zevenaar en Pannerden alleen maar gebruik maken van het Berghoofse veer. In de buitenbocht van de rivier werd een krib aangelegd, die al in 1526 het Bergse Hoofd werd genoemd. De naam komt van de Heerlijkheid Bergh omdat deze in Pannerden het veerrecht had.

Het Berghoofse veer- en trekpondje dateerde al van voor 1614. Er kwam verandering in het kabelpondje toen in 1707 het Pan¬nerdens kanaal gereed kwam.

Uit archiefstukken (uit 1855) blijkt dat de Oude Rijn nog een openverbinding had met de Rijn. Als bijna stilstaand water is de rivier zeer modderachtig en in de zomer bijna geheel bezet met waterplanten.

Het natuurgebied kent een ongekende schoonheid aan flora en fauna.

In 1972 werd er de brug geopend , de betonnen brug is 42 meter lang en 6 meter breed.

Het betekende het einde van het Berghoofse veer

De idyllische plek waar het pondje gevaren heeft is nu 50 meter verwijderd van de brug, het vertelt ons nog iets van de woelige jaren.

 

B) Pannerdenskanaal.

Al rond 1300 waren in de Gelderse Poort al dijken aangelegd, om mensen in dorpen en steden te beschermen tegen overstromingen. Het Pannerdenskanaal werd gegraven om de waterverdeling over de Rijntakken beter te regelen. En vanaf einde 19de eeuw werden kribben aangelegd. Doordat de Rijn steeds minder water ontving lag het scheepvaartverkeer soms geheel stil en er ontstonden op sommige plaatsen doorwaadbare plekken.

Toen werd er vanaf Kandia tot vlak bij de Waal een defensiekanaal gegraven. (retrachement)

De Waal is de drukst bevaren rivier van Europa.

 

C) Sterreschans. (1742 – 1868)

Het splitsing punt van Waal en Rijn bij het fort Schenkenschans was door de aanleg van het Pannerden Kanaal kilometers westwaarts verschoven. Het gebied rondom Schenkenschans was aan het verzanden, het fort verloor zijn verdedigingsfunctie en werd in 1704 opgeheven.

In 1742 werd een nieuw fort gebouwd op de nieuwe splitsing,

het zeshoekige fort Sterreschans, waarbinnen een zelfstandig verdedigingswerk ( reduit). De resten zijn nu nog te zien nabij het Pannerdenseveer.

Voor een betere waterverdeling werd een lange pier aangelegd de dam de "Kop van Pannerden".

De noodzaak van de bouw van het fort was dat men bang was dat de vijand de Rijn zou afdammen zodat er geen water meer door kon, en men daardoor geen land onder water kon zetten rondom Utrecht (Inundatie)

 

 

D) Fort Pannnerden.

Ook wel pantserfort genoemd is gebouwd van 1869 tot 1871.

De zeven betonnen bunkers worden ook wel stekelvarkens (rivierkazematten) genoemd, deze zijn in 1939 gebouwd.

Op de dam, een zogenaamd 'schephoofd' op de 'Kop van Panner¬den' werd een fort gebouwd (Fort Pannerden) om een aanval vanuit het Oosten te kunnen afslaan, op het separatiepunt van Rijn en Waal.

De opvolger van Schenkenschans, het Retranchement en de Ster¬reschans, die de hogere eisen van fortificaties niet meer konden waarmaken.

Het doel van het sperfort was te voorkomen dat men de Rijn zou afdammen, waardoor de Hollandsche waterlinie droog zou vallen, het beheersen van de scheepvaart en het legeren van troepen.

Een oerdegelijk bouwwerk, hoge muren met kleine raampjes.

Het complex is 2,6 ha groot, terwijl het gebouw 70 x 75 m is, waarin op 3 verdiepingen in totaal 124 vertrekken zijn. Dit alles is omgeven met een diepe gracht en muren zijn plaatselijk 2,6 m dik, het plafond bestaat uit 3 lagen baksteen, ruim 80 cm dik.

Het trapeziumvormige gebouw heeft uitbouwen op de hoekpunten.

Op de hoekpunten zaten kleine halfronde caponnières (gemet¬selde uitbouw).

Bij de verbetering van het fort werd het e.e.a. vervangen door een moderne pantserconstructie, na de verbouwing sprak men van een pantserfort.

In 1939 werd het fort als onbruikbaar geacht en verschillende onderdelen werden verplaatst of gesloopt( 70 ton schroot). Het fort had geen schijn van kans tegen de Duitse overmacht en op 11 mei 1940 om 19.30 uur werd het fort overgegeven.

 

Van 31 mei 1965 tot 1 jan. 1988 werd het beheerd door de Dienst der Domeinen, daarna ging het over op S.B.B. Vanaf 15 sept.1969 staat het fort Pannerden te Doornenburg op de lijst van beschermde monu¬menten.

Op het fort ligt de wereld aan je voeten, vanaf de hoge wallen heb je een schitterend uitzicht over de rivieren.

 

E) De Klompenwaard

Langs de noordoever van de Waal ligt op de splitsing van Waal en Pannerdens Kanaal de Klompenwaard. De Klompenwaard is in 2000 helemaal op de schop gegaan en heeft een heel ander uiterlijk gekregen. Van een doorsnee graslanduiterwaard is het gebied veranderd in een reliëfrijk hoogdynamisch rivierenlandschap.

Vanaf de wallen van het fort kijk je over de top van de Nederlandse Rijndelta, een magnifiek uitzicht! Ook is het een mooi oriëntatiepunt voor de Klompenwaard zelf. In het zuidoosten ligt de Pannerdense Kop; in het oosten (aan de overzijde van het Pannerdens Kanaal) de Aalscholverkolonie van de Lobberdense Waard; in het zuiden (aan de overzijde van de Waal) de Millingerwaard en naar het noorden kijk je uit over de Klompenwaard zelf,met op de achtergrond het fantastische Kasteel Doornenburg. Vanaf het fort zie je in de Klompenwaard van west naar oost een steeds hoger wordend rivierduin, ruige droge graslanden, een nevengeul en plassen met slikkige oevers en als laatste de hoogwatervluchtplaats voor de Koniks en Galloways die hier grazen.

Bij het fort is het goed vogelen. Kauwen, Holenduiven, Zwarte Roodstaarten, Bergeenden en Kerkuilen broeden op en in het fort. Braakballen van Kerkuilen kun je regelmatig op wallen vinden, vooral onder de houten hekken. Over het fort zie je regelmatig groepjes Aalscholvers en Blauwe Reigers vliegen op weg naar de broedkolonie in het moerasbos aan de overkant en 's winters op weg naar de slaapplaats in de Millingerwaard.

Op de Pannerdense Kop en op het rivierduin achter de nevengeul broeden veel Veldleeuweriken en Graspiepers. In de winter kun je hier allerlei kleine vogels vinden die de zaden in de ruigtes opeten. Er zitten dan groepjes met Kneu, Putter, Veldleeuwerik, Rietgors en soms zelfs Europese Kanarie.

In de steilwanden langs de nevengeul broeden Oeverzwaluwen en Kleine Plevieren lopen op de slikkige oevers. In de trektijd zitten er allerlei steltlopers en eenden. Langs de ondiepe plassen broeden regelmatig Kluten en Kleine Plevieren en ook hier zitten steltlopers zoals Bos-, Zwarte en Groenpootruiter, Bontbekplevier, Zilverplevier, Kleine Strandloper en Krombekstrandloper.

In de winter vriezen de nevengeul en de plassen niet snel dicht en hier zitten dan veel eenden en ganzen. Boven de ruigtes in het hele gebied zwerven vooral in de winter roofvogels zoals Blauwe Kiekendief, Buizerd en Torenvalk.

 

Behalve voor vogelfanaten is de Klompenwaard ook een plantenparadijs. Zeldzame stroomdalplanten als Grote Centauri, Hongerbloempje, Brede ereprijs, Tripmadam, Duifkruid en Beemdkroon groeien op of bij het fort en op het rivierduin. Op de oevers van plassen, nevengeul en rivier vindt je allerlei bijzonder soorten en rare soorten van Druifkruid en Slijkgroen tot Tomaat en Blauwe winde.

 

Konikspaarden.

In 1999 is men begonnen met extensieve jaarrond natuurlijke begrazing door galloways runderen (15) en 20 Konikspaarden. Indien geen begrazing dan zou het gebied vol staan met hardhout ooibos (eiken-meidoorns). Wilg, Els en Populieren groeien in natte omstandigheden. Berk en Grove den op droge plekken.

De runderen eten het halflange gras af en banen een weg voor de paarden die van korter gras houden.

Konikspaarden (Konik = Pools voor klein paard) stammen af van de tarpan (wild paard). Het hele jaar door leven ze buiten; zelf zorgend voor bescherming of verkoeling, hun eigen kostje bij elkaar grazend. Ze leren razendsnel om optimaal gebruik te maken van hun leefomgeving. Koninks kunnen 25 tot 30 jaar oud worden. Ook al lijkt een oude konik nog een taaie knol, is het gebit op, dan loopt het leven onherroepelijk ten einde. Kenmerken zijn: een aalstreep over de rug, witte oorpunten, zwarte strepen op de hals (ezelsboeg) en zwarte strepen op de benen. De kudde bestaat uit een dominante hengst (leidhengst) en de stamoudste merrie met nakomelingen vaak een aparte hengsten kudde. De draagtijd is 335 dagen.

Bij hoogwater en voedsel gebrek worden ze bijgevoerd met 4 kg hooi per volwassen dier per dag.

 

Sociale kuddes.

Hun natuurlijk gedrag is afgestemd op het leven in een groep met leiddieren, harems met jongen, beschermende hengsten en stieren.Voor veel mensen vormt een ontmoeting met de kuddes het hoogtepunt van de tocht. Het natuurlijk gedrag van de dieren laat zich daarbij het best op enige afstand bekijken. In de sociale kudde voelen de dieren zich op hun gemak. Koniks, galloways en hooglanders hebben bovendien een rustig karakter en ze zijn gewend aan het publiek.

 

Door de Waalbedding stroomt zo’n 2.500 kub water per sec., bij pieken 18.000 kub per sec. Tweederde van het Rijnwater stroomt door de Waal, eenderde door het Pannerdenskanaal. N.a.v. de hoogwaterpieken in 1993 en 1995 is er in 1998 een nevelgeul gegraven.

 

F) De Gendtse Waard

De Gendtse Waard is een uiterwaard gelegen aan de noordoever van de Waal. Het gebied is te verdelen in een klein onbekaad en een groot bekaad gedeelte.

In de omgeving liggen een aantal strang restanten en oude kleiputten. Op de oeverwal zijn veel huizen te vinden en een Moderne steenfabriek.

Er moeten maatregelen genomen worden om het hoogwater snel af te kunnen voeren tegen overstromingen. Er worden geulen gegraven en het hele terrein zal begraasd worden door koeien.

Het vossegat.

Dit is een oude zandafgraving, het zand is hier erg diep gewonnen. Tussen de plas en de Waal is een rivierduin ontstaan met veel soorten planten.

Op de slikkige oevers zijn kleine plevieren, grauwe ganzen, nijlganzen, kievieten, eenden, kuifeenden en kluten te zien.

 

G) Schepen op de Waal.

De grote rivieren zijn belangrijk scheepvaart routes. Vanaf Rotterdam is het drie dagen varen Mainz. Op de Waal varen gemiddeld 450 tot 500 schepen per dag.

De borden met een getal erop geven de kilometers aan tot aan Basel.

Verkeerstekens, aan de groene en rode (roodoranje) driehoekige borden aan weerszijden van de rivier kan een schipper de loop van de rivier aflezen. Borden aan de linkeroever zijn groen, de punt wijst naar boven. Aan de rivierkant van de rode borden zijn ook de boeien rood. Alle schippers werken met radar.

De boordlichten zitten naast de stuurhut, groen aan stuurboord (rechts als je naar de voorkant kijkt) rood aan bakboord

Schipper mogen links of rechts varen, diegene die tegen de stroom opvaart bepaalt hoe er gepasseerd wordt. Geladen schepen varen het liefst door de buitenbocht, waar de stroming het sterkst is. Tankschepen met een gevaarlijke lading heten kegelschepen. Ze hebben 1,2 of 3 blauwe driehoekige kegels. De kegels zijn gestapeld.

1 = brandbare lading b.v. benzine

2 = giftige lading b.v. ammoniak

3 = ontplofbare lading b.v. munitie.

Een tankschip zonder kegel is leeg of vervoert ongevaarlijke lading.

 

H) Het Colenbranderbos

Is eigendom van Staatsbosbeheer, het is een stukje hardhoutooibos, wat in Nederland zeer zeldzaam is geworden.

Kenmerkend voor hardhoutooibos zijn eiken, essen, meidoorns en klimmers als hop en bosrank (de wilde clematis). Anders dan zachthoutooibos groeit hardhoutooibos op de hogere gebieden, die zelden onder water staan. In de huidige situatie is het Colenbranderbos geen echt “oerbos” meer, onder meer doordat er ooit Canadapopulieren zijn aangeplant. Staatsbosbeheer is die nu geleidelijk aan het kappen en “ringen”. Overal staan de staketsels die daarvan het gevolg zijn. De naam Colenbranderbos herinnert aan een vroegere eigenaar, Colenbrander geheten.

 

I) Lobberdense Waard

De totale oppervlakte van de Lobberdense waard is 222 hectare

In de bomen zit een aalscholverkolonie van ongeveer 250 paren, deze broeden hier vanaf half maart samen met de blauwe reiger.

Het ligt in de planning om ook rechts van de weg het gebied te ontzanden.

 

Copyright © 2013 - Oud-Zevenaar - Wepdiezainer -

 

Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.

 

 

"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: