Begraafplaats

St. Martinuskerk

Begraafplaats

Het kerkhof rond de kerk van Oud-Zevenaar was vroeger een grasvlakte, waar bijna geen graf te vinden was. Immers die daar begraven werd, was arm en kon zich geen stenen monument permitteren. Een eenvoudig houten kruisje of een plank met alleen de naam gaf aan waar de dierbare dode ter aarde was besteld. Veelal kreeg de overledene dat nog niet. Door het spoedig vergaan van het hout ontstond er na korte tijd weer een lege grasvlakte.

Van oudsher werd men begraven in de kerk. Dit gebeurde al in de elfde eeuw tot halverwege de negentiende eeuw. De rangorde was; de adel bij het koor, de boeren in het midden, al diegene die hun werkzaamheden bij de kerk hadden lagen onder het orgel, de arbeiders lagen buiten op het kerkhof.

In 1682 kreeg schoolmeester en koster “Swarte Jan” opdracht van het stadsbestuur van Zevenaar om publiekelijk om te roepen “dat de jongens van de kerckhoff sollen blieven”. De schoolkinderen hadden namelijk geen andere speelplaats ter beschikking dan het kerkhof. De kinderen vernielden de graven en deden balspelen met rondslingerende schedels.

Op 22 aug. 1906 was het kerkbestuur voornemens het bouwen van een lijkenhuisje, waar voorheen de boerderij van de fam. Heijneman stond.

De begraafplaats is omheind door een beukhaag. De begraafplaats is aangelegd omstreeks 1917. Tot die tijd en zelfs nog na de tweede wereldoorlog werden overledenen in Oud Zevenaar bij de kerk begraven. Alle aanwezige graven dateren van na 1940. Bijzondere elementen vormen het baarhuisje en het bakstenen toegangshek. Beide zijn late uitingen van de neogotiek. In het baarhuisje komt dit tot uitdrukking in de toepassing van spitsboogvensters.

Toegangspoort.

De neogotieke toegangspoort met smeedijzeren hek vormt de ingang tot de begraafplaats en is een

gemeentelijk monument evenals het baarhuisje aan de andere zijde van het pad.

Het hek bestaande uit in baksteen opgetrokken hekpijlers waartussen een dubbelsmeedijzer draaihek. De hoekpijlers zijn voorzien van een door afgeschuinde profielstenen afgesloten basement op een vierkante plattegrond waarbij de hoeken inspringen. De hierboven bevindende gemetselde vierkante kolom is eveneens voorzien van inspringende hoeken, de afsluitende strekkenlaag heeft de vorm van een vierkant. Hierop is een fraaie zandstenen opzetstuk geplaatst met aan alle vier zijden een door een rondstaaf profiel afgesloten puntgeveltje met een driepas motief.

De hekken zijn rijk gedecodeerd met gotische florale motieven en vierpas motieven.

Het linker hek wordt bekroond door een kruis.

Baarhuisje.

 

Het baarhuisje heeft een zadeldak. De voorgevel is voorzien van een middenrisaliet met een tuitgevel. De voorgevel is symmetrisch en heeft in de risaliet een door een spitsboog afgesloten nis die een kapelletje vormt. Tegen de achterwand is een kruisbeeld met Christus bevestigd en beelden van Jozef en Maria. De oorspronkelijk grotere beelden (Maria en Johannes) staan nu op het hoofdaltaar van de Sint Martinuskerk.

De muuropening is voorzien van een ijzeren hek

Het dak is belegd met rode verbeterde Hollandse pannen.

De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. De zijgevels worden afgesloten door een tuitgevel met schouderstukken en een ezelsrug.

 

De rechter zijgevel heeft op de begane grond twee spitboogvensters waarvan de boogvelden ingevuld zijn met metselwerk. In de geveltoppen bevinden zich drie door spaarnissen waarvan de middelste het hoogste en breedste is uitgevoerd. De nissen worden ieder recht afgesloten door een motief dat gebaseerd is op een driepas. De nissen zijn aan de onderzijde verbonden door een bloktandlijst. De Linkerzijde heeft op de begane grond een spitsboog afgesloten toegang. Het boogveld is ingevuld met metselwerk waarin een kruismotief is opgenomen. De toegang wordt afgesloten met een segment boogje. De deur is voorzien van twee neogotische smeedijzeren hengsels.

Op zondag 30 oktober 1994 werd door Pastoor van Doorn de urnenmuur ingezegend.

Het kerkhof heeft nog een rustiek en dorps karakter.

De begraafplaats is elke dag te bezoeken tussen zonsopgang en zonsondergang.

De begraafplaats heeft mogelijkheden om urnen te laten plaatsen in de urnenmuur of in een urnengraf.

Nabij het baarhuisje ligt een strooiveld voor asverstrooiing.

De begraafplaats wordt onderhouden door de onderhoudsgroep van de geloofsgemeenschap.

Elke woensdagmiddag zijn een 12-tal vrijwilligers werkzaam in en om de kerk, het geloofsgemeenschapcentrum en de begraafplaats.

De haag en het grasveld wordt door het plaatselijke hoveniersbedrijf onderhouden.

Voor gegevens omtrent de personen die begraven zijn op het kerkhof te Oud-Zevenaar zijn te vinden op:

www.graftombe.nl/category/1992/oud_zevenaar‎

 

 

Teksten uit het dodenboek

 

In Oud-Zevenaar werden de overledenen in de 17e en 18e eeuw begraven:

1: ofwel in de kerk;

2: ofwel in het verwoeste gedeelte van het kerkgebouw;

3: ofwel buiten op het kerkplein.

 

Klopjens.

Klopjens of devota zijn namen die in de 17e en 18e eeuw herhaaldelijk inde boeken voorkomen. Met deze namen werd een vrome dame aangeduid, die zich geheel aan de dienst van de kerk en godsdienst wijdde. Zij werden klopjens genoemd omdat zij in tijd van vervolging de priesters en gelovigen bij gevaar waarschuwden en gelovigen voor de dienst opriepen.

 

Een gedicht over de St. Martinuskerk van Annie Harmsen

 

 

De Oldsenderse Martinuskerk,

kump nog vaak in mijn gedachten

 

Hoe zondagsmarges de klokken lujden,

dat ze ow verwachtten

 

Noar de mis van kwat oaver tien

elke zondag vaste prik

 

Ginge wi-j naor de kerruk toe

mien vader en ik.

 

Achterop de fiets kroap ie dan

tegen de duffelse jas

 

Later dan begriep ie pas,

hoe biezonder of ut was.

 

Mien moeder die naar de vroegmis ging,

was dan allang weer tuus

 

Zi-j moes immers zurge,

veur ut ete en ut huus.

 

De toren koj van wied al zien

de kerk is al zo oud

 

Hi-j is doar heel wat eeuwe trug

tegen de diek gebouwd

 

As de muren konden proaten,

dan zoj kunnen heure

 

Oaver de perde van Napeleon

en wat er nog meer gebeurde

 

Wi-j zaten aan de Mariakant,

konde ut altaar hos niet zien

 

Maor wel dicht bej de rame

waor de zon zo mooi deur schien

 

Kieken nor de rute met verhale

in hele mooie kleuren

 

En dromen van de wonderen

die doar konden gebeuren

 

In ut verleden kwamen de processies,

naor ut beeldje van Maria met Jesus op de slip

 

En lammen kreupelen en blinden

genazen in een wip

 

Mien moeder vertelde mien

van de krukken an de muur

 

Mor al die bewiezen zun

verdwenen op den duur

 

Als ik dan zat te dromen

gaf mijn vader mien een dow

 

Kom doe is met me beje,

kiek dan hier zun we now.

 

As de processie uuttrok,

dan was het altied dreug

 

Daor zurgde God dan zelf veur

as ik mien moeder geleuf.

 

In september liepen wi-j

- in en uut de kerk.

 

Dat was ut veertig ure gebed

het serieuze werk

 

Op 11 november: lantarentjes

van uitgeholde bieten

 

En sint Martinus op het perd

waar je als kind van kon genieten

 

Maor het is ok de kerk

waor mien bruur is weggedragen,

 

mien vader en mien moeder ok

dat waren verdrietige dage

 

Vroeg of laat goan wei-j allemaol

net as hun de zelfde weg

 

en komen dan te ruste

achter de beukeheg

 

Die olde kerk blif nog wel staon.

As wi-j allang zun weggegaon

Straf voor de zonde.

17 januari 1698. Begraven in het verwoeste gedeelte van de kerk Petrus, knecht van de aanzienlijke familie Van Hunnepel. Deze Petrus werd Zondagsmorgens aangemaand om naar de kerk te gaan. Hij was echter met Lutherse dwaalbegrippen behept en hij antwoordde: “Ik wil Maria niet gaan aanbidden, omdat zij ons toch niet kan helpen en zelf ook maar een zondares is”. Toen hij aan tafel wilde gaan zitten, nam een klein meisje, waarmee hij gespeeld had, een geweer in de handen en schoot per ongeluk een kogel door het hoofd van de knecht, zodat deze niets meer kon zeggen en ’s avonds is gestorven. Ik geloof ( zo tekent de pastoor aan), dat hij de straf heeft moeten ondergaan voor de lasteringen, welke hij met zijn tong tegen de H.Maagd heeft bedreven.

 

Dijkdoorbraak.

13 januari 1809. Bij de ongehoorde waterstroming van dit jaar is de dijk tegen het huis van Jan van Uum, Hoenderkamp te Ooy , gebroken, Jan van Uum oud 48 jaren ,dreef op een vak van zijn huis weg en wilde zich op een hoge wilgenboom bij de Buitenmolen redden. Door de ijsscotsen werd de boom vernield en is Jan van Uum in het water terecht gekomen en verdronken.

 

Dijkverschuiving.

28 september 1810. Bij het afgraven van de dijk bij Camphuysen, op koninklijk bevel, is onder de vallende massa aarde terecht gekomen Everardus Gertsen uit Didam en dezelfde dag gestorven.

21 februari 1814 Joannes Peters, oud 16 jaar wilde met zij stiefvader Jan bruintjes van ’t griet brandstof halen over het ijs, viel bij de tien-morgen boven de Noteboom er door, en verdronk

 

Metselaar.

Op 29 oktober 1825 behaagde de Goddelijke Voorzienigheid tot Zich te roepen ’n zekere Michael Kummeling, die in Zevenaar op het dak van de protestantse kerk reparaties verrichtte. Hij viel per ongeluk naar beneden en werd zwaar gekneusd, zodat hij spoedig overleed. Hij was een man, door iedereen geacht, zijn verscheiden werd door iedereen betreurd.

 

Paard.

Op 29 juli 1829 ging naar een beter leven over Johannes Petrus Heijnen is vandaag op jammerlijke wijze van zijn paard gevallen in de nabijheid van zijn weiland “de Bem” en heeft zijn hals gebroken.

’s Avonds om 8 uur op 22 dec is hij begraven, hij was 58 jaar oud.

Heeft haar ziel aan de schepper teruggeschonken.

Ging van het eeuwig leven genieten.

 

Vicarieën.

In de parochie waren sinds oude tijden 2 vicarieën door weldoeners gesticht

1. De Lucia en Georgius Vicarie;

2. de Sint Anna Vicarie

 

 

Copyright © 2013 - Oud-Zevenaar - Wepdiezainer -

 

Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.

 

 

"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: