Binnen

St. Martinuskerk

Binnen in de kerk

Schematisch gaan we via de zij-ingang linksaf richting Jozef altaar voor het priesterkoor naar het Maria altaar, dan weer rechtsaf tot de Piëta, daarna richting zijuitgang.

Bij de ingebruikname van de kerk werden ze gewijd en met chrisma gezalfd en bewierookt. Ze symboliseren de 12 apostelen. Er wordt gezegd dat als je op een bepaald punt in de kerk staat, kun je ze allemaal zien. De Gele Lis is ook een symbool voor de Heilige Maagd, maar ook voor de Heilige Drie-eenheid, door zijn drie kroonbladeren. De punten aan het uiteinde van het kruis symboliseren het lijden. In de Griekse mythologie was Iris (de godin van de regenboog) de snelle boodschapster van goden en godinnen.

Norbertus

 

Op de console staat een eikenhouten beeld van Norbertus. Het is gemaakt omstreeks 1480 en is 116 cm hoog.

De heilige staat op een zeshoekig voetstuk.

Over een lang gewaad met superplie is een mantel geslagen, gesloten met een speld.

Norbertus werd omstreeks 1080 te Gennep geboren.

Na een carrière aan het hof van de bisschop van Keulen trok hij als prediker door het land.

Omstreeks 1120 stichtte hij de orde van de Norbertijnen.

Later werd hij bisschop van Maagdenburg en stierf in 1136 te Praag.

Zij bewoog zich tussen hemel en aarde langs de regenbogen om de mensen de goddelijke wensen over te brengen. Het is een Griekse gewoonte om irissen te planten bij de graven van verwanten. De iris symboliseert een (meestal goede) boodschap. De plant is ook het symbool van faam, welsprekendheid, passie en hartstocht. Volgens een legende ontstonden de lissen uit de tranen van Maria, toen zij op de vlucht uit Egypte op een kale woeste plek uitrustte. De scherpe kanten van het blad zouden aan haar leed en de mooie bloemen aan haar liefde herinneren.

 

Booggewelfsteunen

De noorderzijbeuk heeft originele middeleeuwse gewelven die gesteund worden door kraagstenen met primitieve maskers. Enkele kraagstenen van de gewelven zijn versierd met vrij grove maskers. De primitieve expressie doet vermoeden dat zij ouder zijn dan de kraagstenen in de kerken van Duiven en Groessen.

Gebrandschilderde ramen in de noorderzij beuk

Het offerblok en een nis naast het Jozefaltaar.

Jozefaltaar

 

Het Jozefaltaar is ca 350 cm hoog en 230 cm breed; gepolychromeerd linden- en eikenhout.

Het altaar is gemaakt in 1664. De retabelkast (achterbouw van het altaar) bestaat uit en rondboognis met schelpmotief, geflankeerd door een getorste zuil waar omheen een wingerd met druiventrossen. In de nis bevindt zich nu St. Jozef met boek, dat vervaardigd is in de 19e eeuw.

Vroeger stond er het oorspronkelijke beeld in van St Anna- te drieën, dat zich nu bevindt in het Aartsbisschoppelijk museum te Utrecht.

In een ovaal medaillon is het Alziende oog te zien in een gebroken fronton omgeven door voluten. De vleugelstukken zijn versierd met voluten waaraan zich parelmotieven en druiventrossen bevinde. Op het tabernakel zie jeeen kelk met stralende hostie. Tegen het basement of de predella twee ovale schilden in cartouche met de tekst Lengel en 1664.

De retabelkast is samengesteld uit orginele zeventiende eeuwse onderdelen en uit toevoegingen van de negentiende eeuw. Theodorus van Lengell, de jongere, heeft dit altaar gechonken. Hij was is tot zijn dood in 1670 pastoor van Oud-Zevenaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

St. Anna- te drieën.

Het beeld werd in 1664 te Antwerpen gesneden in het atelier van de beeldhouwer Quellinus.

In 1946 schonk de Oud-Zevenaarse parochie het door houtworm en vocht aangetaste beeld voorstellende St. Anna te Drieën aan het toenmalige Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto Liemers Museum

St. Annagilde

Vermoedelijk is het Jozefaltaar in 1664 opgericht voor het St. Annagilde. Het oude zilverwerk van het gilde uit 1704, bestaande uit een borstplaat en vijf schilden, bevindt zich thans in het Liemers Museum, maar werd voorheen op Huis Camphuysen bewaard. Dit huis, de kerk van Oud-Zevenaar, St. Anna en haar kind Maria en het wapen van de Fam. Van Heerde zijn gegraveerd op de borstplaat. Op de achterzijde staat het jaartal 1704. Het St. Anna gilde houdt ieder jaar op 26 juli een verteerdag.

Het gilde is in 1433 in het leven geroepen.

 

 

Doopvont

 

Op een conische voet een bol vont, waarvan het ingezwenkt bovendeel is versierd met knorren.

Op de deksel eveneens knorren, met gegraveerde ornament, waarbij er één voorzien is van het jaartal 1650.

Als bekroning een bol met kruisje.

De vont staat op een houten drievoet met balustervormige bol. De marmer-beschildering van 2003 is nog altijd aanwezig.

Priesterkoor

Corpus Christi

 

Het corpus is het oudste kunstvoorwerp van de kerk, het is van eikenhout en 65 cm hoog.

Christus hangt aan het kruis, het hoofd naar links gebogen. De lendendoek hangt af tot over de linkerknie en is op de heup geknoopt. Beide voeten zijn over elkaar genageld. De parallelle plooien en het model van de lendendoek zouden ontstaan vermoed men in de tweede helft van de dertiende eeuw.

Het corpus hangt thans aan een nieuw triomfkruis, en is in 1983 vervaardigd aan de hand van gelijke kruisen uit de 12e eeuw.

Altaarkruis

 

Het altaarkruis is 76 cm hoog en van gedreven op zwart gelakt hout.

Onder het altaarkruis staan de volgende merken :

- stadsteken Kalkar

- RR Rabanus Raab 1654-1730

- Waardijnsteken 1709

 

Christus hangt aan een kruis waarvan de balken eindigen in een cartouche waarin een reliek. Boven een banderol met INRI. Aan de onderzijde een schedel en knekels.

Het voetstuk op drie bolpootjes is aan de voorzijde bekleed met gedreven zilver. In het midden een gekroond alliantiewapen:

- 1 schuin kruis met hartschild waarin een ruit (Onstein)

- 2 drie bloemen (Heyendaal)

 

Onder elk wapen is de desbetreffende naam gegraveerd. De wapens worden omgeven door bladvoluten. Deze herinneren aan het echtpaar Onstein en C Heijendaal, dat woonde op Kl. Poelwijk en het kruis geschonken heeft.

Altaar

 

Het altaar zelf stamt uit 1974 en bevat koperen versieringen van de voormalige communie bank.

Sacristiedeur

 

De sacristie wordt afgesloten met een schitterende zware eikenhouten deur met beslag van gietijzer.

In de sacrestie staat een Mariabeeld met kind.

Maria staat op een voetstuk met vier inzwenkingen.

Op de linkerarm draagt zij het halfnaakte kind dat een rijksappel in de hand houdt, met de andere hand maakt het een spreekgebaar.

De sluier die overgaat in de mantel hangt deels voor het lichaam af.

In de rechterhand houdt Maria een soort staf.

 

 

 

De vieringenbel naast de ingang van de sacristie is van omstreeks 1900.

 

De twee handbellen.

Sacristie

 

De sacristie is het vertrek in een kerk waar zowel het liturgisch vaatwerk als de paramenten bewaard worden.

Het interieur van een sacristie is strikt voorgeschreven. Zo moet er een plaats zijn waar de voorganger zijn handen kan wassen, en afdrogen. Daarnaast zijn er verschillende opbergmeubels voor boeken en kasten. Voor de mis legt de koster hier alle gewaden klaar die de voorganger nodig heeft. Deze worden klaargehangen. De priester hoeft dan enkel de gewaden aan te trekken. Als de mis gedaan is wordt alles weer opgeborgen, en het geld van de omhaling opgeborgen in een kluis. Hetzelfde geldt voor de kelk en het liturgisch vaatwerk.

 

De brandkast

 

Broedermeesterstaf met kruisbeeld.

 

Monstrans

 

Ook treft men in de sacrestie een zware brandkast aan, waarin de monstrans staat. De monstrans heeft een hoogt van 76 cm en is van zilver. Een monstrans is een religieus voorwerp, waarin de geconsacreerde hostie getoond wordt. Monstrans is afgeleid van het Latijnse woord monstrare, wat tentoonstellen betekent. Ovale voet in twee geledingen. De onderste versierd met een reeks gestyleerde druiventrossen. Op de welving zijn vier cartouches waarbinnen inscripties met bloemslingers, die opgehouden wordt door engeltjes. (1546). Aangeboden door baron van Nispen 1807 bij de installering van Gerardus Mulder als pastoor te O. Zevenaar. Er staan vier evangelisten symbolen: leeuw, rund, engel en adelaar. Twee engeltjes houden een kroon boven de Geestesduif in stralenkrans. Via de sacristie gaat men naar traptoren en koorzolder.

Processiekruis

 

Een processiekruis is een op een stang bevestigd kruisbeeld, dat bij de feestelijke in- en uittocht van de Heilige Mis, bij processies, begrafenissen of bij het bidden van de Kruisweg wordt gedragen door een misdienaar.

In de regel zal het crucifix altijd een corpus hebben. Dat wil zeggen dat er een afbeelding van Christus, hetzij gestorven of verrezen, op het kruis wordt voorgesteld.

De drager van het processiekruis wordt de croceferarius of kruisdrager genoemd. De croceferarius draagt meestal witte handschoenen ten teken van eerbied.

De meeste processiekruisen zijn verguld of verzilverd.

 

Broedermeesterstaf met de afbeelding van Martinus.

Maria Kroon

 

Richard Jan Willem Cornelis De Neree tot Babberich heeft de kroon rond 8 december 1879 bij de gelegenheid van het 25 jarig bestaan van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria aan de Sint Martinisparochie geschonken.

Deze kroon en het Mariabeeld kostten toentertijd ieder 120 gulden.

In de kroon staat de Latijnse tekst:

Deiparaequae sine labe esse proclama.

Vertaalt: Voor de moeder Gods, die is verkondigd zonder erfzonde te zijn.

 

 

Mariabeeld.

 

Maria staat op een voetstuk met vier inzwenkingen. Op de linkerarm draagt zij het halfnaakte kind dat een rijksappel in de hand houdt, met de andere hand maakt het een spreekgebaar. De sluier die overgaat in de mantel hangt deels voor het lichaam af. In de rechterhand houdt Maria een soort staf.

Jozefbeeld.

Via de sacristie gaat men naar de traptoren en de koorzolder.

Traptoren.

Het toetsenbord van het orgel.

 

Franciscus.

Het hoofdaltaar van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar heeft eeuwenlang als zij altaar in het Franciscaner klooster te Elten dienst gedaan (1681 – 1811) met daarin het schilderij met de afbeelding van Franciscus. Franciscus is geboren op 5 juli 1182 en overleden op 3 oktober 1226. Hij was een zoon van Petrus van Bernardone, een welgestelde lakenkoopman uit Assisi. Franciscus was in zijn jeugd al een creatief en fijngevoelig mens. Toen hij ouder was trok hij zich als een kluizenaar terug in de eenzaamheid en wijdde zich aan de melaatsen, het herstellen van kerkjes en aan het gebed. Zelf wilde hij de allerarmste zijn. Vanaf dat moment werd zijn enige geliefde 'Vrouwe Armoede'.

Franciscus wordt afgebeeld in het verschoten grauw-bruine habijt dat hij altijd droeg. Hij draagt als gordel een touw met drie knopen. Deze verwijzen naar de drie geloften, die de minderbroeders afleggen. (armoede, dienstbaarheid, geweldloosheid).

Verder heeft hij (vanaf de 16e eeuw) vaak een schedel bij zich, die de vergankelijkheid van al het stoffelijke symboliseert. Zijn lijden, opoffering, het kruis als martelwerktuig komen vooral bij de renaissanceschilders Holbein en Grünewald, onder invloed van Franciscus, sterk terug in hun schilderijen. De lelie symboliseert maagdelijkheid, vrede, geestelijke liefde, onschuld en vergankelijkheid.

Tabernakel met pelikaan

 

In het tabernakel worden de gewijde hosties bewaard. Het tabernakel stond op het vroegere hoofdaltaar. Op het tabernakel staat zogenaamd expositiestandaard met een pelikaan die haar jongen voedt met bloed uit haar borst. De pelikaan wordt in de jaarlijkse processie meegedragen.

 

Pelikaan met drie jongen op het nest.

Naast de pelikaan een standaard van een expositievaantje, aan de vlakke achterzijde zijn een aantal metalen rringen ter bevestiging van het vaantje.

 

 

 

Het feit dat nestelende pelikanen hun snavel naar de borst buigen om hun jongen met in hun keelzak meegebrachte vissen te voeden, leidde tot een verkeerde waarneming dat de ouders zich de borst openreten om de jongen met hun bloed te voeden. De rode vlek op de krop en keelzak van de pelikaan, die tijdens de broedtijd op een bloedende wond lijkt, heeft hiertoe zeker bijgedragen. Daarmee werd de pelikaan tot symbool voor de offerdood van Christus en ook voor op offerende ouderliefde. Tijdens de broedtijd vallen bij veel vogels de borstveertjes uit en komt de zogeheten broedplek bloot te liggen. Een naakte, sterk doorbloede plek, waar later de eieren tegenaan komen te liggen als ze bebroedt worden en veel warmte nodig hebben.

 

Nis

 

Als men met het gezicht naar en voor het hoofdaltaar staat ziet men rechts een nis in de muur. Deze nis diende in de middeleeuwen zodat de priesters hun handen konden wassen. Dit gebeurde voor de aanvang van de dienst.

De nis zit zo laag, doordat de gehele vloer en het priesterkoor van de kerk is opgehoogd met ongeveer één meter.

 

Godslamp.

 

De lamp bestaat uit twee balustervormige delen waarvan de onderste helft versierd is met omlijste knorren. Ook de geledingen aan de onderzijde en de bolvorm aan de bovenzijde hebben een soortgelijke versiering. De 3 houders waaraan de kettingen zijn bevestigd bestaan uit halffiguren. De totale hoogte is 114 cm.

De godslamp is omstreeks 1700 gemaakt.

 

 

Preekstoel

 

De preekstoel is van begin 1900.

Op de preekstoel is de tekst verwerkt uit Mattheus XIII.31:

HET RIJK DER HEMELEN IS GELIJK HET MOSTERDZAADJE

 

Hoofdaltaar

 

Het is een neo-barok altaar (6m hoog) met een schilderij in getoogde lijst voorstellende Martinus. Aan weerszijden getordeerde zuilen met korintische kapitelen (bovenste van versierde zuil). De zuilen dragen een gebroken fronton. Zijdelings van het tabernakel vleugelstukken waarin een engel temidden van duiventrossen en korenaren. In het koepelvormig tabernakel met getordeerde zuiltjes een nis waarin een kruisbeeld. Aan beide zijden een beeld links van Maria en Johannes rechts op basement met engelkopje in reliëf. Op de voetstukken van de beelden zijn in reliëf de evangelisten symbolen aangebracht links, Lucas rund, rechts engel Mattheus. Oorspronkelijk bevonden zich beelden van deze evangelisten op deze voetstukken.

 

 

Het altaar is door Theo en Jan Keultjes wit geverfd en gemarmerd. Het altaar is afkomstig van de Martinuskerk te Didam. Met een ander altaar vormden zij de zijaltaren. In de eerste helft van de negentiende eeuw gemaakt.(1820)

In 1981 kwam het naar Oud - Zevenaar. In 1991 werd het schilderstuk met Sint Antonius vervangen door het huidige tafereel met Sint Martinus te paard voor de stadspoort van Amiens, met daarboven de toren van de kerk Oud-Zevenaar.

Het is geschilderd door Wouter Berns, geboren in Oud-Zevenaar.

Wat is er nog meer te zien op het schilderstuk: aan de voorzijde de uitrusting van een Romeinse soldaat en aan de zijkant ganzen.

Verklaringen:

1.Bekend is de zgn. St. Maartensgans die men vroeger op de feestdag van de heilige gewoon was te eten.

2.Martinus verstopte zich toen hij gezocht werd in een ganzenhok, om tot bisschop te worden gekozen, hij wilde leven als kluizenaar.

3.Ganzen maakte tijdens zijn preek zo’n lawaai, dat de mensen hem niet konden verstaan. De heilige vroeg de ganzen stil te zijn, wat ook gebeurde.

Kroon

 

In de Kersttijd, Paastijd en Pinkstertijd hangt ter versiering de kroon met geelwitte linten boven het priesterkoor. De kroon is door de carnavalsvereniging De Nachtuulen in 1991 geschonken ter vervanging van de kroon die in de jaren 60 van de vorige eeuw gevallen is.

Geel en wit zijn de pauselijke kleuren.

Ramen priesterkoor

 

In het midden van elk raam een scène uit het leven van de heilige Martinus omgeven door bladmotieven. De glas in loodramen werden omstreeks 1900 door F. Nicolas gemaakt en stellen taferelen voor uit het leven van de H. Martinus.

Links ziet men op de gebrandschilderde ramen de doop van Martinus.

In het midden Martinus bouwt een klooster.

Rechts deelt Martinus zijn mantel met een bedelaar.

De Paaskaars met kandelaar.

 

 

 

Wierookvat en standaard.

De Mariakerk

 

 

Gedachteniskruisje

Eenvoudig houten kruisje met de naam van een overleden parochiaan. Deze kruisjes hangen op een speciale plek aan de kerkmuur, op een bord.

 

Door het tweede Vaticaanse Concilie (1962 -1965) werden kerken van binnen witgekalkt en versoberd, veel beelden van heiligen verdwenen uit de kerk. Een soort tweede beeldenstorm. Pastoor Scholten heeft de Martinuskerk voor hiervoor behoed.

Maria-altaar

 

De hoogte van het Neogotisch Maria-altaar is 350 cm en de breedte 250 cm; deels van verguld en gepolychromeerd hout, toegeschreven aan NV Kunstwerkplaatsen Cuypers en Co te Roermond en is rond 1910 gemaakt. Vermoedelijk is het Maria-altaar geplaatst na de verbouwing van de zuiderzijbeuk in 1909. Het altaar moet voor de middeleeuwse beelden zijn ontworpen: Maria met kind, Catharina, Barbara en de piëta).

Waarschijnlijk is eveneens de muurschildering van de twee engelen en de gordijnen achter het altaar door Cuypers aangebracht, evenals de schilderingen aan de orgelkast.

Centraal in het midden staat de Piëta, het is een kopie van het beeldje dat in 1975 werd gestolen. Het oorspronkelijke albasten beeldje uit ca. 1440 werd Nood Gods genoemd.

Aan beide zijden zijn reliëfbeelden gesneden van Anna (links) en Simeon (rechts). In de altaartafel is een medaillon met een Maria-monogram aangebracht.

 

Tevens werden er enkele antieke beelden van maagd-martelaressen opgenomen:

- Cecilia met orgeltje( 1916),

- Catherina( 1480), (eikenhout) met boek en filosoof onder haar voeten (25/11)

- Madonna(1340), staande met kind met druiventros op linkerarm en scepter in rechterhand,

- Barbara (1480),(eikenhout) met boek met palmtak en toren aan de voeten,

- Agnes(1916).

Anna

De betekenis is "gunst" of "genade". Anna was de moeder van de Maagd Maria en grootmoeder van Jezus Christus volgens de christelijke en islamitische traditie.

Anna wordt beschreven in het evangelie van Lucas als een heilige weduwe die Jezus als de Messias in zijn presentatie, samen met Simeon de rechtvaardigen herkent en beide vaak verschijnen in artistieke afbeeldingen. De rol van de Messias grootouders in de geschiedenis van de zaligheid werd vaak afgebeeld in vroege middeleeuwse devotionele kunst als Anna te Drieën met de familie drie generaties grootmoeder Anne, gezegend moeder Maria en goddelijke zoon Jezus.

De heilige Anna werd in de vijftiende eeuw een van de bekendste en geliefdste heiligen. Als grootmoeder van Jezus dacht men haar bijzondere macht toe als hemelse voorspreekster bij haar kleinzoon. Haar verering nam grootse vormen aan met name in het Rijnland en de Nederlanden. In vele steden werden Anna-Broederschappen opgericht, die zich inspanden om in kerken een eigen kapel te stichten, waar de leden wekelijks bijeenkwamen om er hun heilige te eren.

Simeon

Simeon is de tweede zoon van Jakob. Zijn moeder is Lea. De Hebreeuwse betekenis van de naam is: hij die luistert of hij wordt verhoord. Simeon was volgens het Lucasevangelie een rechtvaardig en vroom man. Hij zegende Jezus en zijn ouders. Het verhaal over Simeon is terug te vinden in Lukas 2:25-35.

Op het moment dat Jezus en zijn ouders in de tempel in Jeruzalem waren, werd Simeon door de Heilige Geest geleid om ook naar de tempel te gaan. Simeon nam het kind Jezus in zijn armen, en begon God te loven.

'Weet wel dat velen in Israël door hem (Jezus) ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.

Mystica Rosa

Rosa mystica of mystieke rose, is de symbolische naam van Maria in de katholieke kerk, gebruikt in de Litanie van Loreto. De roze, wit, roze of rood, door de kleur symboliseert het mysterie van de incarnatie. De witte roos (rosa mystica) was het symbool van volmaaktheid. De witte roos staat voor echte liefde en puurheid. Zoals de roos de mooiste bloem is en Maria de mooiste van alle vrouwen is.

 

 

 

Medaillon met een Maria-monogram

 

 

Onder de piëta staat de latijnse tekst van Lucas 2-35.

Vrij vertaald staat er: ”Een zwaard zal uw ziel doorboren”.

Cecilia

 

Het feest van Cecilia is op 22 november.

De in reliëf voorstellende Cecilia met het orgeltje. (1916)

Nadat zij de woede van de keizer had opgewekt probeerde men haar te verdrinken in haar bad, hetgeen wonderbaarlijk genoeg niet lukte. Daarna zou zij met het zwaard gedood worden, maar het maximale toegestane aantal van drie zwaardslagen overleefde zij volgens de legende. Zij leefde nog drie dagen, deelde al haar bezittingen uit onder de armen en stierf toen.

Meestal wordt zij afgebeeld met een snee in haar hals, door het zwaard aangebracht.

Van de ene hand strekt zij drie vingers omhoog, ten teken dat zij geloofde in de drie-eenheid.

St. Cecilia is niet alleen de patroonheilige van zangers doch ook van muzikanten, fanfares, instrumentenmakers, koorknapen, organisten, orgel- en vioolbouwers en kerkmuziek.

Zij wordt vaak afgebeeld met een muziekinstrument, palmtak of zwaard.

 

 

 

 

Catharina

 

De hoogte van het beeld is 57 cm. en van eikenhout met neogotische polychromie. Ca 1480 ( Kleef)

Zij staat op een rond voetstuk. Op het hoofd draagt ze een kroon. Op de linkerhand draagt ze een geopend boek terwijl zij met de andere hand de mantel vasthoudt.

Het gewaad heeft een V-vormige halsuitsnijding. Rechts onder op het voetstuk is Maxentius te zien. De polychromie is vermoedelijk rond 1910 aangebracht.

Onder het voetstuk is een stempel “Post Douane en Accijnzen Sektie Bergh Autoweg Berg Gld.

Van Catharina van Alexandrie gaat het verhaal dat zij omstreeks het jaar 300 ter dood werd gebracht. Zij moet vijftig filosofen in een dispuut (redetwist) de baas zijn geweest. Maxentius veroordeelde haar daarop om door een folterwerktuig met wielen waaraan scherpe messen zaten, gemarteld te worden. Een engel verhinderde dat echter door het te vernielen. Daarop werd ze onthoofd. In de vijftiende eeuw behoorde ze tot de meest populaire heiligen.

Feestdag 25 november.

 

Madonna met kind

 

In de ondiepe rondboog nis aan de bovenzijde van het altaar staat het beeld van Maria, het bovenlichaam iets achterover hellend, met op de linkerarm het kind dat een druiventros vast heeft; in de rechterhand heeft zij een scepter. Over een lang gewaad dat in geknikte plooien afhangt over het voetstuk is een mantel geslagen, die van de rechterschouder deels over het lichaam hangt en bij de linkerarm wordt opgehouden. Het type van Maria met de kleine mond en de lichte glimlach, de ogen en de haarpartij met de brede golven aan de slapen doen een ontstaan in Keulen vermoeden van omstreeks 1340, met neogotische polychromie.(eikenhout).

 

 

 

 

 

Hoogstwaarschijnlijk is dit madonnabeeld het miraculeuze beeld waarheen men reeds in de veertiende eeuw te bedevaart trok. Een belangrijke aanwijzing is dat deze Madonna op een Zevenaarse schepenzegel uit 1473 voorkomt.

Daarop wordt Maria als hemelkoningin afgebeeld met het kind op de linkerarm, in haar rechterhand de scepter en op haar hoofd een kroon. Men vereerde Maria in die tijd tronend op de zetel der wijsheid. Als men in die tijd, de piëta vereerde zou men wel de afbeelding van de piëta op de Zevenaarse schepenzegel hebben gezet.

 

Barbara

 

De heilige staat op een achthoekig voetstuk met naast zich links onder een toren met 3 vensters (drie-eenheid).

In de rechterhand houdt zij een boek, in de andere een schrijfveer. Haar blik is neerwaarts gericht. Om het naar achteren golvend haar is een hoofdband met parelmotief aangebracht.

Over een lang gewaad met V-vormige halsuitsnijding hangt van beide schouders een mantel af.

De schrijfveer en toren zijn waarschijnlijk vernieuwd evenals de polychromie van ca 1910.

Grote overeenkomst bestaat met en beeldsnijwerk, dat dateert uit 1474

Haar vader trachtte te voorkomen dat zijn dochter onder invloed zou komen van het Christendom, daarom sloot hij haar op in een toren met drie vensters.

Toen haar vader erachter kwam dat ze toch contact had met het christendom liet hij haar folteren. Toen dat niet lukte greep hijzelf het zwaard en onthoofde Barbara.

Direct daarna werd Dioscurus (vader) door een bliksemschicht gedood.

Feestdag 4 december.

 

 

 

 

 

Agnes

 

In reliëf voorstellende Agnes (1916)

 

Legende.

De heilige Agnes uit Rome werd vanaf de vierde eeuw als martelares vereerd.

Zij wilde niet trouwen daar zij als meisje van dertien jaar al haar liefde aan de Heer gegeven had. Toen zij daarom naakt in een bordeel geplaatst was, groeiden haar haren als een kleed om haar heen. De engel verscheen en reikte haar bovendien een kleed aan om zich te beschermen tegen de opdringerigheid van de jongeman en zijn vrienden.

Agnes is vervolgens onder de Romeinse Keizer Diocletianus (304) in het vuur gegooid, maar zij bleef ongedeerd. Een zwaard dat haar hals doorboorde, maakte tenslotte een eind aan haar leven.

In de middeleeuwen is het lam haar symbool.

Het lam verwijst naar het lam Gods: Agnus dei.

 

Het orgel

 

Boven het Maria altaar bevindt zich een Schwartze kerkorgel uit 1911. De orgelkast is van eikenhout.

Het is op een ongebruikelijke wijze geplaatst een wijze zoals die in Engeland vaak voorkomt.

Het orgel is waarschijnlijk vervaardigd rond 1858 door de Firma Schwarze te Anholt. Diverse onderdelen waaronder de meeste pijpen zijn van een oudere datum.

Bij de restauratie in 1985 kwamen kranten tevoorschijn uit 1830. Het orgel bevat overigens ook pijpwerk uit een Zutphens orgel uit 1830.

In 1911, bij het gereedkomen van de vernieuwde Mariakerk, wordt het orgel door zoon Ludwig Schwartze verplaatst naar de huidige plek boven het Maria-altaar met bediening op de koorzolder boven de sacristie. De organist zit op een verhoging met de rug naar het orgel en kijkt door de hoge ramen uit over de Oud - Zevenaarse dijk, een zelden voorkomende opstelling. Het orgel onderging daarbij enkele ingrijpende wijzigingen waaronder een nieuwe orgelkast en er vervallen 5 registers.

In 1987 is het orgel gerestaureerd door de orgelbouwer Elbertse uit Soest.

De orgelkast bestaat uit een vlak middendeel geflankeerd door een hoektoren met spitsboogopeningen in verschillende geledingen.

De schilderingen worden toegeschreven aan kunstwerkplaatsen Cuypers te Roermond. In de onderste helft van het middenveld is een schildering aangebracht van Onze Lieve vrouw Onbevlekte Ontvangenis op de maansikkel in een stralende mandorla met aan weerszijden een engelenschaar.

Kruiswegstaties

 

In de kerk hangen 14 kruiswegstaties geschilderd op linnendoek met olieverf, de afmetingen zijn 80 x69 cm

In 1857 door een onbekende geschonken aan de kerk.

Composities van telkens een zestal personen.

Op het schilderij wordt Christus de graflegging voorgesteld. Nicodemus en Jozef van Arimethea houden het dode lichaam van boven het graf. Maria achter de tombe kijkt toe, Johannes droogt zijn tranen. Op de voorgrond is Maria Magdalena geknield die de hand van Christus vasthoudt.

H.Hartbeeld

 

Van het beeld naast het Maria-altaar zijn geen gegevens bekend. Er werden vroeger veel Heilig Hartbeelden geplaatst in en rond de kerken. In Nederland zijn de Heilig Hartbeelden vooral te vinden in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Een Heilig Hartbeeld bestaat in de regel uit een staande Christusfiguur, gekleed in een lang geplooid gewaad. Meestal is op de borst een vlammend hart zichtbaar. De handen kunnen zegenend zijn opgeheven of wijzen naar het hart. Het materiaalgebruik wisselde sterk, er zijn onder meer beelden gemaakt van brons, kalksteen en gietijzer.

De schilderijen zijn in opdracht van de Fam. De Neree tot Babberich in 1955 gerestaureerd. Herdenkingssteen aangebracht met latijns opschrift en het wapen van de fam. De Neree, die de herinnering aan deze restauratie levend houdt. De gedenksteen hangt boven de toreningang.

Ramen in de Mariakerk

 

De 5 glas-in-lood ramen in de Mariabeuk zijn in 1932 door de bekende glazenier Joep Nicolas aangebracht. De ramen hebben als thema de 7 Smarten van Maria en verbeelden de 7 belangrijkste momenten uit het leven van Jezus.

Ze behoren tot de beste werken van Joep Nicolas.

Kenners zeggen dat de ramen dramatisch van kompositie zijn en aan de donkere kant, maar een warme stroom van licht en kleur zijn.

De vijf ramen beelden de Zeven Smarten van Maria uit.

 

Boven Beneden

 

1 de geboorte opdracht in de tempel met Simeons

2 vlucht van Betlehem naar Egypte kindermoord

3 de vermissing van de 12-jarige Jezus Jezus bij schriftgeleerden

4 Chr. draagt kruis kruisiging op Golgotha

5 De kruisdood van Jezus, Maria Magdalena a.d. voet en Maria en Johannes aan weerszijde.

 

Alle ramen zijn gesigneerd en gedateerd: J. Nicolas Roermond 1931.

 

Kapelaan van de parochie Oud-Zevenaar Frits van der Meer (later is hij hoogleraar kunstgeschiedenis en iconografie geworden) verzocht Joep Nicolas de ramen voor de kerk te maken. Hij had de carrière van de jonge kunstenaar nauwlettend gevolg. Het bouwwerk was toen een juweel van gotiek, met uitzondering van de middeleeuwse albasten Madonna, leeg, kaal en kil. Als jong kapelaan zag hij kans zijn enthousiasme voor Joep Nicolas over te brengen op de pastooor, een lieve oude man zonder enige artistieke pretenties en bijgenaamd “de zilveren vos”. De bedoeling was de beoogde ramen te onthullen bij diens 50-jarig priesterjubileum.

De plaatselijke arts Casper van Mens stelde zich verantwoordelijk voor de geldinzameling, de bevolking was arm en voor één raam ontbrak het geld (1300 gulden) het vierde mysterie, door van der Meer “het raam der heidenen genoemd”. De kapelaan presteerde het namelijk om dit bedrag in een dag bijeen te brengen door op zijn fiets bij niet katholieke intellectuelen langs te gaan. Kaatje Hoefnagel, een dorpeling die haar hele leven had gewijd aan het verplegen van haar invalide moeder, vroeg of zij het raam van “het verloren kind”mocht schenken. Immers haar moeder had een leven lang in angst gezeten dat haar eigen kind, zijzelf, telkens als ze maar even uit huis ging, nooit meer terug zou komen.

 

Van der Meer, scherp karakterkenner en handschriftdeskundige, las in Joep’s cursieve schrift een intuÏtieve intelligentie, een bijkans manische zucht tot felle contrasten, een extroversie die een onderdrukte wanhoop leek te verbloemen.

Van der Meer noemde Joep: “L’homme le moins bourgeois du monde”.

 

Raam 1: Toewijding van Jezus in de tempel

 

In het bovenste deel van het raam bestaat uit de aankondiging van de geboorte van de Messias door de aartsengel Gabriël aan de aardse bewoners.

Centraal in het raam de uitbeelding van de geboorte van Jezus in de stal in een liefdevolle en huislijke sfeer.

Onderaan staat Jozef met twee duiven, de profeet Simeon met Jezus in zijn armen die de 7 smarten

voorspelt. Maria staat er naast afgebeeld met 7 zwaarden door haar hart. Ze worden levensgroot afgebeeld.

Het raam kent enkele tegenstellingen: het lieflijke in het bovenste deel en het onheilspellende in het onderste deel.

Simeon met naast hem Jozef kijken plechtig naar boven, Maria kijkt met bedroefd naar beneden, bewust van het onheil dat haar wacht.

Deze tegenstellingen geven een dramatische spanning.

 

 

 

 

 

Raam 3: De twaalfjarige Jezus in de tempel

 

Het bovendeel vertelt het verhaal van de reis naar de tempel om het paasfeest te vieren. De palmen en de vele mensen beelden het bezoeken tijdens het paasfeest uit als een feestelijk gebeuren.

Daaronder staat de 12-jarige Jezus vragen stellend afgebeeld tussen de schriftgeleerden die uitgebeeld zijn als hedendaagse geestelijken. Een 12-jarige gold in die tijd al als volwassene.

Sinds 1300 werden, na een publicatie door franciscaner monnik, bijbelse verhalen vaker vertaald naar eigentijdse voorstellingen.

In het benedendeel van het raam staan vertwijfeld Maria en Jozef omdat ze Jezus 3 dagen kwijt zijn.

 

In het 1e raam heeft Jozef duiven in een kooi en hier zitten ze vrij op de muur. Alsof hij ermee wil zeggen: Kinderen kun je een tijdje in een kooi houden, maar er komt een moment dat je ze vrij moet laten.

Het raam heeft eveneens weer een tegenstelling tussen beide taferelen.

 

“Het raam van het verloren kind” werd geschonken door Kaatje Hoefnagels.

Raam 2: De vlucht naar Egypte

 

Bovenin wekt een engel Jozef uit de slaap en waarschuwt hem voor de dreigende kindermoord dat daaronder is op gruwelijke wijze is uitgebeeld.

Het onderste deel laat de aankomst in Egypte zien met een opgelucht Maria en Jozef. De Egyptische motieven verduidelijken de plaats van handeling.

Ook in dit raam een grote tegenstelling in de eerste twee uitgebeelde taferelen spreekt veel drama, terwijl het onderste gedeelte zien we rust en opluchting, ze zijn aan het gevaarontkomen.

 

 

Raam 5: De kruisiging

 

Het dramatische slot van de cyclus. De bloedrode zon staat als symbool van het lijden. De donkere achtergrond laat de duisternis beginnen en de bliksemstralen steken fel ertegen af. De hoge kruisen benadrukken het verhevene en de uitzonderlijk lange armen van Jezus duiden op de vergeving voor de beide

moordenaars.

Aan de voet van het kruis staan de apostel Johannes, Maria Magdalena en Maria de moeder van Jezus. Maria staat met gesloten ogen en beleeft de kruisiging met ingehouden emotie. Maria Magdalena laat haar emoties de vrije loop en Johannes kijkt vertwijfeld op naar Jezus.

 

In tegenstelling tot de andere ramen waar veel mensen de taferelen verlevendigden, blijft het in dit raam beperkt tot de 3 traditioneel aanwezigen.

 

 

Raam 4: Onderweg naar Golgotha

 

Dit raam dient in omgekeerde volgorde gezien te worden ten opzichte van de

vorige ramen.

Jezus gaat met het kruis op weg en ontmoet zijn moeder Maria die ondersteund wordt door volgelingen van Jezus. Deze gebeurtenis wordt in de geschiedenis gecombineerd met de 6e smart van Maria, de kruisafname die in deze reeks ramen niet is uitgebeeld. Door kunsthistorici wordt in dit moment een hernieuwing van de geboortepijn gezien, nu als moeder van de gehele mensheid.

Jezus ondergaat de tocht deemoedig, kijkt naar boven waar al 2 kruisen staan opgesteld met de 2 moordenaars onderweg. In de lucht vliegen al de zwarte roofvogels, wachtend op hun prooi.

 

“Het raam der heidenen” werd door de niet-katholieken inwoners geschonken.

 

 

Heel toepasselijk op deze voorstelling is het alom bekende Stabat Mater. Een uit de fransiscaanse traditie afkomstige hymne.

Naast het kruis met wenende ogen

Stond de moeder droefgebogen

Waar haar zoon te lijden hing

Ach, hoe haar door’t zuchtend harte

Medelijdend met zijn smarte

’t zwaard van droefheid henenging.

 

In deze voorstelling is Nicolas echt de “schilder van het licht”.

De kruisafname en de graflegging zijn de 2 niet uitgebeelde smarten van Maria.

Nicolas en van der Meer hebben gekozen om naar een climax te werken en de cyclus te laten eindigen met de kruising.

Biechtstoel

 

In de Mariakerk is nog een biechtstoel te zien.

Piëta achter in de kerk.

 

Mariabeeld: Moeder van Smarten

Van het beeld achter in de kerk zijn geen gegevens bekend

Gewijd in dec 2005, Hersteld door Jan Keultjes

Lag opgeslagen in de kelder van de parochie.

 

 

 

Ingang naar de toren

 

 

 

 

Dakconstructie van het middenschip

 

 

 

De drie klokken worden geluid :

- de kleinste klok "Franciscus" bij doopvieringen

- de middelste "Martinus" voor de zaterdagavond en doordeweekse vieringen

- de zwaarste klok "Maria" na het overlijden van een parochiaan om 18.00 uur, avondwake, voor de begrafenis en bij het uitdragen van overledene. Vroeger kon men ook horen , of het een man, vrouw of kind gold.”drie voor de man, twee voor de vrouw en één voor het kind” daarna luidde men een tijdje.

Alle drie tezamen voor en na de weekendvieringen, bij huwelijksplechtigheden en andere feestelijke gelegenheden.

 

Doolhof

 

Een unicum voor Nederland.

In het voorportaal van de Sint-Martinuskerk, bij de toreningang, ligt een bijzonder vloermozaïek. Als we een dwaalelement op de vloer van een kerk tegenkomen is dat meestal een labyrint, in dit geval hebben we echter te maken met een vierkant doolhof van witte en zwarte tegeltjes. Merkwaardig is dat de doolhof geen ingang lijkt te hebben.

Klokken

 

De Martinuskerk bezit 3 luidklokken.

In december 1942 enkele dagen voor kerstmis werden in de gehele Liemers de klokken uit de toren gehaald om als grondstof te dienen voor de Duitse wapenindustrie. “Klokken uit de toren, de oorlog is verloren”, zeiden de mensen.

In 1947 werd de Martinusklok in de toren gehangen en weegt 1043 kg met een diameter van 117 cm.

In 1992 werden twee nieuwe klokken gehangen.

De Mariaklok oftewel de dodenklok (1250 kg) en heeft een diame¬ter van 127 cm.,

de Franciscusklok weegt 540 kg bij een diameter van 95 cm.

 

Ook is niet direct duidelijk wat paden en muren en zijn. Maker en jaar van aanleg van het doolhof zijn onbekend.

Over de oorsprong en betekenis bestaan veel verklaringen. In de Christelijke iconografie symboliseert het de moeilijke weg om tot het geloof te komen.

In het dagelijks spraakgebruik hebben we het over doolhoven en labyrinten als ware het voor elkaar inwisselbare woorden. Toch hebben beide begrippen een net iets andere achtergrond en betekenis:

- Doolhof, in een doolhof splitsen de paden zich, en zijn er ook vaak doodlopende wegen. Een doolhof is ook een onoverzichtelijke weg van een begin naar een einddoel, maar bij het volgen van deze weg moeten keuzes gemaakt worden.

- Labyrint, een naar een doel slingerend pad, het lopen of volgen van een labyrint heeft meestal een symbolische en voor sommige mensen zelfs een spirituele functie.

Het heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mensen.

Een belangrijk element is de spanning:

- Hoe kom ik naar het midden?

- Wat is er in het midden?

- Hoe kom ik er weer uit?

 

 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat doolhoven en labyrinten al heel oud zijn. De oudst bekende labyrinten werden al 4.000 jaar geleden in steen gekerfd. De oudst bekende doolhoven zijn zo'n 500 jaar oud. Een bekende oude labyrint-mythe is natuurlijk die van Theseus, die met behulp van de draad van Ariadne in staat was uit het labyrint van de Minotaurus op Kreta te ontsnappen.

 

 

Over de achtergrond van het labyrint bestaan verschillende verklaringen:

- Men legde een verband tussen labyrint en de onderwereld, het dodenrijk.

- Legendarische labyrint van Daedelus in het paleis van Koning Minos op Kreta.

(zesde eeuw voor Chr.). Waardoor er een relatie is met de architecten van de middeleeuwen.

- Germaanse lentecultus en de zgn trojaburchten in de periode 9de/12de eeuw.

- De Christelijke betekenis, het symboliseert de moeilijke weg om tot het geloof te komen. Je kiest voor een weg en verwerpt de andere. Voortdurend worden je geweten, je intuïtie, je geloof en je trouw op de proef gesteld.

- Het aansporen tot meditatie over het doel dat zeker bereikt zal worden.( dit zijn labyrinten die de enige juiste weg aangeven zonder keuze mogelijkheden)

- De wendingen naar binnen staan voor het leven tot de dood, de wendingen naar buiten symboliseren de wedergeboorte.

Grafstenen in de kerk

 

De 2 gedenkstenen hebben oorspronkelijk in de vloer gelegen en zijn sterk

afgesleten. De kleine grafsteen is vermoedelijk van een pastoorsgraf rond 1600.

 

De grote laatgotische grafzerk van Naamse steen (Afm. 250x125 cm) met in elke hoek een wapenschild is van begin 16e eeuw en behoorde bij het graf van Gertruud van Camphuisen, echtgenote van Gysbert van Heerde. Ze stierf in 1553.

 

In een rechthoekig veld wapen met drie rechter schuinbalken ( Camphuysen), waarboven een helm en vluchten. In de hoeken vierpassen met kwartieren:

1 - linkerschuin balk (Heerde)

2 - drie schuinbalken (Camphuysen)

3 - keper (Reygers)

3 - kruis (Hovelyck)

 

Versleten randtekst: Int jaer onns (heren) rust gertruut va Caphuse, het is een grafzerk van geertruid van Camphuysen, dochter van Claes van Camphuysen en Aleyd van der Hovelick. Zij was getrouwd met Gysbert vanHeerde Willemsz, die in 1533 overleed en is ook in deze kerk is begraven. Zij woonden in het huis Camphuysen, dat in 1812 door verkoop overging in de familie de Neree tot Babberich.

 

 

Wijwaterbakken

 

Ter hoogte van de boog tussen de toren en het middenschip bevinden zich links en rechts twee nagenoeg identieke hardstenen middeleeuwse vijzels, die thans als wijwaterbakken dienst doen.

 

Drieluik

 

Het drieluik tegen de torenwand is in 1997 geschonken door de nabestaanden van de heer Bertels, veearts uit Zevenaar. Van het drieluik zijn geen verdere gegevens bekend.

 

 

Hongerdoek

 

Het wandkleed tegen de toren is een zogenaamd hongerdoek met taferelen uit het leven van Sint Martinus. Het is gemaakt door de dames van der Velden uit Pannerden en in 1989 geschonken ter gelegenheid van het 50-jarig priesterfeest van pastoor Scholten.

Houten missiekruis

 

Het grote houten missiekruis (220 cm) is neogotiek en van gepolychromeerd hout. Het is op 1 juni 1886, als aandenken aangeboden door de paters redemptoristen. Hun tiendaagse missie werd in deze kerk gehouden

Christus corpus (105 cm) hangt aan het kruis, het hoofd is naar links gebogen, de voeten zijn over elkaar gespijkerd. De lendendoek is aan de rechterheup geknoopt. De kruisbalken eindigen in drie voluten. Aan de onderzijde van de verticale balk: Aandenken aan de H. Missie 1 juni 1886.

Herdenkingsplaat

 

 

 

 

Wijwaterkruik

 

 

Ingebouwde toren

Icoon

De icoon van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand die wij uit vele kerken kennen, is een kopie van de oorspronkelijke icoon die in Rome wordt bewaard. De icoon beeldt de Maagd Maria af in een donkerrood gewaad met een blauwe mantel en sluier. Aan de linkerzijde is de aartsengel Michaël te zien. Hij draagt de lans en spons als voorwerpen van Jezus' kruisiging. Aan de rechterzijde is de aartsengel Gabriël afgebeeld met een 3-kruis en spijkers.

Het is een icoon van het zogenaamde Hodegetria-type, waarbij Maria naar haar zoon wijst. Het Jezuskindje voorvoelt zijn lijden en wendt zich al tot zijn moeder om zich te laten troosten. De uitdrukking van de maagd is plechtig en gericht op de kijker in plaats van naar haar zoon.

Opvallend is ook dat de sandaal van Jezus loszit. Dit verwijst naar een woord van Johannes de Doper die zei dat hij niet waard was om Jezus' sandaal los te maken.

 

 

 

Kerststal

 

Deze kerststal is van vóór 1930 en in de negentiger jaren zijn de beelden gerestaureerd door Ceciel Berns. Ook is er een nieuwe stal gemaakt.

Het woord Kerstmis is afgeleid van Kerst=Christus, kerstenen, wat christelijk maken betekent en mis=eucaristieviering oftewel Christelijke feestviering.

In de westerse kerken en katholieken huisgezinnen is het gebruikelijk in de kersttijd een kerststal neer te zetten.

De kerstgroep heeft tot doel op duidelijk, begrijpelijke wijze de geboorte, de menswording van God voor te stellen en wel zo, dat men de indruk heeft erbij tegenwoordig te zijn en tot meditatie over het gebeuren, tot en geestelijke pelgrimstocht, wordt geïnspireerd.

Bij de opstelling staat al het goede rechts (men geeft elkaar ook altijd de rechterhand) en minder goede links, gezien met de rug naar de kerstkribbe

Jezus werd een wikkelkind, Jozef en Maria knielen naast het kind. Jozef is meestal een oudere man, die wat hulpeloos staat te kijken met een kaars of een lantaarn. Maria kijkt vol tederheid, het menselijk gevoel komt sterk tot uitdrukking. In onze streken hebben de herders geen namen en we weten ook niet hoeveel er waren, ze staan meestal links samen met de schapen. De os kijkt naar het kind en staat rechts en de ezel kijkt naar de kribbe en staat links van het Kindje. Er zijn engelen, ze nemen nu actief deel aan het gebeuren, ze bespelen fluit en viool. En een knikengel zorgt ervoor dat bij het deponeren van muntstuk in de gleuf, de engel een knikbeweging maakt. In het Westen kennen we drie wijzen (staan rechts) in het Oosten vier of acht. De drie wijzen symboliseerden de toenmalige bekende werelddelen. De namen zijn Casper, Melchior en Balthasar en de hadden goud, wierook en mirre bij zich.

 

 

Copyright © 2013 - Oud-Zevenaar - Wepdiezainer -

 

Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.

 

 

"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: