Buiten

St. Martinuskerk

Het kerkgebouw

De kerk van Oud–Zevenaar is een dubbelkerk. De kerk is gewijd aan Sint Martinus en de zuid beuk is gewijd aan Maria. De nok van de Martinuskerk is 20,15 hoog en de Mariakerk is 18,7 meter hoog. De kerk is 41 meter lang en 20 meter breed.

Het priesterkoor bevindt zich in het oosten (waarin in de lente de zon opkomt, men verwachtte veel heil).Ex oriënte lux.

De kerktoren in het westen, de richting waar de zon onderging, associeerde men met ondergang en duisternis.

Men betrad de kerk door de toren (ingang), de duisternis achterlatend. De toren heeft daarbij een afwerende betekenis. De richting naar het oosten bekende ook het goede.

Het zuiden met zijn overvloed aan licht was de woonplaats des Heren.

Het noorden als een oord van kilte en onheil.

Deze betekenis heeft in de middeleeuwen een grote rol gespeeld.

De kerk heeft een pseudobasilieke vorm met een neogotische zuidbeuk en heeft een grotendeels ingebouwde toren van 3 geledingen met boven de dubbele toegangsdeur een hoog spitsboograam. De begane grond van de toren wordt overwelfd door spitsbogen. De 1e verdieping van de toren bevat restanten van eerdere gewelven. Op de 2e verdieping hangen 3 luidklokken. In 2006 vielen natuurstenen montanten uit de galmgaten van de toren. Een montant, meneel of moneel is een stenen stijl in een kerkvenster. De herstelwerkzaamheden bleken niet gesubsidieerd te worden. De noodzakelijke werkzaamheden zijn in 2007 gelijktijdig met de werkzaamheden van het onderhoudsplan uitgevoerd. De toren wordt gedekt door een achtkantige ingesnoerde spits. De kerktoren is 38 meter hoog.

Het middenschip heeft een driezijdig gesloten koor en behoort met de noorderzijbeuk en toren tot de middeleeuwse bouw, in gotische stijl. Bij de restauratie in 1969 is ook het dak van de noorderzijbeuk verhoogd tot onder de daklijst van het middenschip waardoor de situatie van ca. 1400 gewijzigd werd in de situatie van voor 1866.

Aan de zuidzijde is op 8 december 1909 de Mariakerk in gebruik genomen ter vervanging van de zijbeuk uit 1865 met gelijke omvang als de noorderzijbeuk. Met de Mariakerk zijn ook de sacristie met traptoren en de koorzolder gebouwd onder architectuur van Jos Cuypers en Jan Stuyt.

Het verwarmingsgebouw dateert van 1950. De spits van de traptoren is tijdens de restauratie in 1969 verlaagd.

Binnen in de kerk

Ligging.

Oud-Zevenaar is een parel aan de ketting van Roomse steden en dorpen langs de oude Rijn. Aan de hand van gevonden scherven is vastgesteld dat er omstreeks de achtste eeuw ook in de buurt van de huidige kerk bewoning is ontstaan. Zelfs is het waarschijnlijk dat daar het centrum van bewoning was. Oorspronkelijk moet de kerk midden in het dorp hebben gestaan. Het opdringende water zorgde ervoor dat zij uiteindelijk nog net binnendijks kwam te liggen. De omgeving bestond uit een moerassige veen bossen en broeklanden waar nauwelijks iets eetbaars wilde groeien. De eerste bewoners bouwden hun met leem gedicht en met stro afgedekte hutkommen. Zij visten, jaagden op wild en deden al aan landbouw. De St. Martinuskerk staat op een bijzondere plek. De kerk heeft mogelijk lager gestaan, maar door ophogingen om de kerk, en dus ook noodzakelijk in de kerk, is de vloer verhoogd. De nissen in het priesterkoor en de diepliggende fundamenten van de vroegere bijgebouwen en de brede banden om de pilaren zijn daar aanwijzingen voor.

De kerk ligt in een bocht van de dijk op een deels afgegraven terp en ligt veel hoger dan het omliggende land. De kerk heeft een grotendeels ingebouwde toren van 3 geledingen met boven de dubbele toegangsdeur een hoog spitsboograam. Op de 2e verdieping hangen 3 luidklokken. De toren wordt gedekt door een achtkantige ingesnoerde spits.

De onderste 2 geledingen zijn deels opgebouwd uit tufsteen dat afkomstig is uit de Romaanse kerk dat tot de 14e eeuw hier heeft gestaan.

Tufsteen

Bij de laatste restauratie kwam men bij het uitbreken van het buitenmuurwerk kloostermoppen tegen.

Een kloostermop is een middeleeuwse baksteen van 27,28 cm lang, ca 14 cm breed en circa 6,5 cm hoog. De maten zijn globaal omdat het handvorm stenen zijn. Dus een stuk zwaarder en minder hanteerbaar dan onze huidige waaltjes. Deze stenen werden gemaakt door monniken, ze hebben diverse afmetingen doordat ze uit verschillende streken kwamen. Vervangend materiaal is tufsteen (verhit vulkanisch as), deze treft men aan in de toren. Tufsteen is in ons land niet te vinden, deze tufsteen komt uit de Eifel. Het is een lichte steen (dus ook goed te vervoeren) die erg poreus is, in de steen treft men bimskorrel aan, deze korrel verdwijnt na verloop van tijd. Zodat er veel gaatjes in de steen zitten.

In 2007 is de toren nog gerestaureerd, ze hebben een laagje van de tufsteen afgehakt en de voegen opnieuw aangebracht (terughakken).

Toren

Op St Vitusdag 15 juni in het jaar 1582 werden door de ruwe krijgers van de graven van Bergh de rijzige spits van de toren in brand gestoken. Onder het woeden van het vuur stortte de toren tussen de daken van de Martinus- en Mariakerk. In 1585 werd de gehavende toren hersteld, niet in de fiere gestalte van vroeger, maar in den droeven dwergvorm, die ontstaat uit kommer en kwel. De toren is  voorzien van een korte achtkantige spits. Oftewel  een zware nederrijnse  toren.

De overhoekse steunberen (contreforten) bewijzen dat de toren in het eind van de 15de eeuw is gebouwd.

Een tekening van de oude toren.

Weerhaan en bol

De windhaan of weerhaan is een windwijzer in de vorm van een haan. Sommige torenhanen zitten op een windkruis en/of op een metalen bol. Ze worden vooral geplaatst op de spits van kerktorens. Ze geven de richting van de wind aan. Deze dienden als afweermiddel, in de middeleeuwen dacht men dat zijn gekraai boze geesten kon verdrijven. Ook zou het zorgen voor warmte en vruchtbaarheid. De haan staat voor aanzien als toonbeeld van zorg en waakzaamheid. Als verkondiger van de nieuwe dag, kraait hij reeds bij zonsopgang en houdt de hele dag orde. Hij kraait bij vreemd bezoek en alle gevaar, hij beschermt allen die onder zijn hoede leven. Hij staat ook symbool als van de overwinning van het licht op de duisternis, ook als symbool voor Christus.

De haan werd een attribuut van de apostel Petrus en verwijst naar diens verloochening van Jezus en zijn berouw daarover (Markus 14:72). Onder de haan zit een koperen bol. Deze werd vroeger veel aangebracht om daar, in twee loden kokers , de bouwtekeningen van de kerk te bewaren. In geval van brand zal de toren omvallen en dan rolt de ronde bol uit het vuur en blijven de tekeningen behouden.

De glansbal is verwant aan de kerstbal.


Rijkmonument.


De Martinuskerk is een rijksmonument dat wil zeggen een onroerend goed dat om haar cultuurhistorische waarde door de rijksoverheid is aangewezen om te worden beschermd en behouden te blijven.

Kerkdeur hoofdingang


De dubbele kerkdeur is gemaakt van inlands eikenhout en het hang en sluitwerk is authentiek.





Merksteen

In de toren is een steen gemetseld waarop de hoogste waterstand in de 19e eeuw (15,525 mtr

boven NAP) staat aangegeven. Deze steen herinnert ons aan de watersnoodramp van januari 1809 toen op verschillende plaatsen de dijk doorbrak. De streep in de steen geeft de waterhoogte van die dagen aan. Anderen beweren dat dit alleen maar de hoogte aangeeft van 15.525 boven N.A.P.


Andreaskruis

In de buitenmuur aan de noordzijde is een Andreaskruis ingemetseld, iets wat in

deze streek in andere middeleeuwse gebouwen soms ook te zien bijvoorbeeld in

Huis Sevenaer.


Runentekens zijn afkomstig van de Etrusken en zouden ontstaan zijn rond 250 à150 v. Chr. Aangezien ze ergens werden in gekrast of gesneden, of met stokjes werden gevormd zijn al de tekens een combinatie van rechte lijntjes. Ze werden gebruikt als alfabet maar ook als ornament of magische boodschap. Een teken had dan ook veel meerbetekenis dan enkel maar een letter. In de loop der tijden wordt het teken letterlijk 'vermenigvuldiging'(vruchtbaarheid). "Bede tot een goede opbrengst"? Het christelijke St-Andrieskruisheeft een vergelijkbare betekenis.


Een verklaring kan zijn voor de oude (Germaanse) betekenis van het kruis:

•Het woord Maal (mallus,malus) zou verband houden met rechtsgeding, met de justitie zogezegd. Bij de Germaanse stammen die in onze streken woonden, de Friezen, de Saksen en de Franken, kende men de dingplaats, de plek waar recht werd gesproken.

•Malen betekent draaien. Een maalberg was in de Germaanse tijd een heilige plek: een 'draaiberg' oftewel trojaburcht. Dit was een plek waar kontakt gezocht werd met de goddelijke wereld, de plek van initiaties en speciale rituelen.

•Na de invoering van het christendom werd de specifieke betekenis van het symbool losgelaten. In de loop de eeuwen bleef enkel een onheil werend aspect nog over.

•Het teken is ook in de christelijke traditie bekend als Andreaskruis, herinnerend aan de apostel die volgens de overlevering op een dergelijk kruis de martelaarsdood zou zijn gestorven. Andreas is patroonheilige van de metselaars.

•Soms zie je verklaringen dat het een vruchtbaarheidsteken zou zijn vanwege die link met vermenigvuldigen.


Het maalkruis heeft mogelijk een betekenis gehad als teken dat er recht gesproken werd. Kerken en torens werden bij voorkeur gebruikt als plek om recht te spreken. En de boeven werden onder de toren in het cachot gestopt.

Kortom, een teken met tot zover al een vierledige betekenis: boze geesten en ziekten op afstand houden, plaats van rechtspraak, een plek waar contact gezocht werd met de goddelijke wereld, eerbetoon aan St Andreas en/of een vruchtbaarheidsteken.


Het maalkruis zien we op kerkmuren, op topgevels of in bovenlichten, maar ook de smid was er op zijn manier gevoelig voor en bracht het aan op muurankers.



Grafsteen


Naast de zij-ingang van de kerk is in de steunbeer de grafsteen ingemetseld van de Zevenaarse pastoor Pelgrom, fondeur van de Pelgromstichting.


Doopkapel

Aan de westkant naast de toren stond tot 1969 een neogotische doopkapel uit 1920. Deze werd afgebroken omdat het afbreuk deed aan de originele bouwstijl van de kerk. De contouren hiervan zijn nog goed zichtbaar.

Vroeger werden de doopkapellen buiten de kerk gebouwd omdat de kinderen niet de kerk in mochten daar ze nog niet gedoopt waren.

In de gehele buitenmuur zijn op meerdere plekken metselwerkafwijkingen terug te vinden; sporen van de vele verbouwingen en herstel door de eeuwen heen.






’t Olde Processiepad


De huidige dijkuitstulping is in 1854 verhoogd en enigszins aangepast. In november 1997 is het verharde voetpad op de dijk officieel met de naam ’t Olde Processiepad in gebruik genomen. Halverwege het processiepad is een tableau geplaatst met daarop de zichtpunten in de omgeving waaronder ook de plek van de zogenaamde Mauritsgaten, restanten van verdedigingswerken uit de Tachtigjarige Oorlog.



Grafkelder

Aan de zuidkant van de kerk bevindt zich de grafkelder van de familie de Nerée tot

Babberich. Op de kelder is een hardstenen zuil geplaatst waarop een ijzeren kruis en

aan de voorzijde voorzien van wit marmeren wapenschilden (meerminman met sabel) van de Nerée en Tellegen. Het monument is omgeven door een giet – en smeedijzeren hekwerk.

Toen de familie De Nerée de havezathe Camphuisen met al zijn rechten kocht, behoorde daaronder ook een gestoelte en grafkelder in de kerk en op het kerkhof. De grafkelder was wellicht een overblijfsel van de oude grafkelder van het geslcht Van heerde tot Camphuijsen. De tombe werd omstreeks 1846 verbouwd en vernieuwd. De grafkelder in de kerk mocht niet meer voor bijzetting gebruikt worden.


Achter dit grafmonument staat een treur es die kort na de ingebruikname van de kelder is geplant. De monumentale boom is de oudste treur es van Nederland


Historische zerken

Naast de grafkelder liggen op een betonnen ondergrond een aantal historische

zerken in 2005 verzameld en geplaatst door de werkgroep M’Ooy Oud-Zevenaar.

Een bijzonder grafteken valt direct op. Het grafteken in gietijzer van Albert W. Brands, bestaande uit aan de bovenzijde rijk met floriale motieven gedetailleerd latijns kruis waarop aan de onderzijde twee afzonderlijke objecten gemonteerd zijn. Op de kruising van de armen van het kruis bevinden zich de gietijzeren Letters “INRI”. Aan de onderzijde van het kruis bevindt zich een van een omlijsting voorzien in halfrelief uitgevoerde Maria- figuur, die vermoedelijk Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods voorstelt.



Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: