Geschiedenis

Geschiedenis

 

De Sint Martinuskerk te Oud–Zevenaar is een pseudo basiliek.

 

De laatgotische kerk bestaat uit:

 

- grotendeels ingebouwde toren

 

- middenschip

 

- smallere noordenzijbeuk

 

- zuider nevenschip

 

- priesterkoor

 

- koor

 

In het begin van de achtste eeuw bestond er een klooster ten zuiden van de Rijn in Rinderen bij Kleef. Dit klooster was aan Martinus gewijd en bezat in de weide omgeving bezittingen, boerderijen en landerijen. In 750 werd het klooster opgeheven en het grondbezit kwam in een Grundherrschaft, die aan het klooster van Echternach in Luxemburg overging. In de bewaard gebleven cijnslijsten komt de aanduiding Sivenar voor. Hieruit kan men concluderen dat omstreeks 720 - 730 een landgoed op het grondgebied van het huidige Oud-Zevenaar aan het Rinderense klooster behoorde. Met dit gegevens voor ogen mag men aannemen dat er een kerkje heeft gestaan. Een onaanzienlijk gebouwtje van hout, riet en leem.

In een register van kerkelijke tienden van 1276-1281 komt een Gerlach (parochieherder) de Sevenaer voor, hetgeen erop schijnt te wijzen dat de parochie Zevenaar in die tijd al bestond. Rond 1350 werd de kerk vervangen door grotere gotische ruimten, dit houdt verband met de grote bevolkingsgroei en welvaart. In de kerk vinden we geen Romaanse elementen meer, wel werd er tufsteen gebruikt, dit verraadt dat er een kerk uit de Romaanse periode moet zijn geweest. Tufsteen kwam als bouwmateriaal uit het Rijnland. Sedert de 13de eeuw gebruikte men uit de omgeving gefabriceerde bakstenen. Uit een bewaard gebleven akte blijkt dat de kerk van Oud-Zevenaar onder het patronaat van Kleef (Kleve) staat. Hieruit kan worden afgeleid dat Kleef reeds in deze tijd rechtsmacht in Oud -Zevenaar bezit.

 

Omstreeks 1345 wordt de (huidige) kerk in Oud-Zevenaar gebouwd. Vermoedelijk is na het gereed komen van de kerk een deel van Oud-Zevenaar bij een overstroming verzwolgen door het Rijnwater waarbij men de kerk juist heeft kunnen behouden. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat de kerk in onze tijd feitelijk buiten gedijkt is. In 1431 wordt aan de zuidzijde van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk wordt een Mariakerk gebouwd. De stichtingsbrief dateert van 2 februari 1431. Gedurende vele eeuwen heeft deze kerk als belangrijk bedevaartsoord gediend met een enorme Mariaverering en een niet aflatende stroom pelgrims. De grote trekpleister hierbij is de madonna met kind geweest.

Ridder Johan van de Loo (Loe), ambtman van de Liemers, keurt de financiering in 1454 goed voor de herbouw van de afgebrande toren van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. Het geld voor de bouw wordt door de lokale adel bijeengebracht. In 1467 doet Ridder Johan van de Loo een schenking om jaarlijks rogge uit de Byvanck te Beek uit te delen aan de Oud-Zevenaarse armen. Ridder Johan van den Loo (Loe) sterft in 1476 en wordt overeenkomstig zijn wens in de kerk van Oud-Zevenaar begraven. In 1521 wordt Zevenaar een eigen parochie binnen de stadsmuren en de St. Martinuskerk is de parochiekerk voor Holthuizen, Grieth, Zweekhorst, Ooy, Babberich en Oud-Zevenaar.

In 1852 komen Grieth en Zweekhorst bij de parochie Zevenaar en Babberich wordt pas in 1971 een zelfstandige parochie. Dit betekende dat mensen uit het Grieth en de Zweekhorst ruim driehonderd jaar moesten kerken in Oud – Zevenaar en gingen dan via een kerkenpaadje met een bruggetje over de sloot (AA) nabij de huidige Schoolstraat te Zevenaar via Poelwijk richting kerk.

De Kerkstraat in Zevenaar is in die tijd vernoemd omdat mensen die net buiten de stadsmuren woonden dan naar Oud Zevenaar naar de kerk gingen.

In 1553 wordt Hendrik Huitinck pastoor in Oud-Zevenaar. Tijdens zijn pastoraat vindt een deel van de verschrikkingen van de Tachtigjarige Oorlog plaats. In 1572 wordt de gotische spits van de Oud-Zevenaarse kerk op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De spits verwoest in haar val de kerk.

De gedeeltelijk vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar

Uit een in 1573 in opdracht van de Spaanse koning door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd. Op de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend. In 1580 gaat Oud-Zevenaar gebukt onder het oorlogsgeweld van de Tachtigjarige Oorlog en pastoor Henric Huetinck zoekt een veilig heenkomen in Zevenaar met medeneming van kerkelijke kostbaarheden.

In 1599 wordt Zevenaar door brand getroffen. Bij deze brand gaat het parochiearchief van Oud-Zevenaar, dat binnen de stad in veiligheid was gebracht, verloren.

In 1616 zijn de herstelwerkzaamheden aan de Oud-Zevenaarse kerk na de verwoesting door oorlogshandelingen in volle gang. De kap met een houten dak is op het middenschip geplaatst en met leien bedekt. Het zal echter nog 250 jaar duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm zal terughebben.

 

In 1585 wordt de Oud-Zevenaarse kerk door oorlogshandelingen in een ruïne veranderd. Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond.

In september 1598 liggen Hollandse soldaten onder leiding van Maurits in stelling rond de Oud-Zevenaarse kerk en op de Gelderse Waard, waarbij Hollanders en Spanjaarden elkaar met grof geschut beschieten. Onder meer de Oud-Zevenaarse pastorie wordt door brand verwoest en pastoor Theodorus Lengel Sr. vlucht naar Zevenaar-stad.

Op 22 maart 1670 sterft de Oud-Zevenaarse pastoor Theodorus van Lengell. Hij zorgde ervoor dat het Mariabeeldje weer terug komt in Oud-Zevenaar. Deze pastoor zorgt ook voor de verdere aankleding

van de kerk met: een Antwerps hoogaltaar, het huidige St. Jozef altaar, klokken, en het beeld St. Anna-te-drieën dat nu in het Catharijnenconvent in Utrecht staat. Na zijn dood wordt uit zijn nalatenschap voor tweehonderd gulden een monstrans gekocht. Pastoor Van Lengell wordt opgevolgd door de uit Emmerich afkomstige pastoor Hieronymus Killer, die pastoor blijft tot 1704.

Gedurende het pastoraat van laatstgenoemde wordt aan de zuidzijde van de kerk, in de verwoeste Mariakerk, een Mariakapel opgericht.

In 1720 wordt de uit een Zevenaarse magistraatfamilie afkomstige Henricus Becher R.K pastoor van Oud-Zevenaar. Hij zal dit gedurende een periode van ruim een halve eeuw tot 1772 blijven.

Een 19e eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse (Alt Sewenaer) St. Martinuskerk met daaromheen het kerkhof

In 1825 beschrijft Pastoor G. Mulder van Oud-Zevenaar de wonderbaarlijke gebedsgenezing van het meisje Maria Gustenhoven, die al vele jaren lijdt aan zeer ernstige kramp- en zenuwtoevallen.

In 1834 laat het kerkbestuur van Oud-Zevenaar aan de overzijde van de Kerkweg een nieuwe school bouwen. Hoofdmeester is Theodorus van de Kamp. In 1837 telt de parochie Oud-Zevenaar (in die tijd omvattende Oud-Zevenaar, Babberich, Grieth, Kwartier, Ooy, Zweekhorst en Holthuizen) 349 huizen en ongeveer 2.200 inwoners, waarvan ongeveer 2.050 Rooms Katholiek en 130 Hervormd. Het overgrote deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw.

Tot omstreeks 1840 vinden in volle luister Mariaprocessies vanuit Elten, Groessen, Duiven, Pannerden en Loo naar Oud-Zevenaar plaats. Na 1840 stoppen deze georganiseerde bedevaarten geleidelijk; vermoedelijk omdat de "moderne" pastoor Mulder deze achterhaald vindt. In het begin van de 20e eeuw zal de Maria-devotie in Oud-Zevenaar echter weer met kracht herleven en komen de georganiseerde processies weer in zwang.

 

Tussen 1906 en 1909 wordt de huidige Mariakerk gebouwd. Het orgel wordt dan door zoon J. Schwartze uit Anholt in 1911 gerenoveerd en verplaatst vanuit de toren naar de nieuwe koorzolder boven de sacristie. In 1906 wordt aan de Dijkweg (Lijkweg) in Oud Zevenaar een nieuw kerkhof ingezegend door Deken S. van Os, pastoor van Zevenaar. De oude begraafplaats rondom de kerk, die vele eeuwen als zodanig dienst heeft gedaan, wordt decennia later geruimd met uitzondering van het familiegraf van de Neree. In 1912 wordt C. Th. Voss pastoor in Oud-Zevenaar. Hij zal dit blijven doen tot 1932. Pastoor Voss staat bekend als weldoener voor de armen en is de eerste pastoor die aan de Dijkweg te Oud-Zevenaar begraven wordt. In 1858 wordt het Schwartze orgel geplaatst op de koorzolder onder de toren. Oorspronkelijke delen uit dit orgel zijn in het huidige orgel verwerkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

De versierde Martinuskerk (1916) t.g.v het jubileum van pastoor Voss.

Op 10 oktober 1916 komen uit de parochie Gendringen, 180 pelgrims op bedevaart naar Oud-Zevenaar ter ere van de Heilige Maria. Op 8 september 1919 komen 125 bedevaartgangers uit de parochie Pannerden naar Oud-Zevenaar ter verering van de Heilige Maria. Na zijn priesterwijding op 25 juli 1926 wordt de vooral in latere tijd in R.K kringen vermaard geworden Herman (H. J. H. M) Fortmann enige tijd kapelaan in de R.K parochie Oud-Zevenaar. In latere jaren wordt Fortmann onder meer hoogleraar aan het seminarie Rijsenburg en de Rijks Universiteit Utrecht. In 1950 wordt hij belast met de oprichting van het filosoficum Dijnselburg in Huis ter Heide bij Zeist, waar toekomstige priesters vele decennia hun wijsgerige en theologische opleiding ontvangen. Ook tegenslagen zijn hem niet bespaard gebleven.

H.J.H.M Fortmann (1904-1968)

 

 

 

In 1931 krijgt de Oud-Zevenaarse kerk prachtige gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas.

Joep Nicolas (1897 - 1972).

 

Op 30 december 1942 worden de klokken van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk door de Duitsers uit de toren gehaald.

"Klokken uit de toren, de oorlog is verloren", zeiden de mensen toen.

De klokken.

Tot in het begin van 1900 was het in de Liemers gebruikelijk om in de namiddag van 24 december een tijdlang de klokken te luiden. Dit zogenaamde Heiligavondluiden was bedoeld om de mensen eraan te herinneren dat de volgende dag een belangrijke feestdag was. Tijdens het Heiligenluiden in de winter van het jaar 1828 barstte één van de klokken in de Oud-Zevenaarse toren. Het was een klok die in 1669 was gegoten.

Deze klok is de oudste waarvan we het bestaan kennen. Ongetwijfeld hebben in de kerk de klokken van een oudere datum gehangen maar daarvan zijn geen gegevens bewaard gebleven. Ondermeer een klok die in 1664 is gegoten door Peter van Trier voor de R.K. Kerk in Oud-Zevenaar, de Mariaklok.

De vernielingen in de Tachtigjarige Oorlog hebben niet alleen de middeleeuwse klokken verloren doen gaan, maar teven s de archiefstukken.

De klok, die het in de Kersttijd van 1828 begeven had, werd al spoedig ‘vergoten’. De klok woog 1580 pond Kleefs, d.w.z. 790 pond Nederlands. Pastoor G. Mulder pastoor van Oud-Zevenaar, noteerde het opschrift alvorens de klok in de smeltoven verdween:

Gij burgers van AltSevenhaer! Die bid Stond ik U openbaar S. Martinus est nomen meum

Theodorus Lengel Pastoor ….. Eijckholt Kerkmeester

Johan van Heerde tot Camphuisen

Erfdijkgraaf van babburg en Holthuisen

J. Vrijheer van Lottum Ambtsman in de Liemers en Huissen

Petrus Trevisensis me fecit 1669

Trevisensis , de Nederlandse naam is van Trier, veel mensen lieten hun naam latiniseren, oftewel omzetten in het Latijn, zoals Masius, Maas

 

Vijf jaar eerder, in 1664, heeft Peter van Trier ook een klok voor Oud-Zevenaar gegoten. Deze klok was volgens aantekening in het Kerckeboek van pastoor Lengel toegewijd aan Maria en woog 2443 pond. De totale kosten waren,1927 gulden en 18 stuiver. Dit bedrag werd door de bewoners bijeengebracht en binnen twee jaar aan de klokkengieter betaald. Opvallend is dat ook bewoners van de Gelderse Waard en zelfs enkele personen uit Herwen en Aerdt een bijdrage leverden. Volgens het Kerckeboek moet erop gestaan hebben:

Maria, Sicut et Dei purae inprassam refert imaginem.

Deze klok was geen lang leven beschoren. In 1734 omtrent het feest van St. Michiel (29/9) barstte de klok toen men de overleden prins Filip van Brandenburg, naar het gebruik van de tijd, langdurig ‘overluidde’. Peter van Trier stamde uit een bekend geslacht van klokkengieters, die in de zestiende en zeventiende eeuw van Aken, later vanuit Nijmegen, Bemmel en Huissen klokken leverden in het gehele land tussen Maas en Rijn en ver daarbuiten.

 

Jean Petit

De gebarsten Maria-klok van Peter van Trier vormde ongetwijfeld dat klokkengieter Jean Petit in het jaar 1737 een klok voor Oud-Zevenaar kon gieten. Deze Jean Petit was een telg uit de bekende Lotharingse klokkengieters familie Petit en Jullien. Deze betrekkelijk kleine klok was volgens het opschrift geschonken door het St. Anna-gilde. In het streekarchief van Zevenaar bewaart men een afwrijfschel op papier dat in de decembermaand van 1942 werd gemaakt alvorens de klok t.b.v. de Duitse wapenindustrie werd afgevoerd. Volgens dit archiefstuk droeg de klok de opschriften:

E.V. Hecking SK M Raht en Rent MR Henr Becher Pastor Herm Eickhold Kerck Mr Jean Petit me fecit anno 1737.

P.A van heerde tot Amphuysen Erfdgr in Babb en Holthuysen Captain van S. Anna Gild. Vergoten op costen van S. Anna Gild in Babb en Holthuysen.

Verder stond er onder een opgegoten reliëf voorstellende St. Anna-ten-Drieen de bede:

S.Anna ora pro nobis.

Helaas zijn in het eigen archief van het Gilde geen stukken aanwezig waarin meer te vinden is over deze unieke gildeklok.

 

Peter Boitel

Reeds spoedig nadat in de winter van 1828/29 de St. Martinusklok, gegoten door Peter van Trier, was gebarsten, deed zich een gunstige gelegenheid voor om de klok te hergieten. Klokkengieter Peter Boitel had een opdracht in Huissen en wilde tegen een gunstige prijs het karwei op zich nemen. De parochianen konden naar eigen goeddunken inschrijven voor een bepaald bedrag. Spoedig was het totaal van de toegezegde bedragen groot genoeg zodat de zaak financieel rond was. Op 13 juni ondertekende Peter Boitel en Pastoor G. Mulder een contract waarin de vergieting werd geregeld. Op 5 augustus werd de klok naar Huissen gebracht en daar gewogen. Een week later is de nieuwe klok gegoten en op 14 augustus naar Oud-Zevenaar gebracht. Het volgende opschrift was aangebracht:

SanCto Martino tUronensl EplsCopo hUIUs AeDls Patrona a plls paroChlantls reno Vata G. Mulder Pastoor J.W. Bodd Kapellaan en P. van der Camp Koster F.J. de Nerée Heer van Baaberick en Kamphuisen President W. van Egeren en D. Harmsen leden van den kerkenraad J.Fontein, J. van Egeren en H. van kempen Kerkmeesters P.Boitel me fudit 1829

 

Petit en Edelbrock

Blijkens een aantekening van pastoor Oosterink in het kerkarchief waren in de jaren zestig van de negentiende eeuw twee grote klokken gebarsten. Uit de rand van beide klokken waren zelfs stukken gevallen.

Op 17 november 1864 werd een overeenkomst gesloten met de firma Petit en Edelbrock in het Westfaalse Gescher voor het vergieten van deze slechte klokken. In het voorjaar van 1865 waren de nieuwe klokken gereed en werden vanuit Gescher naar Oud-Zevenaar gehaald. Bij de grens moest een bedrag van 87 gulden en 66 cent aan invoerrechten worden betaald.. Op 9 mei 1865 werden de beide klokken gewijd door J. Westerman, de deken van Doesburg waaronder Oud-Zevenaar hoorde. De grote klok werd toegewijd aan de Onbevlekte Ontvangen Maagd Maria, de kleine aan St. Martinus.

De grote of Maria klok had het opschrift.:

Sancta Maria immaculata concepta G.I. oosterik pastor L.W. Brugman kapl E.Bos. Verhoeven, E. Bergervoet, H. Reitger kerkm

Petit en Edelbrock me fuderunt.

 

Onder een opgegoten reliëfje voorstellende Maria stond de tekst;

Ora pro parochianis.

Op de kleine of Martinusklok , de vergieting van de klok van Boitel , stond in releif St. Martinus afgebeeld. De tekst luidde:

S.Martinus episcopus patrocinetur suos Petit en Fra Edelbrock me fuderunt 1865

 

In december 1942, enkele dagen voor Kerstmis, werden in de gehele Liemers de klokken uit de torens gehaald en begin januari 1943 naar een opslagplaats in Doesburg gebracht. Vandaar werden de klokken naar Tilburg vervoerd waar ze onderworpen werden aan een nader onderzoek naar de kunstwaarde. Slechts enkele klokken werden daar uitgeselecteerd ombewaard te blijven. De toen nog geen 100 jaar oude klokken van Petit en Edelbrock voldeden niet aan de criteria en werden zoals vele andere klokken naar Hamburg verscheept en verdwenen daar in de smeltovens. Ook de uniek gildeklok van Jean Petit uit 1737 ging deze weg.

In 1947 werd weer een klok in de toren gehangen die gewijd is aan St. Martinus. Een randschrift houdt daarop de herinnering leven aan de sombere oorlogstijd.

 

De nieuwe klokken

Na precies 50 jaar is de monumentale Martinuskerk weer drie klokken rijk.

De twee klokken zijn op 29 april 1992 gegoten bij de Koninklijke klokkengieterij Petit en Fritsen te Aarle Rixtel.

Martinus, de deelzame, moge ons brengen tot meeleven en meedelen met elkaar;

Maria, de moeder van smarten, zij moge ons brengen tot geduld en geloof in ons lijden;

Franciscus, de man van vrede, hij moge vrede brengen in ons leven, in ons gezin en onze families, in ons dorp en onze parochie.

Martinus,Maria en Franciscus: bidt voor ons.

 

Met zo maar een druk op de knoppen in de sacristie roept de koster ons naar de kerk.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 14 maart 1958 wordt pastoor Scholten geinstalleerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto Liemers Museum.

H.J. Knippers is pastoor in Oud-Zevenaar in de periode 1946 - 1964

Hij is de opvolger van pastoor Hageman, pastoor in de periode 1932-1946. Knippers is begraven op de begraafplaats in Oud-Zevenaar op een ereplaats voor de kapel met het kruisbeeld en de beelden van Maria en Johannes. (Foto feb 2013)

 

In Oud-Zevenaar vindt op 3 oktober 1965 voor de laatste (?) keer een georganiseerde bedevaart ter ere van de H. Maria plaats. Gedurende diverse perioden in de geschiedenis vanaf het eind van de middeleeuwen is de Oud-Zevenaarse parochiekerk het bloeiende middelpunt geweest van een sterke Mariaverering.

Uit de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk wordt in 9 juni 1975 een zeer waardevol Mariabeeld, een albasten piëta, gestolen. Eeuwenlang is de Martinuskerk een bedevaartskerk, waarbij dit Mariabeeld een belangrijke trekpleister is voor de vele pelgrims.

In 1981 heeft glazenier Geutjes uit Venlo de gebrandschilderde ramen gerestaureerd.

In Oud-Zevenaar herdenkt pastoor G.J. Scholten op zondag 6 juli 1989 dat hij vijftig jaar geleden tot priester is gewijd.

Gerrit Scholten is geboren op 4 januari 1915 in Denekamp en gaat in 1927 naar het klein-seminarie in Culemborg; vervolgens in 1933 naar het groot-seminarie Rijsenburg bij Driebergen. Op 23 juli 1939 vindt de priesterwijding plaats. Vervolgens wordt hij kapelaan in Munsterseveld, Vinkeveen (gedurende de oorlogsjaren), Deventer en Arnhem en pastoor in Spijk en vanaf 14 februari 1964 tot 1990 is hij pastoor in Oud Zevenaar.

 

 

Op 1 december 1991 wordt pastor van Doorn officieel benoemd tot pastor van de parochie Sint Martinus. Na een lange periode van de behoudende pastoor Scholten is dit toch wel een grote overgang. Met allerlei activiteiten weet hij al snel een plaatsje binnen de gemeenschap te veroveren. Hij loopt vooraf de dienst vaak door de kerk met een “big smile” om de mensen te verwelkomen. Sommige parochianen hebben af en toe de neiging om een paraplu mee te nemen of een regenkapje op te zetten. Want als de pastor een emmer wijwater tot zijn beschikking heeft, kan iedereen volop meegenieten.

In 1992 krijgt de Martinusklok gezelschap van de Maria- en de Franciscusklok.

Op 5 augustus 1997 viert pastor van Doorn zijn 40-jarig priesterfeest.

 

In 2005 wordt de toren en de windvaan gerestaureerd.

In 2013 worden het kruis, de haan en de bol gerestaureerd.

 

Op 1 januari 2009 gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

 

 

In 2013 worden het kruis, de haan en de bol gerestaureerd.

Nieuw Sint Martinusvaandel

 

Tijdens de processie op 21 juni 2015 werd het nieuwe Sint Martinusvaandel gewijd, dat gemaakt werd door Jeannet Scholten.

 

 

Copyright © 2013 - Oud-Zevenaar - Wepdiezainer -

 

Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.

 

 

"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: