Martinus

St. Martinuskerk

Martinus

Omstreeks 11 november 397 na Christus overlijdt op ongeveer tachtigjarige leeftijd de later heilig verklaarde monnik Martinus.

Hij is de grondlegger geweest van een klooster dat de bakermat is geworden van het monnikenwezen in West-Europa.

In de loop der tijd is Martinus (Maarten) onder meer door zijn enorme onbaatzuchtigheid uitgegroeid tot een van de meest populaire heiligen in de katholieke kerk. In onder meer Oud-Zevenaar is de katholieke kerk toegewijd aan de heilige Martinus. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Angerlo, Lathum, Giesbeek, Elten, Didam, Doesburg, Herwen en Pannerden.

Oftewel Sint Maarten werd in 316 geboren in de plaats Sabaria, in Hongarije. Zijn vader was officier in het leger van de Romeinen. Op zijn vijftiende nam hij dienst bij het Romeinse leger in Gallie. En op zijn achttiende jaar liet hij zich dopen en werd monnik.

Op een winterdag kwam de soldaat voor de poorten van de stad Amiens een halfnaakte bedelaar tegen. Martinus sneed toen zijn soldatenmantel met zijn zwaard doormidden en gaf de helft aan de bedelaar.

In 372 werd hij bisschop van Tours. St. Martinus ook wel genoemd Martinus van Tours, draagt de titel “De apostel van Frankrijk”.

Martinus was tegen geweld en wilde ook de heidenen met zachtheid tegemoet treden.

Hij werd vergeleken met de barmhartige Samaritaan. Het door hem gestichte klooster Marmoutiers was een centrum van strijd tegen het arianisme en het heidendom.

Op 8 november 397 stierf hij aan een hartaanval. Hij is de eerste heilige die niet als martelaar stierf. Hij ligt in zijn sarcofaag in de basiliek van Tours in Frankrijk.

Op 11 november is het feest van de heilige Martinus, hoewel dit niet zijn sterfdag is. Meestal gedenken we de heiligen op de sterfdag, want dit is de geboortedag in de hemel. Toch is 11 november zijn dag geworden. Dat komt omdat vroeger dit de dag was van het nieuwjaar van de boeren. Op die dag gingen de boeren in de Liemers de pacht voor het volgend jaar betalen. Het feest van de God Mars ligt waarschijnlijk ten grondslag aan oud Martinusfeest.

Martinus betekent n.l. " man van Mars".

Bij de Romeinen was 11 november het begin van het inluiden van het nieuwe licht.

Deze oude lichtfeesten kregen later een christelijke inhoud kinderen zingen liedjes aan de deuren met hun lampionnen in de hoop op snoep.

 

Sint Maarten bisschop, toen van alle landen

‘s avonds met een lichtje lopen, is voor ons geen schande.

Hier woont wel een rijk man, die ons wel wat geven kan

God zal hem lonen met honderdduizend kronen

Met honderdduizend lichtjes aan daar komt sint maarten aan.

 

Jaarlijks houdt men rond de feestdag, 11 november, een lampionnen optocht door het dorp en ontsteek men een St. Maartensvuur.

Voor de kinderen is Sint Maarten super spannend.

Want wat is niet leuker dan ‘s avonds laat met je vriendje of je vriendinnetje mee te lopen in de optocht. In de ene hand een brandende lampion en in de andere hand een tas, die na afloop goed gevuld is met snoep. De fakkels van vroeger zijn vervangen door lampions. Waarmee symbolisch de boze geesten werden verjaagd. Sommige creatieve ouders maken zelf lantarentjes van uitgeholde suikerbieten, kalebassen of koolrapen met een waxinelichtje erin.

Er zijn veel kerken naar hem genoemd. Groningen, Utrecht, in deze streek al meer dan 16 inclusief de steden lang de Rijn in Duitsland.

Er zijn ook dorpen naar hen genoemd:

Sint Maarten, Maartensdijk,St. Maarten is de patroon van bekeerde dronkaards, van herders en van vee.

 

Sint Maarten's optocht

Gebrandschilderd raam van Joep Nicolas (Grand prix Parijs) 1925

Op de dag voor Sint Maarten kunnen de kinderen een mooie lampion maken door een suikerbiet of een pompoen uit te hollen of ze kunnen een lampion maken van een fles.

11 november is de dag, dat mijn lichtje, dat mijn lichtje,

11 november is de dag, dat mijn lichtje branden mag.

Dit bekende liedje wordt op de dag van Sint Maarten nog steeds door kinderen gezongen. Ook door de kinderen in Oud Zevenaar, waar de kerk aan de heilige Martinus is toegewijd. Ook de harmonie van Oud- Zevenaar draagt de naam van Sint Martinus. In de Martinuskerk begint rond een uur of zeven een korte gezinsviering om de naamdag te vieren. De pastor praat met veel enthousiasme over de heilige Martinus. Zo betrekt hij de kinderen op een leuke manier bij het roemrijke verhaal over Martinus en zijn mantel.

Na het zingen van het Sint Maarten lied gaan de kinderen naar buiten. De ouders steken het kaarsje aan dat in de, vaak zelf geknutselde, kleurrijke lampion wordt vastgezet. De optocht vertrekt vanaf het kerkplein met muziek. Voordat de stoet in het donker over de Oud -Zevenaarsedijk trekt, verschijnt een paard met daarop de heilige Martinus met daarnaast in een vodden geklede bedelaar, vaak een kind uit de Oud-Zevenaarse gemeenschap. De stoet geeft een mooi, feeëriek beeld met op de achtergrond de zwak verlichte toren van de Martinuskerk. Alleen het licht van de lampionnen is nog zichtbaar. De kinderen lopen vanaf het Kerkplein, Kerkweg,Oud-Zevenaarsedijk, Oud-Zevenaarseweg, Martinusweg, Leemkuylweg, Hofweg, naar het grasveld van het Park De Tichelkamp, waar het Sint Maartensvuur wordt aangestoken. Hier worden onder andere houten pallets verbrand. Onder het genot van warme chocolademelk, staat iedereen bij het vuur te kijken. De pastor vertelt nog een verhaal over Martinus, want de heilige hoort bij Oud-Zevenaar, dat is al jaren zo. Hierna is er voor iedereen nog een versnapering.

 

Joep Nicolas

 

Joep Nicolas was een Nederlandse glazenier, kunstschilder en tekenaar, geboren op 6 oktober 1897 in Roermond en overleden op 25 juli 1972 in Steyl.

Josephus Antonius Hubertus Franciscus (Joep) Nicolas wordt beschouwd als een vernieuwer in de glasschilderkunst in de 20e eeuw.

Het werk van Joep Nicolas is expressief, expressionistisch en kleurrijk. De christelijke symboliek speelt een grote rol. Hij beschouwde het lood niet alleen als functioneel, maar ook als onderdeel van de compositie; zo trok hij de loodlijnen soms dwars door personen heen. Sommige van zijn werken zijn abstract. In Amerika wordt zijn werk zakelijker en minder romantisch.

Nicolas bedacht ook enkele technische vernieuwingen in de glasschilderkunst, onder andere het vermurail (muurglasschildering), grisaille (glasschilderverf) en het gebruik van opaline (dun melkglas).

Biografie

Nicolas werd geboren in de Lindanusstraat in de bisschopsstad Roermond als zoon van glazenier Carolus Antonius Hubertus Nicolas en Henriette Marie Josephina Hortense Schieffer. Het vak leerde hij in het goedlopende atelier voor gebrandschilderd glas van zijn vader Charles Nicolas, dat in 1855 opgericht was door zijn opa Frans Nicolas. De 3 glas-in-lood ramen in het priesterkoor zijn

omstreeks 1900 gemaakt door atelier F. Nicolas (Frans Nicolas en zonen Charles en Francois) en stellen 3 levensfases van Sint Martinus voor: doop (links), bouwer van een klooster (midden) en bedelaar (rechts).

Samen met zijn twee broers en zuster kende Joep een onbezorgde jeugd, waarop het rooms-katholicisme een zwaar stempel drukte. Joep kreeg een degelijke, burgerlijke opvoeding, met Frans als omgangstaal en een gymnasiumopleiding aan het plaatselijke Bisschoppelijk College.

In de zomer van 1922 - toen Nicolas tijdens een militair verlof zijn ouders in Roermond bezocht - ontmoette hij op een tennisbaan de Belgische Suzanne Nys, een telg uit een textielhandelaarsfamilie, op wie hij verliefd werd. Bij toeval hoorde de opnieuw opgeroepen reserve-sergeant van Amsterdamse vrienden over het bestaan van de Vigeliusprijs. Nicolas waagde een kansje en toog in de kazerne hard aan het werk met een doek, getiteld: De droefenis om den dood van Christus. Tegen ieders verwachting in viel hij in 1923 met dit schilderij in de prijzen.

In 1924 trouwde hij met de Belgische beeldhouwster Suzanne Nys (Suzanna Melania Charlotta Maria Nys (1902-1984)) waarna het paar in Groet (Noord-Holland) ging wonen. Uit dit huwelijk werden in 1925 en 1928 de dochters Claire en Sylvia geboren.

 

Nicolas maakte vooral naam met zijn tientallen kerkramen, zoals die in de Sint Martinuskerk in Oud Zevenaar (1931), het 'Laatste Oordeel' in de Grote Kerk van Hulst (1934), een groot roosvenster voor de Belgische abdij van Orval (1936) en 'Opstanding' in de kerk van het West-Brabantse Wouw (1937). Daarnaast verfraaide Nicolas ook heel wat openbare gebouwen met kleurrijke vensters. De glazenier diende zelf gelovig te zijn en over voldoende bijbelse en iconografische kennis te beschikken. In Wij glazeniers (1938) hield Nicolas een warm pleidooi voor geïnspireerd werk en vakbeheersing. Hij introduceerde ook enige vernieuwingen: de vondst en toepassing van opaline (: dun melkglas, waarop hij in 1937 octrooi nam), het gebruik van grisaille (: glasschilderverf) en de techniek van het meerkleurige vermurail (: muurglasschildering). Na de Tweede Wereldoorlog wist hij de arbeidsintensieve vervaardiging van het glas-in-lood door nieuwe technieken te bekorten.

In 1939 vertrok Nicolas naar de Verenigde Staten, hij werd er Amerikaan en werkte voor het atelier van Harold Rambuseh. Het verblijf van Nicolas in de Verenigde Staten bleek geen onverdeeld succes. Vooral in het begin was het sappelen. Suzanne moest beeldhouwlessen geven, en er werd financieel bijgesprongen. Negentien jaar lang woonde Nicolas in de Verenigde Staten, een verblijf dat hij als 'een retraite in de woestijn' zou omschrijven. Toen allengs de druk om terug te keren naar zijn verwoeste vaderland groter werd, sloeg bij hem de twijfel toe. Nicolas zou nog tot en met juni 1958 pendelen tussen zijn huis in Islip op Long Island en Nederland, vooraleer hij en Suzanne zich in 1958 opnieuw vestigden in Limburg, en wel in Steyl in de buurt van Venlo. Nadat hij in 1953 de Amerikaanse nationaliteit had verworven, herkreeg hij bij wet van 30-3-1961 (Staatsblad nr. 104) de Nederlandse nationaliteit.

De wederopbouw in Nederland samen met zijn opdrachten in de Verenigde Staten bezorgde Nicolas opnieuw veel werk. In 1955 kreeg hij de opdracht om de ramen voor de Oude Kerk in Delft te maken, waaraan hij in 1958 begon. Deze ramen (het laatste werd geplaatst in 1972) zijn zijn bekendste werk. In 1956 maakte hij een eerste 'Bevrijdingsraam'. Nadat hij de Verenigde Staten verruild had voor Nederland kon hij zich vanaf 1958 aan zijn magnum opus te wijden. Op 13 juni 1964 kon hij de laatste van de 24 ramen officieel overdragen aan de kerkvoogd.

In 1963 bij de voltooiing van zijn Delftse ramen, werd de altijd onvermoeibare Nicolas getroffen door een lichte beroerte. Als stevige whiskydrinker moest hij de fles voortaan laten staan en diende hij het kalmer aan te doen. In 1964 schreef hij zijn dochter Claire: 'Mijn legende loopt af en ik weet niet eens hoe ik er een keurig slot voor moet verzinnen'.

Zijn laatste opdracht voor drie koorramen in de Utrechtse Sint Catharinakerk voerde Nicolas uit in 1966.

Eind juli 1972, ruim twee maanden na de onthulling van zijn laatste raam, stierf Nicolas thuis aan een hartaanval. Overeenkomstig zijn wens werd hij begraven aan de voet van de basiliek van Sint Odiliënberg.

Joep Nicolas was een temperamentvolle, innemende, soms overdonderende persoonlijkheid. Hij genoot intens van het leven, was een onderhoudend causeur, een gulle gastheer en 'un homme à femmes' met een 'chaotisch liefdesleven' (Nicolas White, In glas gebrand, 11). Nicolas was een formidabel netwerker met een groot gevoel voor publiciteit, die de pers vaak naar zijn hand wist te zetten. Hoewel niet gespeend van zakelijk talent, raakte hij door zijn overdadige levensstijl soms in grote geldzorgen.

 

Copyright © 2013 - Oud-Zevenaar - Wepdiezainer -

 

Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.

 

 

"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: