flora 3

Flora 3




ANAGALLIS ARVENSIS


Guichelheil





Naamgeving

Guichel is een afgeleide vorm van het niet meer gebruikte woord guich dat gekheid betekent. Volgens Linnaeus is de naam afgeleid van het Griekse Anagelao wat zoveel betekent als “ Ik lach”. Dat kan ook wel omdat de plant werd aangewend om depressiviteit of melancholie te verdrijven. Het Oudnederlandse guichel betekent razernij, dolheid en gekheid, het tweede deel van de plantennaam “heil” is afgeleid van het werkwoord helen.


Plantkenmerken

Guichelheil behoort tot de sleutelbloemfamilie, maar de plant wordt ook wel “rode muur” genoemd en inderdaad vertonen de blaadjes wel gelijkenis met vogelmuur. Het is een eenjarig plantje met een  vierkante, onbehaarde stengel, waaraan de gladde eironde bladeren kruisgewijs tegenoverstaand zijn en het bloeit de hele zomer.  Uit de oksels komen de lange dunne bloemstengels. Een bijzonder fraai gezicht zijn de schotelvormige bloempjes waartussen de omwindselblaadjes te zien zijn. De plant wordt ook wel “Heil der zotten” genoemd. In de regel openen de bloempjes zich bij zonnig weer om ongeveer negen uur en sluiten ze zich weer omstreeks twee uur.


Geneeskunde

Zo zou ze gunstig werken bij geestesziekten en lijders aan hondsdolheid kunnen genezen. Maar alle gekheid op een stokje: van het zwakgiftige, bitter-scherp smakende plantje werd thee getrokken die een urine- en zweetafdrijvende werking had en werd aangewend bij nierontsteking en leverziekte. In de volksgeneeskunst werd de plant aangeprezen bij waterzucht, longontsteking, maar ook bij wratten en tandpijn. En het geloof in de kracht om bloedingen te stelpen was zo groot, dat men beweerde dat het, indien een bloeding niet wilde stoppen, voldoende was het kruid in de hand te nemen om aan het verder vloeien paal en perk te stellen.


Volksgeloof

Omdat guichelheil zich sluit als er regen op komst is, wordt de plant ook wel eens de “barometer van de armen” genoemd. Het feit dat er planten voorkwamen met rode en blauwe bloemen was reeds in de eerste eeuw na Chr.opgevallen. De rode ondersoort werd het guychelheylmanneken  en het blauwe guychelheylwijfken genoemd.

Vroeger schreef men aan de plant geheimzinnige krachten toe, men verzamelde het kruid voor zonsopgang, zonder te spreken en hing het dan in de woning op; het verdreef dan alle kwaad en nachtgeesten en maakte dat de mensen goed gehumeurd waren.


Symboliek

Ik wil u niet voor de gek houden maar het zou ook toverkracht bezitten bij de omgang met geesten en om het nog gekker te maken, volgens de signatuurleer zou het gebruik van guichelheil bij krankzinnigheid steunen op het feit dat de kleine ronde vruchtkapsels gelijkenis vertonen met een kale schedel.


Waarschuwing!

Rood guichelheil is behoorlijk giftig en kan als hij nog niet bloeit met vogelmuur (wit bloemetje) verward worden wat wel eetbaar is.

Maar laat je niet gek maken met van alles over gekte en vooral met … hoe je daar vanaf kunt komen.

Te gek hè.







IRIS PSEUDACORUS


Gele lis







Naamgeving

Vanwege de vele kleuren die de soorten van dit geslacht vertonen, of vanwege de sierlijke bocht van de drie naar buiten omgeslagen bloemdekbladeren betekent de Griekse naam iris: regenboog. De Latijnse naam pseudacorus komt van het griekse pseudo(= vals) en van acorus; dat wil zeggen dat het blad van gele lis op dat van  kalmoes (Acorus calamus) lijkt: het blad is namelijk ook zwaardvormig.


Plantkenmerken

De gele lis is een plant uit de lissenfamilie. De opvallendste eigenschap van deze iris is de diepe, intense kleur. De prachtige zwavelgele  bloemen van de iris zijn ware kunststukjes van architectuur, en bijzonder van vorm. Om de meeldraden te beschermen tegen regen en dauw, zitten ze min of meer verborgen tussen de stijltakken en het onderste deel van de binnenste bloemdekslippen. Deze laatste dragen rondom een donkerder geel centrum een honingmerk van purperbruine streepjes, dat bezoekende insecten de weg naar de bloemingang wijst. De nectar is alleen bereikbaar voor insecten met een zuigsnuit van meer dan één centimeter lang. Hommels zijn de voornaamste bestuivers. De bruine platte zaden met luchtholten zitten in een kurkhuidje, zodat zij blijven drijven en door het water verspreid worden. Na rotting dringt er water binnen en zakken de zaden naar de bodem waar ze het volgende seizoen kunnen ontkiemen.


Gebruik

Iris doet het ook goed bij een kater of doet dienst als een braakmiddel. De bloemen van gele lis  geven een prachtige gele kleurstof. Het is een Griekse gewoonte om irissen te planten bij de graven van verwanten.


Geneeskunde

De lis bevat naast looistof, vetten, eiwitten en suikers ook (giftige) toxinen. De wortel heeft urinedrijvende, braakwekkende, laxerende en niesverwekkende eigenschappen.


Cosmetisch

Uit iriswortel maakte men in de oudheid een parfum.


Eetbaar

Van de zaden werd surrogaatkoffie gemaakt. Vanwege de zure smaak wordt gele lis tegenwoordig haast niet meer gebruikt.


Volksgeloof

Volgens de signatuurleer werd de lis om zijn zwaardvormige bladeren beschouwd als een middel tegen stekende pijnen en om zijn kleur tegen geelzucht. De liswortel werd vroeger gebruikt om open zweren, abcessen en zwellingen in de lies te helen. Maar men moest dan wel de naam van de zieke noemen bij het oogsten van de wortels.


Symboliek

De iris symboliseert een (meestal goede) boodschap. De plant is ook het symbool van faam, welsprekendheid en passie en hartstocht.

Volgens een legende ontstonden de lissen uit de tranen van Maria, toen zij op de vlucht uit Egypte op een kale woeste plek uitrustte. De scherpe kanten van het blad zouden aan haar leed en de mooie bloemen aan haar liefde herinneren.


Mythen

In de Griekse mythologie was Iris (de godin van de regenboog) de snelle boodschapster van goden en godinnen. Zij bewoog zich tussen hemel en aarde langs de regenbogen om de mensen de goddelijke wensen over te brengen.


Overig

Het is een voedselplant van vele insecten: nachtvlinders, kevers, zweefvliegen en luizen.


De gele lis stond model voor de ’fleur de lys’ in het wapen van de Franse koningen.

 

 







HERACLEUM  SPHONDYLIUM


Gewone Berenklauw



Naamgeving

Zij  heeft haar wetenschappelijke geslachtsnaam te danken aan de Griekse halfgod Heracles. Volgens een oude mythe was het Heracles die de plant het eerst gebruikte als geneesmiddel. Sphondylium duidt op de manier waarop de bladeren uit de stengel komen, namelijk met een knobbel die lijkt op een gewricht of wervel.


Plantkenmerken

De gewone berenklauw behoort tot de schermbloemenfamilie Het is een ruige tweejarige plant;door haar te maaien wordt ze meerjarig. In maart / april komen de in elkaar gevouwen bladstrengen als klauwen boven de grond. De berenklauw heeft veelstralige witte of lichtroze bloemschermen en behoort tot de schermbloemigen die langs wegen en paden te vinden zijn. Het grote, zwaar behaarde blad lijkt op een berenklauw. De knop van de plant is groter dan een vuist en lijkt wel ingepakt in een geelgroen dik vlies. Het is spannend en fascinerend om te zien hoe de verpakking opeens opengaat en hoe het bloem¬scherm voorzichtig en gekreukeld eruit komt.

Bijzonder fier en trots en bere-mooi.


Gebruik

De plant trekt het tapijtkevertje aan. De plant was vroeger een gewaardeerde voederplant voor de varkens die bij haast elke boerderij wel gehouden werden.


Geneeskunde

Vroeger werd de wortel verpoederd  als middel tegen zenuwziek¬te, spijsverteringsstoornissen en verstoppingen. Zowel de wortel als de plant werd onder meer aangewend bij vallende ziekte, geelzucht, buikloop en ingewandswormen. Een aftreksel van het aromatische zaad diende ter bestrijding van buikpijn en wormen. Het zaad vermengd met olie wordt als papje gebruikt bij hoofd-pijn.


Eetbaar

Jonge bladen en loten kunnen in het voorjaar geplukt worden, voor het blad helemaal is ontvouwen. Koken als groente; ze kunnen ook door de soep. De jonge plant is nog niet giftig. De 15-20 cm lange, jonge stengels kunnen gegeten worden en smaken naar een combinatie van zoete komkommer, kokosnoot en mandarijntjes. De stengels moeten geplukt worden voordat het blad zich gaat ontvouwen. Oudere stengels kunnen geschild gegeten worden. Bij het schillen moet dan wel handschoenen gedragen worden om huidirritatie te voorkomen.


Volksgeloof

In de volksgeneeskunde werd de plant hoofdzakelijk gebruikt bij diarree.


Symboliek

Wanneer je de stevige, holle stengel goed bekijkt, zie je dat hij geribd is; men meende  dat de stengel voorzien was van zenuwpezen, daarom werd het kruid ook wel zenuwkruid genoemd.


Overig

De berenklauw neemt volledig bezit van alle grond en verdringt alle andere planten; recent is de plant verder toegenomen, alleen in het midden van de Achterhoek en op de Veluwe is de plant niet overal te vinden.

Waarschuwing!

 

Bij aanraking van de stengel kunnen gemakkelijk huidwondjes veroorzaken. Het sap in de stelen van de berenklauw veroorzaakt huidverbrandingen via die wondjes. De ernst van die huidaandoening is sterk afhankelijk van de gevoeligheid van de ‘contactpersoon’ en  kan variëren van jeuk en fikse blaren tot een ernstige bloedvergiftiging. Krijgt u sap op uw huid en u bedekt de plek onmiddellijk, dan gebeurt er niets. Het sap maakt de huid overgevoelig voor ultraviolet licht. Het sap werkt als een vergrootglas.( Fototoxis). Nog erger is dat effect bij de Reuzenberenklauw. Je kunt beter je klauwen thuis houden. De furocumarine is de boosdoener, maar deze stof wordt ook ingezet als geneesmiddel bij huidziektes als vitiligo (witte plekken zonder pigment).




 

SEDUM  TELEPHIUM

 

Hemelsleutel




Naamgeving

De naam Sedum zou kunnen komen van het Latijnse Sedare en betekent "afhouden/afvoeren". Dit omdat vroeger het bijgeloof was dat de plant donder en bliksem kon afweren (afhouden/afvoeren). Een andere uitleg zou kunnen zijn dat de naam Sedum komt van het Latijnse Sedeo, wat zitten betekent. Dit omdat de plant schijnbaar zonder enig verband op rotsen/daken groeit.

Waarom de plant de naam hemelsleutel kreeg is niet helemaal duidelijk. Misschien heeft hij zijn naam aan de gevallen sleutels van Petrus te danken, zoals de naam sleutelbloem. Geloofwaardiger is het dat het kruid de sleutel vormt voor de genezing van diverse ongemakken. Ik ben in de zevende hemel door deze plant.


Plantkenmerken

Hemelsleutel behoort tot de vetplantenfamilie. Vetplanten zijn dank zij hun vlezige bladeren en geringe verdamping in staat op erg droge plaatsen te leven. Zij hebben een dikke bladhuid, die met een waslaagje is bedekt. Vroeg in het voorjaar verschijnen de planten als dikke spruiten met dicht opeengepakte bladeren. In de zomer bloeit deze plant welig en aan het eind van de zomer geven de bloemen een prachtig purperen accent aan de omgeving. De kleine bleek- tot paarsrode of bruinrode stervormige bloempjes staan in brede, rijkbloemige, schermvormige bloemtrossen. De bloemen blijven lang mooi en zijn vooral in trek bij dagvlinders en bijen. De kokervruchten zijn roodachtig van kleur. In de winter vormen ze een decoratief stukje, vooral als ze berijpt zijn of met een dun laagje sneeuw bedekt zijn. De plant is nu genoeg de hemel in geprezen. Als de bloemstengels worden afgebroken, groeien de knoppen in de bladoksels uit. Zulke stengelstukken kunnen wortelen en tot nieuwe planten uitgroeien. De bladeren zijn erg variabel, ze kunnen lichtgroen of blauwgroen, breed of smal zijn, zowel verspreid als tegenover elkaar  en in kransen van drie staan. Hemelsleutel is vooral een bermplant,die op ruige, grazige, niet of weinig bemeste plekken langs wegen en sloten groeit. Mogelijke oorzaken van de achteruitgang zijn de hoge maaifrequentie, klepelen en schaven van bermen.

 

Geneeskunde

Voor medische doeleinden worden alle delen van de gedroogde plant, de verse of in olie ingemaakte bladeren en het verse sap gebruikt. Een wondje geneest snel als je er met het gekneusde blad overheen wrijft. Hemelsleutel werd ook gebruikt tegen hardnekkige wratten. Tevens werd het gebruikt bij kloven, verbrandingen en tegen aambeien. Het werd vroeger in melk gekookt en ingenomen om diarree te stoppen en de nierfunctie te verbeteren. Het sap van de hemelsleutel wordt ook wel gebruikt bij likdoorns.


Eetbaar

De bladeren bevatten een helder sap dat een zoetige smaak heeft. De wortel heeft en wrange smaak. De wortel kan gebakken worden in reuzel en dan als puree worden gegeten.


Volksgeloof

In vroeger eeuwen gold hemelsleutel vooral als een kruid, waarmee men zich tegen heksen en boze geesten kon beschermen. Menig oud  volksgeloof hangt samen met de eigenschap dat hemelsleutel een lange periode van droogte kan doorstaan. Zo hing een meisje, dat van plan was te trouwen, twee stengels van de hemelsleutel op in haar kamer. Wanneer deze naar elkaar toe groeiden, werd het huwelijk gelukkig, maar als ze van elkaar af bogen, kon ze beter een andere partner zoeken. Verwelkte één van de twee stengels direct, dan zou er binnenkort iemand sterven. Ook kent men het geloof dat als men een stengel onderste boven ophangt aan een draad en indien deze groen blijft, dit zou geluk brengen.


Overig

De plant vormt het enige voedsel van de hemelsleutelstippelmot.


Waarschuwing!

Inwendig gebruik van de plant wordt afgeraden.


 





PLANTAGO MAJOR

 

Grote Weegbree



Naamgeving

De geslachtsnaam Plantago komt van het Latijnse planta pedis = voetzool, en slaat op het grote, plat gedrukte blad. De soortaanduiding ‘major’ betekent groter. Ook de Nederlandse benaming heeft hiermee te maken, want die komt van Wegetree. Een andere verklaring is dat de plant de mens op de voet volgt.


Plantkenmerken

Grote weegbree is een van de meest algemene planten van Oost-Gelderland. Bij weegbree staan de bladeren in een rozet op de grond. De recht opgerichte bloeistengel heeft aan het eind een lange aar van bruinachtige of groenige bloempjes, waar de meeldraden ver uitsteken. De planten zijn goed tegen betreden bestand (de zogenaamde “tredplanten“). De Indianen noemden deze plant "Voetstap der bleekgezichten". Omdat weegbree een stevige penwortel heeft die door verdichte grond kan boren en een leerachtig veerkrachtig blad, kan de plant op plekken staan waar veel gelopen wordt. De plant bezit een "zintuig" waarmee het de mate van overschaduwing door andere planten kan waarnemen, en kan daar¬door zijn groeivorm optimaal aanpassen aan een schaduwrijke omgeving. In de zon heeft de plant korte, op de grond liggende bladeren, in de schaduw lange, rechtopstaande bladeren. Eén plant kan wel 20000 zaadjes produceren.

De zaden omgeven zich bij nat weer met een kleverige slijmlaag waardoor ze zich gemakkelijk vasthechten.


Gebruik

Wandelaars leggen weegbreebladeren in hun schoenen, dan lopen ze hun voeten niet stuk. De gekneusde bladeren worden gebruikt tegen de jeukende bulten van de brandnetel. De aren van de grote weegbree worden soms in vogelkooien opgehangen.


Geneeskunde

Weegbree staat al eeuwen bekend als een medicinale plant. In Scandinavië is de plant bekend om zijn wond helende eigenschappen. Het perssap werd gebruikt als middel om ontsto¬ken wonden te genezen. In de volksgeneeskunde wordt de plant sinds oudsher gebruikt als slijmoplossend middel van de luchtwegen. Het verse sap van de bladeren helpt erg goed tegen beten en steken van insecten. Ze hebben een reinigende werking.  Bij keel en oorpijn werkt het afkooksel van de bladeren verzachtend. Het zaad werd gebruikt als laxeermiddel en het vormt een belangrijke voedselbron voor mussen en vinken. Een uit China afkomstig gebruik is dat men de ruwe onderkant van het blad op de open wond legt en de gladde bovenkant pas op de wond legt als deze aan het genezen is, dit voor een snelle genezing. Thee werkt koelend bij aanhoudende koorts. Als mondwater bij pijnlijk en bloedend tandvlees, ontstekingen in de mond en herpes blaasjes. Thee werkt koelend bij koorts.


Eetbaar

De jonge blaadjes kunnen als spinazie gegeten worden.

Twee tot drie theelepels vers geperst sap van de weegbree past goed in de soep of een saus.

Enkele blaadjes weegbree in de sla is een rijke bron aan vitamine C. In het vroege voorjaar werd het vooral gebruikt voor extra vitamine C bij gebrek aan verse groenten.


Symboliek

De weegbree staat voor standvastig.

In de Christelijke cultuur staat de plant symbool voor De wegwijzer naar God.


Volksgeloof

De duivel kon het niet verdragen dat de plant tegen vele kwalen werd gebruikt en beet van kwaadheid een stuk van de wortel af; dat kan men nog steeds zien want de wortel is stomp. Kinderen kneuzen de bladeren en trekken de twee helften van elkaar. De nerven laten los en ze kunnen tellen hoe oud ze worden door iedere nerf voor tien jaar te nemen. Ook wees het aantal uitstekende nerven aan hoeveel keer men gelogen had. De huwbare meisjes zagen aan het aantal, hoeveel kinderen zij zouden krijgen.


Overig

Er bestaan drie soorten weegbree die het meest worden gebruikt. Ruige weegbree Plantago media, Smalle weegbree Plantago lanceolata en Grote weegbree Plantago major.


Waarschuwing!

Er zijn geen waarschuwingen voor weegbree bekend.







DIGITALIS PURPUREA

 

Vingerhoedskruid




Naamgeving

Digitus betekent vinger en Digitalis betekent handschoen of vingerhoed. De soortnaam purpurea wil zeggen purperrood. De Nederlandse naam heeft betrekking op de vorm van de fraaie bloemen. De naam vingerhoed klopt niet helemaal, want de hoed eindigt toch min of meer in een puntvorm?


Plantkenmerken

Wie nog geen kennis heeft gemaakt met deze toch heel  mooie bloeier, moet weten dat vingerhoedskruid een tweejarige plant is, maar ze kan ook meerjarig zijn. In het eerste jaar vormt zich een rozet van bladeren. De bladeren zijn donkergroen en voelen ruw aan. Over de onderkant van het blad ligt een witte waas. In het tweede jaar ontwikkelt de bloemstengel zich vanuit het hart van het rozet. Die kan wel 2 - 3 meter hoog worden. De bloei verloopt van onder naar boven langs de bloemstengel. De 'klokken' worden graag bezocht door hommels en bijen, die er tijdens het nectar zuigen volledig in verdwijnen. Soms wordt echter een gaatje in de bloemkroon gebeten om zo bij de nectar te kunnen komen. De tekening op de bloemen is een geleidebaan voor hommels, de stippen leiden hen naar het centrum van de bloem. Digitalis purpurea is ook de soort die altijd in tuinen staat met een eenzijdige, trosachtige bloeiwijze met purperpaarse bloemen. Exemplaren met witte bloemen zijn geen uitzondering. Gewoon vingerhoedskruid heeft langlevende zaden, bij windworp of kap komt het vaak massaal tevoorschijn uit de beschadigde bosbodem. Na 1950 is het aantal vondsten sterk toegenomen in onze omgeving. Sommigen vinden het kruid een plaag in de tuin. Na bestuiving van de bloem vormt zich een zaaddoos, waarin tientallen bruine zaadjes zitten. Is de zaaddoos rijp, dan leegt die zich spontaan en ben je vele vingerhoedskruiden rijker. Ga je met een rijpe, uitgebloeide zaadstengel lopen, dan ontkiemen her en der nieuwe planten op onverwachte plaatsen.


Geneeskunde

In de geneeskunde werd de plant vroeger wegens haar giftigheid niet gebruikt. Later werd ze alleen uitwendig toegepast. Nu weten we dat het vingerhoedskruid wordt gebruikt ter versterking van de kracht van de hartspiercontractie. Het verhoogt de prestatie van de hartspier en daardoor wordt natuurlijk de hele bloedsomloop beïnvloed. De 'giftige' stof is digitaline, dat in het blad zit.

Zo wordt het kruid ook gebruikt bij zweren ( uitwendig) en als urineafdrijvend middel. De homeopathie zet het middel eveneens in tegen depressies, slaapstoringen, migraine, leverzwellingen en geelzucht.


Volksgeloof

Bij het zien van de bloemen van het vingerhoedskruid krijg ik altijd een associatie met kabouterverhalen. In de klokvorm van de bloem herken ik het karakteristieke kaboutermutsje en ook de roodpaarse kleur zal er het nodige aan bijdragen.

Heksen gebruikten het kruid om het in hun heksenzalf  en in heksenbrouwsels te verwerken. Je moet maar zo denken: lekker is maar een vinger lang.


Waarschuwing!

Digitalis is giftig! Wees dus voorzichtig met het verplanten van Digitalis als u een open wond aan handen of armen hebt. Het gif van Digitalis is weliswaar niet dodelijk, maar kan tot hartritmestoornissen, misselijkheid, ademnood en blauwkleuring van de lippen leiden.

 





 

ACORUS CALAMUS


Kalmoes




Naamgeving

De geslachtsnaam Acorus is misschien afgeleid van het Griekse coreon, wat pupil (van het oog) betekent, omdat de plant in de oudheid werd gebruikt om oogklachten te genezen. Acorus kan ook komen van het Griekse akoros. Deze naam is samengesteld uit a = niet en koros = verzadiging. De plant werd en wordt nog steeds gebruikt bij gebrek aan eetlust of om een bedorven maag weer in goeden doen te brengen. De soortnaam calamus komt uit het Grieks en betekent riet of stengel. Het was een verzamelnaam voor alle rietachtige gewassen.

De Nederlandse naam is niets anders dan een verbastering van calamus. Ook komt de naam maagwortel voor, omdat de wortel van de plant bij maagklachten wordt gebruikt.


Plantkenmerken

Kalmoes behoort tot de aronskelkfamilie. Kalmoes is een krachtige, overblijvende waterplant. Hij bezit een horizontale, vertakte, afgeplatte, kruipende, cilindervormige, bruingroene dikke wortelstok. Deze kan zich in de modder enorm uitbreiden. Op de wortelstok staan  de opgaande geelgroene bladeren in twee rijen ingeplant. Ze hebben een middennerf met meestal een gegolfde of gerimpelde bladrand. Dit in tegenstelling van de bladeren van Gele Lis.

De stengel draagt een stevige, eerst geelgroene, later lichtbruine bloeikolf, die zijdelings uit de stengel tevoorschijn komt. Dikwijls blijft de bloei achterwege; daarom is de plant in ons land beschermd, ondanks dat kalmoes nu vrij algemeen voorkomt.


Gebruik

In sommige landen gebruikt men kalmoes om bier, kruidenbitter, likeur, jenever of brandewijn een aromatische bittere smaak te geven. Zo wordt hij in ons land toegevoegd aan sommige merken, zoals aan Beerenburg. Ook draagt hij bij aan het aroma van de Deventer koek. Doordat kalmoes een onmiskenbare aromatisch-zoete geur heeft, werden vroeger de bladen op vloeren van kerken en huizen als een soort vloerbedekking gestrooid. In poedervorm wordt het blad als kaneel gebruikt en in parfums verwerkt. Vroeger deed men de fijngewreven kalmoeswortel samen met lavendel in badwater. Ook werd kalmoes gebruikt om een lekker luchtje aan tandpasta en parfum te geven. In India wordt de damp van kalmoesolie gebruikt als insectenbestrijder.


Geneeskunde

De wortel van kalmoes bezit eetlustopwekkende, darmgasverdrijvende, spijsvertering en menstruatiebevorderende, bloedstelpende, zweetdrijvende en kalmerende eigenschappen. Een wortelaftreksel is goed te gebruiken als gorgeldrank en wordt ook gebruik door mensen die proberen te stoppen met roken.

Door op de wortelstok te kauwen wordt de speekselvloed gestimuleerd en heeft het kruid een versterkend effect op de mond en keel. Men kan bij een slechte adem op de wortel kauwen. Verder helpt het bij uitputting en zwakheid, als de maag hierbij betrokken is. Ook bij koliek, verslijming van het darmkanaal en flatulentie, indigestie en galstoornissen. Verhoogt de maagsapafscheiding.

Indianen kauwden waarschijnlijk niet alleen vanwege de genezende werking op de kalmoeswortel, maar ook om de hallucinogene eigenschappen.


Eetbaar

Indianen aten de geroosterde wortels. De bladeren kunnen net als een vanillestokje dienen om gerechten op smaak te brengen. 


Volksgeloof

In de Middeleeuwen werd de plant toegepast als middel tegen de pest.

Kleine stukjes wortel verborgen in alle vier de hoeken van de keuken beschermen u tegen honger en armoede.


Overig

De plant telen brengt geluk aan de tuinier.

In Nederland een beschermde plant, maar plaatselijk nog algemeen aanwezig.


Waarschuwing!

De wortelstok kan worden gebruikt in de keuken als smaakmaker van diverse gerechten. Hij kan het beste in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd omdat hij in grote hoeveelheden giftig is en een hallucinogene werking heeft.








BURSA PASTORIS


Herderstasje




Naamgeving

De vorm van de hauwtjes heeft altijd sterk tot de verbeelding gesproken en de plant haar naam bezorgd, door de overeenkomst met de leren tassen waarin vroeger de herders hun proviand meenamen. (bursa pastoris = buidel van de herder, niet te verwarren met de buidel van de pastoor). Op middeleeuwse schilderijen ziet men ook boeren en stedelingen met dergelijke tassen afgebeeld.( bijv. van Pieter Breughel) Ook de welluidende Latijnse naam is er een aanduiding van: Capsella is het verkleinwoord van capsula, wat tasje of doosje betekent. De zaden daarin stelden natuurlijk het geld voor.


Plantkenmerken

Eén - of tweejarige plant uit de Kruisbloemenfamilie.

Een donzig behaard eenjarig plantje, behoort tot de kruisbloemigen, met een rozet van grondbladeren. Je komt het plantje veelvuldig en overal tegen ( kosmopolitisch) op open vochtige voedselrijke grond in akkers, tussen bestrating en veel op tredplaatsen. Gewoon herderstasje heeft langlevende zaden, dus na bodemverstoring kan het, na jarenlange afwezigheid, weer massaal kiemen, zodat het haast onmogelijk is het herderstasje te verwijderen. Elk jaar produceert de plant circa 50.000 zaden. Het herderstasje wordt regelmatig aangetast door witte roest (Albugo candida). Uitingen hiervan zijn onder meer plaatselijke verdikkingen en een witte aanslag.


Geneeskunde

Herderstasje wordt al eeuwen als medicinale plant gebruikt: er wordt een bloedstelpend drankje van getrokken. Het komt vaak voor in kruidentheemengsels. Herderstasje is een van de beste bloedstelpende kruiden. Veel van wat met het bloed te maken heeft, rondgepompt door het hart, past bij het geneeskundige gebruik van herderstasje. De verse stengel kun je gebruiken bij huidontstekingen. Herderstasjesthee  wordt gedronken om te veel bloedverlies te voorkomen (tijdens de menstruatie of bij de bevalling, of bij neus-nier- en maagbloedingen, bij baarmoedergezwellen of een verzakte baarmoeder en bij PMS. De thee wordt in combinatie met meidoorn en maretak ook ingezet bij een te hoge bloeddruk.  En hier komen we dan de relatie met het hart tegen: dat al tot ons spreekt door de hartvormige zaaddoosjes. Ook voor de bloedsomloop, de bloedvaten, bij aderverkalking en bij spataderen kan deze thee langdurig gebruikt worden. Bij bedplassen veroorzaakt door een te zwakke sluitspier: ook deze thee gebruiken. Een urinedrijvende thee: meng het herderstasje met blaadjes van de berk. Speciaal aanbevolen als de urine gepaard gaat met een witte slijmachtige materie, herderstasje helpt acuut. Bij neusbloedingen helpt het opsnuiven van het koude afkooksel. Kompressen van herderstasje helpen bij reuma en pijnlijke gewrichten. Ook in de volksgeneeskunde gebruikt men het herderstasje tegen lever- en galklachten. Uitwendig is het een gorgel- en spoelmiddel en heeft het bij desinfectie van mond en keel en bij behandeling van slecht helende wonden een vaste plaats veroverd. Bovendien werkt het bloeddrukverhogend, vaatvernauwend en bevordert het de bloedstolling. Grotere hoeveelheden van het kruid werken echter verlammend op het centraal zenuwstelsel. In Zeeuws-Vlaanderen komt de naam Stronttrekkers voor, hetgeen wijst op de laxerende werking van de zaden. Als kompres gebruikt, is het heel geschikt bij open bloedende wonden.


Eetbaar

De jonge rozetblaadjes ervan kunnen in salades en soepen gebruikt worden.  Je kunt de blaadjes ook koken, ze smaken een beetje naar kool.

De jonge bladeren eet men als sla; ze zijn uitstekend geschikt als kruidige toegift bij salades en kruidensoepen. Het gebruik als voedsel gaat tenminste 8000 jaar terug.


Gebruik

Vroeger werd uit de zaden een soort olie getrokken, die zowel voor lampolie werd gebruikt als ter vervanging van mosterdolie. Gedroogde planten schijnen lastige insecten te verjagen.

Symboliek

Herkenbaar echter zijn de hartvormige zaaddoosjes die aangeven dat het kruidje wel eens heel geschikt zou kunnen zijn als het hart veel te verduren heeft.


Volkgeloof

Men geloofde dat een bloeding uit het rechterneusgat gestopt kon worden door een herderstasjes-plant in de linkerhand te houden en omgekeerd.



Waarschuwing

Het gebruik wordt ontraden tijdens de zwangerschap omdat het eventueel contracties kan opwekken.

Menigmaal treft men misvormde planten aan waarop meeldauw parasiteert; de stengels zijn gekromd en de plant ziet eruit als met meel bestoven. Niet gebruiken als je ooit nierstenen hebt gehad en ook niet tijdens de zwangerschap, verder kan het langdurig gebruikt worden.

Spel

In Holland werd vroeger het kinderspelletje ‘Dubbeltjes-dief’ gespeeld. Het kind liet iemand een hauwtje plukken en riep dan ‘dubbeltjesdief, heeft zijn vader en moeder niet lief.’ Men veronderstelde dat in het ‘beursje’ geld zat en dat werd gestolen.


Dit verhaal is geen herderlijk schrijven.



 






GALIUM APARINE


Kleefkruid




Naamgeving

De naam van de plant heeft niets met kleverigheid te maken maar moet als klitkruid worden uitgelegd. Ook de volksnaam ‘Jan-kleef-an’ spreekt voor zich.

De wetenschappelijke naam is Galium aparine. De geslachtsnaam Galium komt van het Griekse Gala wat melk betekent; de plant heeft de eigenschap melk te doen stremmen. Aparine is afgeleid van het Griekse woord apaireo, wat betekent: grijpen, beetpakken.


Plantkenmerken

Kleefkruid kleeft letterlijk: je voelt het als je het aanraakt, het kleeft overal aan. Het bekende klittenband is uitgevonden naar aanleiding van een onderzoek naar kleefkruid!

Opvallend is de vierkante stengel en de gehele plant is bedekt met kleine, kromme stekeltjes of haartjes die zich vasthechten aan allerlei voorwerpen - vooral kleren en vachten - wanneer zij daarmee in aanraking komen; ook de twee aan twee staande dopvruchtjes hebben haakvormige haken. Het kleefkruid is eenjarig en wat zijn verspreiding betreft dus aangewezen op de hechtkracht van zijn vruchtjes.


Gebruik

Dioscorides beschrijft hoe herders de stengels in hun melk doopten, zodat de aanwezige haren er aan vast bleven zitten om zodoende de melk te zuiveren.

De zaden werden in matrassen gestopt vanwege de geur.

Pluimvee maakt trouwens ook korte metten met kleefkruid en pikt het kruid helemaal op. Ze krijgen dan stevige eierschalen. Als je het uittrekt in je tuin, laat dan de kippen ervan genieten.


Geneeskunde

Het drinken van kleefkruidthee is ontgiftend en heel goed voor de lymfeklieren (drainerend). Het kan ook dienst doen als ontgifter bij lymfeklierkanker/ ziekte van Hodgkin. En misschien ook wel bij andere soorten kankers, omdat het de lymfeklieren draineert. Ook in te zetten bij neuspoliepen, keelamandelontsteking, blaasontsteking en klierkoorts, oftewel de ziekte van Pfeiffer,  hepatitis en bij een geïrriteerde prostaat bij oudere mannen.  Daarnaast bij waterzucht en nierziekten, maar ook bij pleuritis, chronische uitslag en leverziekten. Verschillende Amerikaanse stammen gebruikten dit kruid ook bij gonorroe.

Huid: kleefkruid is heel verzachtend en geschikt voor droog eczeem en psoriasis. (inwendige inname, dus thee ervan drinken). Kompressen van fijngewreven bladeren helpen bij schaafwonden, blaren, zweren en kneuzingen.

In de volksgeneeskunde werd kleefkruid gebruikt om wonden te stelpen. Kleefkruid zuivert inderdaad het lichaam. Je kan thee maken van het kruid door 10 gr. ervan te overgieten met kokend water en niet langer dan 5 min. te laten trekken.


Cosmetisch

Cosmetisch is het geweldig geschikt als een gezichtslotion, vooral om rimpels tegen te gaan en uitgezakte delen weer te verjongen. Maar ook bij zonnebrand kan een kleefkruidlotion goed helpen. Je kunt ook het verse sap van de plant gebruiken. Voor een gezichtslotion: Breng een  kwart liter water aan de kook, haal van het vuur en doe er 3,5 eetlepel gedroogd kruid in en laat dan 40 minuten staan. Was je gezicht er vaak mee. Geleidelijk resultaat volgt na een aantal weken.


Eetbaar

De verse jonge bladeren en toppen van kleefkruid zijn een gezonde bladgroente! Maar het schijnt niet zo lekker te zijn en daarom kun je het beter door de soep doen. Het eten van de plant heeft een afslankend effect. En het zaad levert gemalen een koffiesurrogaat op : droog het zaad en rooster het licht en je hebt een alternatieve koffie!


Volksgeloof

Een stam in Amerika gebruikte het als een liefdeskruid: als een vrouw een bad nam met dit kruid zou ze succes in de liefde hebben!


Spel

Kleefkruid is kruid dat de meeste kinderen die in een enigszins natuurrijke omgeving opgroeien wel bekend is. Het is een heerlijk kruid voor plaagspelletjes, of je kan met de afzonderlijke blaadjes allerlei tekeningen op je kleren aanbrengen.

Toegegeven, kleefkruid is een opdringerig kruidje dat je niet zomaar weg krijgt. De jongens gooiden het vroeger op boze meisjes met lange haar, of die deden dan toch alsof.


Waarschuwing!

kleefkruid bevat het bloedverdunnende cumarine en mag daarom niet gebruikt worden als je al bloedverdunners gebruikt.  Ook als je plaspillen gebruikt geen kleefkruidthee drinken.

De zaden van kleefkruid vormen de belangrijkste organische verontreiniging van graangewassen, die niet meer als voedingsgraan voor de mens mogen verkocht worden als er kleefkruidzaad in voorkomt, maar enkel nog als dierenvoer op de markt mogen komen

Als je maar een kleine tuin hebt, geef je er beter de voorkeur aan om kleefkruid (net zoals brandnetel en zevenblad) in het wild te oogsten.

.








POTENTILLA ANSERINA


Zilverschoon

 



Naamgeving

De geslachtsnaam 'Potentilla' is afgeleid van het Latijnse woord 'Potens' wat staat voor 'krachtig'. De soortnaam 'anserina' is afgeleid van 'anser' wat 'gans' betekent in het Latijn (de plant werd vroeger veel als ganzenvoer gebruikt, de Nederlandse volksnaam Ganzerik verwijst hier ook naar).


Plantkenmerken

Zilverschoon is een plant uit de rozenfamilie. Een kleine, kruipende, vaste plant uit de Rozenfamilie, wordt tussen de 10 en 25 cm hoog, maar vormt wel uitlopers. Uit een overblijvende, vertakte, vaak houtige wortelstok vormen zich lange uitlopers die opnieuw gaan wortelen en zo hele bladtapijten kunnen vormen. De bladeren zijn ongeveer 20 cm lang, gesteeld en oneven geveerd en hebben gezaagde randen. De onderkant van de op de grond liggende bladeren is prachtig zilvergrijs en zacht behaard. De goudgele bloemen met vijf ovale kroonbladen staan aan het eind van een lange bloeisteel zonder bladeren. De bloeitijd is van juni tot september.


Gebruik

De superzachte zijdeachtige blaadjes werden vroeger ook gebruikt als voering voor de laarzen van soldaten en boeren met zere voeten. Ook gaf men baby's de wortels om op te kauwen om zo het doorkomen van de tanden te vergemakkelijken.


Geneeskunde

Werking | Spijsvertering Bij diarree met pijnlijke krampen. Spoelen bij slijmvliesontsteking in de mond. Problemen met het tandvlees en loszittende tanden. Bij verkramping van maag, darmen en galblaas.  Werking | Bloed Door de samentrekkende werking een uitstekend kruid tegen aambeien, zowel in - als uitwendig. Bij huidinfecties (zuiverend), bij slecht helende wonden.  Werking | Overige  Voor de luchtwegen, hart en bloedsomloop, verkramping van het hart, epilepsie. Goed middel om mee te gorgelen bij een pijnlijke keel. Bij pijnlijke menstruatiekrampen (homeopathisch). Dit kruid werkt door haar veelzijdigheid sterk in op het hele gestel, ook op de ziel. Huidreinigend Zilverschoon Potentilla anserina Ziverschoon werkt ook krampstillend bij bijvoorbeeld diarree, maagdarmkramp en winderigheidskoliek. Een aftreksel van de plant werd vroeger gebruikt bij oogontsteking of als gorgeldrank bij kiespijn en ontstoken tandvlees. Bij bloedende aambeien werd een sterke thee als lotion op de aambeien aangebracht terwijl een lichte thee inwendig werd genomen. Bij kleine nierstenen werkt zilverschoon diuretisch (verhoging urineproductie)

Het is nog niet wetenschappelijk bewezen, maar de plant lijkt ook anti-viraal te werken.

Gedestilleerd water van het kruid was vroeger een geliefd cosmetisch middel om sproeten, vlekken en puistjes weg te halen, en om de huid na zonnebrand te herstellen.


Eetbaar

In tijden van hongersnood at men wel de gezwollen wortelstok. Geroosterd, gekookt of rauw.


Symboliek

De gele bloemen wijzen naar een werking op de spijsvertering. Het onuitroeibare wortelstelsel wijst op een enorme weerstand. De geveerde bladeren is een aanduiding voor de samentrekkende kracht van het plantje.


Waarschuwing!

De plant is giftig voor paarden, vooral na het eten van grote hoeveelheden en langere tijd.


 




Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: