flora 4

Flora 4




CIRSIUM ARVENSE


Akkerdistel





Naamgeving

De geslachtsnaam Cirsium is afgeleid van het Oudgriekse kirsion, de naam van een distel waarmee spataderen (kirsos) werden bestreden. De soortnaam arvense drukt uit dat de distel een akkerplant is.


Plantkenmerken

Akkerdistel is een middelhoge tot hoge, overblijvende plant. Kenmerkend voor deze distel is dat hij, in tegenstelling tot alle andere inheemse distels, geen bladrozet vormt. Het blad is van boven glanzend donkergroen, vanonder kan het soms glanzend wit tot viltig behaard zijn. De bladrand heeft zwakke stekels; de stengel is glad. De naam zegt het al, het is een echt "akkeronkruid" dat heel moeilijk is uit te roeien. Dit komt door zijn wortelstelsel. Op één - twee centimeter diepte heeft de plant een ver kruipend, zich sterk vertakkend, wortelgestel. Hieraan ontspringen verticale wortels, die tot meer dan twee meter diepte in de grond kunnen doordringen. De wortels zijn tamelijk bros; na beschadiging kunnen zelfs wortelfragmenten van nog geen centimeter lang tot een nieuwe plant uitgroeien.

In zijn eerste twee levensjaren kan de plant met behulp van zijn wortelstelsel, waarbij uit iedere knoop een nieuwe stengel groeit, een oppervlakte van verscheidene vierkante meters veroveren. De plant gaat hiermee door zolang de grond, door mens, dier of natuurlijke omstandigheden, wordt omgewoeld. Gebeurt dit niet, dan zal de plant steeds minder knopen en nieuwe stengels ontwikkelen, waardoor hij wegkwijnt.

Onderstaand boerenrijmpje geeft aan hoe met dit "onkruid" om te gaan.

Distels breken is distels kweken, distels maaien is distels zaaien,

distels trekken is distels stekken, maar distels laten staan, is distels kapot laten gaan.

In de nazomer komen de putters en kneuen de zaden graag eten.

De plant is een goede nectarleverancier; tevens waardplant van de distelvlinder.


Gebruik

Vroeger trokken de  boeren met een disteltang de distels uit de weide; er was toen een provinciale distelverordening (stekels trekken).

Voorts geeft de akkerdistel bescherming aan op de grond broedende vogels en andere dieren. Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.

 

Geneeskunde

Als geneesmiddel kwam akkerdistel nauwelijks in aanmerking. Men gebruikte de plant wel eens als urineafdrijvend middel en ook om de eetlust op te wekken.

Eetbaar

Stengel en blad van de akkerdistel zijn eetbaar. Na verwijderen van de stekels kan het jonge blad rauw door de sla of als groente worden gekookt. Hetzelfde geldt voor de jonge stengels, deze wel eerst schillen.


Symboliek

Dit geeft de distel de symboliek mee van tegenspoed, kommer en kwel en afweer, maar ook van onafhankelijkheid.


Waarschuwing!

Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd.






AGRIMONIA EUPATORI


Agrimonie

     


Naamgeving

Agrimonie is waarschijnlijk afgeleid van de Griekse woorden agros wat staat voor veld of akker, en monas: eenzaam, eenzaam in het veld of ook wel wilde bloem van het veld. De Grieken noemden de plant argemone, afgeleid van argema wat een infectie aan het oog betekent. De geslachtsnaam eupatoria herinnert ons aan de Pontische koning Eupator. Uit alle bovengrondse delen van de plant kunnen stoffen worden gewonnen die voor verschillende kwalen kunnen worden gebruikt.


Plantkenmerken

Agrimonie is een overblijvende plant uit de Rozenfamilie, ze ziet er wat atypisch uit voor een roos, maar als je goed kijkt, zie je de nodige familiekenmerken, zoals een gele bloem met 5 kroonblaadjes en een gekarteld blad, ook is de plant rijk aan looistoffen, ook een kenmerk van de rozengroep, ze groeit uit tot zo’n 90 cm, de stengel is behaard en weinig vertakt, hieraan bevinden zich langwerpig gedeelde bladeren die sterk behaard en vaak kleverig zijn. Aan het einde bevinden zich vele aarvormige bloeiwijzen met talrijke knoppen die van juni tot in de herfst van beneden naar boven opengaan en dan stervormige gele bloemen te zien geven. De plant verspreidt een lekkere geur. Heeft een voorkeur voor een kleigrond, veel zon en open ruimte. Agrimonie bevat veel vitamine B en kiezel.


Gebruik

In Frankrijk drinkt men op het platteland agrimoniethee en gebruikt men het als onderdeel van een kostelijke drank; je kunt deze likeur bestellen onder de naam: “Eau d’Arcebuse”. Met chroomzout gefixeerd levert agrimonie een geelbruine verfstof op. De plant in water gekookt geeft daaraan een groengele kleur die gebruikt werd om leer en wol te kleuren. Een aftreksel van bladen heeft een aroma dat niet sterk is, het is een reinigende huidlotion.

Geneeskunde

De actieve bestandsdelen zijn triterpenen, looi- en bitterstoffen, flavonoïden, kiezelzuur en slijmstoffen. De looistof van agrimonie heeft een heilzaam effect op het genezingsproces van wonden en heeft een pijnstillend effect. Vroeger werd de plant gebruikt tegen slangenbeten en de bloemen werden in de limonade gelegd tegen verkoudheid. Ook nu nog geldt hij als huismiddel tegen buikgriep en blaasontsteking, gal- en leverstoornissen, nier- en blaaskwalen. Vroeger was het als gorgeldrank tegen opgezette amandelen in gebruik. Redenaars en zangers zouden nog welluidender klinken wanneer ze met thee van agrimonie gorgelen. Het levert ook nog een prettig voetbad tegen vermoeide voeten. Als theemengsel heeft het blad een uitgesproken gunstige invloed op de werkzaamheden van de spijsvertering en is tevens goed voor verzweringen in de mond.

Ook wordt er een poeder van gemaakt dat in pleisters wordt gebruikt vanwege de steriliserende werking.

Reumatische aandoeningen worden verholpen door het medicinale gebruik van agrimonie. Dat heeft ermee te maken dat afvalstoffen die voor reumatische ziekten zorgen sneller worden uitgeplast wanneer van dit geneeskruid gebruik wordt gemaakt.

Verder kan ontstoken tandvlees en mondslijmvliesontsteking verholpen worden door medicinaal gebruik te maken van deze vrolijk bloeiende plant.

Agrimonie is goed voor de huid. Het geneest allerlei huidaandoeningen. Allereerst voorkomt en geneest het ontstekingen en wordt het gebruikt tegen wonden die slecht en langzaam helen. Op bloedende wonden wordt een lotion op basis van agrimonie gedept. Chronische huidaandoeningen zoals eczeem en kloven worden bestreden met een kompres op basis van agrimonie.


Volksgeloof

In Nederland beschouwde men de plant als heksenkruid  en  werd ook gebruikt om heksen op te sporen en wie de plant onder het hoofdkussen legde, bleef goed doorslapen. Ook een antidiabolische kracht werd vroeger aan de plant toegekend, want werd de plant in huis of hof opgehangen, dan werden heksen en ander gespuis verdreven of de toegang ont¬zegd.

In de 14de eeuw vinden we het terug onder de naam egrimoyne en werd het gebruikt als wondkruid. Een schrijver noemt een mengsel van agrimonie, gestampte kikkers en mensenbloed als probaat middel tegen inwendige bloeding.


Symboliek

Ingevolge de signatuurleer moest het kruid vanwege de gele kleur van de bloemetjes een goed middel zijn tegen hart en leverkwalen en geelzucht.


Mythen

Agrimonie was aan Pallas Athene gewijd. De oppergod Zeus kreeg een dochter, die de naam Athene ontving. Een beeldschone vrouw en tevens begaafd met wijsheid, zodat ze de godin van de wijsheid werd. Zeus nam zijn dochter mee naar de tuin en toonde haar de schoonheid van de Agrimonie. Hij zei”deze bloem is aan jouw gewijd, ze bezit wonderlijke krachten” en zij begon haar onderzoek naar de krachten van de haar toegewijde plant. De resultaten hebben we inmiddels kunnen lezen.





PHYTOLACCA  AMERICANA


Karmozijnbes




Naamgeving

Het geslacht Phytolacca telt ongeveer 35 soorten: deze geslachtsnaam is afgeleid van de Griekse woorden phyto wat plant betekent en lacca, wat de gelatiniseerde vorm van lak is, hetgeen slaat op de paarse kleur van het sap van de bessen. De bekendste is de westerse karmozijnbes (Phytolacca americana).De soortnaam americana verwijst natuurlijk naar het continent van oorsprong. In Nederland wordt de plant vernoemd naar de kleur van het sap van de bessen.


Plantkenmerken

De karmozijnbes is een overblijvende vaste plant die haar originele biotoop tot enkele meter hoog zou worden, doch in onze streken zelden hoger dan zo'n anderhalve meter wordt. Deze plant vormt een buitenbeentje in deze plantlore: het is niet een medicinale plant of een heksenkruid, maar iedereen valt deze plant op. De karmozijnbes is een bijzondere decoratieve en kleurrijke plant, mede door zijn robuuste verschijning. De plant maakt een schitterend groeiproces door, eerst de prachtige vorm van de jonge plant, daarna de fascinerende bloemtrossen en in de herfst de glanzende, scharlakenrood gekleurde bessen. De karmozijnbes is een sterk geurende, winterharde,kruidachtige, bladverliezende, plant en heeft een vlezige, uit de kluiten gewassen wortelstelsel. De bloeitijd is van juli tot oktober; de bloemen worden veel bezocht door bijen en zweefvliegen. De sappige bessen zijn eerst groen en kleuren, wanneer ze rijp worden, paarsachtig zwart ( karmozijnrood).


Gebruik

De karmozijnkleurstof wordt gewonnen uit de wortels van de plant. Deze natuurlijke kleurstof kan o.a. gebruikt worden bij het verven van papier en weefsels en sommige Indianenstammen versierden hun kleding en kleurden er gebruiksvoorwerpen en sieraden mee, gemaakt van hout, schors, dierenhuiden en zaden.

Sommige stammen gebruikten het sap ook voor huidschilderingen. Ook kan er wijn en likeur mee gekleurd worden. Malafide wijnverkopers, vooral in Portugal in Frankrijk, gingen de kleur van weinig aantrekkelijke wijnen 'opwaarderen' met het sap van de karmozijnbes. En behalve het feit dat de smaak van de wijn door deze toevoeging verre van opgewaardeerd werd, leidde deze handelwijze vanzelfsprekend ook tot een aantal vergiftigingen. In Frankrijk werd het gebruik ervan dan ook verboden en wie toch betrapt werd kreeg toen de doodstraf.

In sommige landen is de karmozijnbes vooral bekend als inktplant, het sap levert duurzame inkt op.

Boeren gebruikten een tinctuur van Karmozijnbes-wortel om de gestuwde uiers van hun koeien te behandelen. Kippenkwekers deden een stukje van de wortel in het drinkwater van hun kippen, in de overtuiging dat het hun dieren tegen ziekte beschermde.


Geneeskunde

De Indianen schijnen als eerste de plant te hebben gebruikt in de geneeskunde, zij schreven het voor als hartstimulerend middel. Anderen gebruikten het als laxeermiddel en als medicijn tegen reuma, uiteraard in kleine doseringen voorgeschreven. De wortel van de karmozijnbes

is het deel van de plant dat het meest voor medicinale doeleinden wordt gebruikt. De fijngemaakte gedroogde wortel kan men met water innemen, het middel heeft namelijk een verdovend effect en werd daarom gebruikt om pijnen (ontstekingen en chronische reuma) te verlichten , keelinfecties te behandelen en om huidparasieten te bestrijden. Omdat de plant erg giftig is, mag de karmozijnbes  alleen onder dokterstoezicht inwendig worden gebruikt. Tegenwoordig wordt onderzoek gedaan om karmozijnbes preparaten voor te schrijven bij behandeling van bepaalde tumoren, zoals bijvoorbeeld borstkanker. De eerste Amerikaanse blanken leerden van de indianen een recept voor een zalf met karmozijnbes, die ze gebruikten voor de uitwendige behandeling van arthritis en chronisch reuma en zweren.

De volgroeide bladeren van de plant werden, gekneusd, bij oogklachten toegepast, en ze zouden ook helpen bij insectenbeten.


Eetbaar

De karmozijnbes heeft eetbare bladeren, die men soms gebruikt als keukenkruid. De plant werd gekweekt en de jonge scheuten, zoals eerder vermeld, als asperge klaargemaakt. De planten mogen dan nog niet hoger zijn dan 10 cm, en het kookwater moet twee maal ververst worden.


Vogels

De vruchten van de karmozijnbes worden zeer graag door de vogels gegeten. De giftige zaden ervan worden niet verteerd in de maag en zodoende worden ze in de ruime omgeving van de moederplant via de vogelontlasting in vele Nederlandse en Belgische tuinen uitgezaaid waar het vaste gasten worden.


Waarschuwing!

Alle delen van de plant zijn giftig, vooral de wortels en de onrijpe bessen, maar vooral de zaden. De giftige bestanddelen zijn alkaloïden, saponinen en oxaalzuur. Het ligt voor de hand dat de opvallende paarsrode bessen, die er erg smakelijk uitzien, de meeste aanleiding geven tot vergiftigingsgevallen. Van enkele, vooral onrijpe bessen kan een kind al flink ziek worden en het eten ervan kan zelfs dodelijk zijn. De symptomen zijn: branderig gevoel in de mond, keelpijn, braken, maagkramp, stuipen en gezichtstoornissen. Het is een plant om niet in de tuin te poten en om er wijn mee te kleuren. De zaden worden als extreem giftig beschouwd.




 

JACOBAEA VULGARIS


Jacobskruiskruid




Naamgeving

De  naam Jacob (jacoba) verwijst naar de feestdag van Sint Jacobus de oudere op 25 juli. Dit is midden in de bloeiperiode: de eerst bloeiende planten zien we  in juni en de bloei duurt tot in september.


Plantkenmerken

De kruiskruiden horen bij het geslacht Senecio, wat grijsaard betekent. Dit heeft te maken met het feit dat wanneer de plant (bijna) uitgebloeid is de bloeiwijze vol haartjes zitten.Dit is het pluis van de vruchtjes, die moeten zorgen dat de vruchtjes door de wind worden meegenomen of aan de vacht van dieren blijven kleven. Jacobskruiskruid is een, tot 90 cm. hoge plant uit de familie van de composieten. Hij komt voor op droge zandgronden, industrieterreinen met opgebrachte grond en vooral in de duinen.

Jakobskruiskruid is een windverspreider, maar is een pioniersplant en verspreidt zich snel doordat een volwassen plant 75.000 tot 200.000 zaadjes kan produceren, die op open plekken in het gras of de berm makkelijk kiemen.


Geneeskunde

Etnobotanisch (dat is ongeveer hetzelfde te noemen als volksgeneeskunst) is Uphof erg gecharmeerd en noemt als toepassing ook de kankerbestrijding, verkoudheden, reuma en een samentrekkende werking. Onze “eigen” E.F. Steinmetz in zijn Materia Medica Vegetabilis van 1954 noemt kolieken, laxering en angina pectoris als toepassing maar ook zijn emmanogoge, zeg maar baarmoederschonende werking dat ook als aborterend kan worden opgevat maar ook bij menstruele problemen kan worden gebruikt.

Fetrow en Avila waarschuwen ook voor het gebruik maar kennen het wel de positieve werking bij verbrandingen toe en ook bijensteken zouden ermee te behandelen zijn. U moet natuurlijk wel weten dat het hier om kortlopende kuren moet gaan en zoiets natuurlijk onder begeleiding van een ter zake kundige therapeut en of arts.


Eetbaar

Jakobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens, doordat het zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. In de plant zijn pyrrolizidine-alkaloïden aanwezig in de N-oxidevorm en zijn dan niet giftig. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen met name in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten, waarbij kleine bloedvaatjes verstopt raken. Het grootste gevaar schuilt in hooi en kuilvoer. Ongemerkt kunnen dieren dan het giftige jakobskruiskruid binnenkrijgen. Het verwijderen van de planten uit het hooi is bijna ondoenlijk, omdat de bladeren verbrokkeld kunnen zijn. De pyrrolizidine-alkaloïden verlaten het lichaam binnen 24 tot 48 uur voornamelijk via de nieren, maar het kan ook via melk. Pyrrolizidine-alkaloïden hebben een cumulatief effect. Zowel de opname van een grote hoeveelheid in één keer, als de opname van kleine hoeveelheden over langere tijd kunnen leiden tot beschadiging van de lever en ziekteverschijnselen.

Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever dus op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar. Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven levercellen overgenomen worden door andere levercellen. Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50-70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte.

Runderen en paarden vermijden het plantje normaal gesproken bij het grazen, maar in tijden van droogte en voedselschaarste kunnen ze het wel gaan eten. Bij runderen kan het gif ook zonnebrand veroorzaken, doordat het gif in het bloed van de haarvaten onder invloed van het UV-licht van de zon schadelijk wordt voor de omliggende weefsels. Schapen eten de plant graag en zijn minder gevoelig voor de gevolgen. Ze krijgen later echter wel problemen in de groei.

Jakobskruiskruid kan na huidcontact een allergische reactie geven, die "contactallergisch eczeem door composieten" wordt genoemd. Deze allergie kan optreden bij gesensibiliseerde personen na huidcontact of na opname van planten(delen) via de mond. Het is daarom aan te raden om bij het aanraken van de bloemen en planten handschoenen te dragen


Voedselbron

Er komen veel soorten vliegen, zweefvliegen, allerhande bijensoorten, graafwespen en vlinders op af.  Men schat zo'n 150 soorten. En 30 insectensoorten leven als larve van de plant. Het jakobskruiskruid vormt het hoofdvoedsel voor de zebrarups, de larve van de sint-jacobsvlinder (Tyria jacobaea). De rupsen van deze vlinder zijn aangepast aan het eten van jakobskruiskruid en zijn dus niet gevoelig voor vergiftiging door pyrrolizidine-alkaloïden. Jakobskruiskruid vertoont echter na vraat door deze rupsen vaak een geweldig herstelvermogen.

De bladroller Eucosma campoliliana heeft eveneens jakobskruiskruid als waardplant. Ook de duinzijdebij (Colletes fodiens, een solitaire bij) is afhankelijk van deze plant. Ze haalt stuifmeel en nectar op jakobskruiskruid of op de ondersoort duinkruiskruid. Ook de kever Longitarsus jacobaeae en de zaadvlieg (Botanophila seneciella) houden veel van deze plant..


Waarschuwing!

Als jakobskruiskruid zich eenmaal gevestigd heeft, is het erg lastig om de plant te bestrijden. Door voor een dichte graszode te zorgen kan de vestigingskans van het onkruid verkleind worden. In een dichte zode kunnen de zaden van deze soort namelijk veel minder makkelijk kiemen. Uit de praktijk blijkt dat jakobskruiskruid erg slecht tegen kunstmest kan, tegelijkertijd krijgt het gras kans om een dichtere zode te vormen en zo nieuwe vestiging lastiger te maken.

Soms wordt geprobeerd om jakobskruiskruid te bestrijden door te voorkomen dat de plant zaden vormt, omdat hij een korte levensduur heeft. Deze methode is echter niet zonder risico. In een natuurlijke situatie sterft jakobskruiskruid nadat de plant zaden geproduceerd heeft. Het verwijderen van de bloemen of bloeiwijze of het afmaaien zorgt er echter voor dat de plant niet afsterft, maar juist opnieuw weer uitgroeit. Door het verwijderen van de bloeiende delen van de plant wordt dus juist de levensduur verlengd.

De plant kan handmatig verwijderd worden, maar er mogen dan geen stukjes wortel achterblijven, omdat ook uit kleine wortelresten nieuwe planten kunnen groeien. Handmatig verwijderen is over het algemeen alleen efficiënt bij zaailingen en rozetten, grotere planten zijn vaak te diep geworteld. Nadeel is het opnieuw verstoren van de grond, waardoor ook mogelijk eerder begraven zaad naar de oppervlakte kan komen, dat dan weer kan ontkiemen. Jakobskruiskruid groeit snel terug na het snijden of het maaien, vaak binnen een paar weken. Dikwijls komen er meerdere planten voor in de plaats. Kijk uit voor het eten van schapen en geiten die geweid hebben in bermen en natuurgebieden met jakobskruiskruid.

Je mag de plant ook gewoon mooi vinden.


 





DAUCUS  CAROTA

   

Wilde peen               



Naamgeving

De wilde peen (Daucus carota) is een plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae).De plantnaam ”Daucus” komt van het oude Griekse woord daukos waarmee verschillende schermbloemige planten werden aangeduid. Bij de vele volksnamen die peen bezit, is het niet altijd mogelijk na te gaan of men de wilde plant bedoelt, dan wel de gekweekte vorm. De soortnaam carota moet verklaard worden als saffraankleurig, hetgeen slaat op de kleur van de penwortel. De naam peen is het meervoud van pee, in de betekenis van ”wortel van de plant”.


Plantkenmerken

Het is een tweejarige plant. De soort heeft kou nodig voordat deze kan gaan bloeien. In het tweede jaar, na de winter, gebruikt de plant de opgeslagen voedingsstoffen uit de wortel voor de verdere groei en bloei. De soort bloeit in juni tot de herfst met schermen. Het scherm bestaat uit vele stralen, waarvan de buitenste bij rijping vogelnestjesachtig naar binnen zijn gebogen. Wilde peen groeit vooral langs dijken en wegen, ze heeft een witte penwortel, terwijl de gekweekte soorten een fraai rode tot oranje penwortel hebben. Uitzonderlijk mooi zijn de grote omwindselblaadjes onder aan het bloemscherm. De wilde peen is bijzonder rijk aan stuifmeel en de bloemen worden dan ook druk bezocht door bijen, wespen en kevers. Opmerkelijk is de aanwezigheid van één donkerpurper bloempje in het hart van het witte, soms iets roze scherm. Over het waarom heeft men nog geen verklaring gevonden: is het een lokmiddel voor insecten  of moeten we het als een soort honingmerk beschouwen? Wanneer de schermen uitgebloeid zijn, buigen de randen zich opwaarts zodat ze eruitzien als een vogelnestje; in het holletje dat dan ontstaat liggen soms de rupsen van de koninginnepage. De vruchtjes zijn voorzien van weerhaakjes.


Geneeskunde

De wortel is geneeskrachtig en rijk aan vitaminen. Het sap zou een gunstige invloed hebben bij aandoeningen van de luchtwegen en bij maag-, nier- en darmkwalen. De etherische olie in de wortel is een wormmiddel. Peen wordt een uitstekend middel geacht tegen geelzucht, maagstoornissen, huiduitslag en klieraandoeningen. Als pulp tegen pijn van brandwonden.


Eetbaar

De blaadjes van de bladrozet van het eerste jaar zijn goed te gebruiken voor soepgroenten of in de groenten. De penwortel (pee) is eetbaar; het is raadzaam om dit in het voorjaar te doen, later zijn de wortels houtig en verliezen ze hun waarde als gezond voedsel. De witte wortel heeft ongeveer dezelfde geur en smaak als de wortels die wij eten, maar is veel dunner. De wortels zijn gekookt lekker om te eten en nuttig voor de maag; ze zijn urineafdrijvend en ze wekken de eetlust op en de lust in de huwelijksdaad.


Volksgeloof

Een oud volksverhaal was dat op Oudejaarsavond door de ongehuwde meisjes drie schotels werden neergezet, gevuld met zand, water en peen. Nadat de meisjes geblinddoekt waren, mochten zij een greep naar de schotels doen. Wie het zand greep, zou in de loop van het jaar sterven, wie haar hand in het water stak, bleef het komende jaar ongehuwd, maar wie de peen greep zou spoedig gaan trouwen. De  symboliek van dit verhaal is niet ver te zoeken.


Symboliek

Volgens de signatuurleer was de gele wortel goed ter genezing van geelzucht. Om het gehele jaar over geld te kunnen beschikken, moest men op Nieuwjaarsdag wortelen eten, dit volgens een oud volksgeloof.

Wetenswaardigheden

Door opgravingen weten we dat de soort omstreeks 2200 v. Chr. al bij Spijkenisse aanwezig was, rond 1250 v. Chr. bij Oss en omstreeks het begin van de jaartelling in het Fries-Groningse kustgebied. Gekweekte Peen heeft met veel meer aantastingen te kampen dan de wilde vorm. Deze aantastingen worden veroorzaakt door schimmels, aaltjes en allerlei insecten.







AEGOPODIUM PODAGRARIA


Zevenblad




Naamgeving

De geslachtsnaam is samengesteld uit aigos= geit en podion= pootje voet, dus geitenpootje naar de vormgelijkenis van de kroonblaadjes, volgens anderen naar de vorm van de bladeren. De bladeren zijn onder aan de stengel zeventallig (vandaar de Nederlandse naam) en hebben drie blaadjes bovenaan en twee maal twee blaadjes onderaan het blad.


Plantkenmerken

Zevenblad (Aegopodium podagraria) is een vaste plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant groeit op beschaduwde plaatsen in heggen, tuinen, wegbermen en akkerranden op vochtige of bemeste grond. Vaak wordt de plant ook hanenpoot genoemd. De stengels zijn hol en gegroefd. Zevenblad wordt 60-90 cm hoog. De plant heeft kruipende, ondergrondse uitlopers (rizomen). De plant wordt beschouwd als een onkruid, omdat de wortelstok makkelijk afbreekt en het zodoende moeilijk te verwijderen is. Een beukenhaag kan een natuurlijke barrière vormen. Wie zelf gaat tellen zal merken dat zevenblaadjes eerder een uitzondering is dan een regel. De onderste bladeren zijn dubbel-drietallig, maar de zijblaad¬jes zijn vaak tweetallig ( 3 + 2 x 2).

Het is een moeilijk uit te roeien plant, door bodembewerking bevordert men haar uitbreiding. Uit elk afgescheurde of afge¬broken stuk kan zich een nieuwe plant ontwikkelen.


Gebruik

De bloemen lokken door hun kleur en geur insecten vooral bijen aan. De zevenblad bloemen blijven een tijdlang mooi in de vaas.


Geneeskunde

Zevenblad bevat vitamine C, caroteen en kalium, calcium, magnesium en kiezelzuur. Deze plant werd vroeger tegen voetjicht en reumatische aandoeningen gebruikt, vandaar de Latijnse naam. Behandel pijnlijke gewrichten met een warm kompres van gekookte wortels en bladeren. Gekneusd blad is goed tegen insectenbeten en reuma. Ze werden ook als soepgroente gekookt als bloedzuiverend middel. De verse blaadjes werden ook als urineafdrijvend en maagzuiverend aangeprezen.


Eetbaar

De bladeren hebben een hoog gehalte aan vitamine C en uit de jonge bladeren wordt soms  een salade bereid. De aromatische bladeren kookt  men als bladspinazie in combinatie met andere bladgroente. Gedroogd smaakt het naar peterselie.


Mythen

Het kruid was destijds gewijd aan St Gerardus, schutspatroon van de jichtlijders. En jicht is podagra in het Latijn vandaar de naam.


Waarschuwing!

Door zijn grote en uitgebreide ondergrondse uitlopers is de plant uit tuinen moeilijk weg te krijgen; het is een echte woekeraar die grote oppervlakken kan bedekken.


 





 

ALLIARIA PETIOLATA


Look zonder look





Naamgeving

De botanische naam Alliaria is afgeleid van het woord voor knoflook. Overigens verspreiden niet alleen de bladeren, maar ook de zaden en wortels deze geur. Petiolatus betekent gesteeld en heeft betrekking op de gesteelde bladen van het wortelrozet. Dit is uitzonderlijk omdat de bladeren van een wortelrozet meestal ongesteeld zijn.


Plantkenmerken

Look-zonder-look is een algemeen voorkomende plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie. Binnen de kruisbloemenfamilie is de soort gemakkelijk te herkennen aan de witte bloemen, het blad en de geur. Na het wrijven van een blad komt er een geur vrij die volgens sommigen op uien lijkt, maar door de meeste mensen als knoflook wordt aangeduid.  De plant is tweejarig, het eerste jaar maakt hij een wortelrozet met ronde bladeren, het tweede jaar schiet hij op tot 1 meter hoog. De bladeren reuken subtiel naar knoflook. Maar het is botanisch geen familie van de knoflook. Zoals bij alle soorten uit de kruisbloemenfamilie hebben de bloemen vier kroonbladeren. Bij look-zonder-look zijn de kroonbladeren tweemaal zo lang als de kelkbladeren. De plant kan 0,2-1 m hoog worden. De hauwen zijn lang, de bladeren aan de voet van de plant zijn lang gesteeld. De bovenste bladeren zijn hartvormig en onregelmatig getand. De stelen zijn niet vertakt, en gaan meestal recht omhoog. De bloeitijd is van april tot juni. De favoriete standplaats is op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs bospaden en beken, liefst enigszins in de schaduw, dus vaak aan de zoom van parken en bossen en in heggen.


Geneeskunde

Een aftreksel van de bladeren (drogen, twee theelepels per kopje water, vijf uur weken, even aan de kook brengen en vijf tot tien minuten laten trekken) kan inwendig tegen astma en bronchitis worden gebruikt. Het kan als kruidenkompres bij wonden worden gebruikt. Het was ook geschikt om diarree en darmcatarre te stoppen. Parasieten konden uit de ingewanden worden verdreven. Look-zonder-look werd vroeger aangewend als middel om zweren te laten rijpen en als bloedzuiverend middel gebruikt. De niet meer in gebruik zijnde naam Alliaria offïcinalis, uit of van de apotheken, duidt op deze medicinale werking.

Volgens de ethnobotanist Lieutaghi heeft het blad een ontsmettende werking en kan het vooral vers in het voorjaar bij verkoudheid en bronchiale problemen als slijmoplossend middel gebruikt worden. De ontsmettende mosterdolie glycosiden in de plant zullen daar niet vreemd aan zijn. Hij is wat werking betreft dan ook te vergelijken met mierikswortel en knoflook; maar minder sterk.


Eetbaar

Zoals veel soorten uit de kruisbloemenfamilie is look-zonder-look goed in de keuken bruikbaar. De plant werd gebruikt als toekruid om aan de maaltijd een knoflook-aroma te geven. Niet alleen in Nederland, ook elders in Europa; de Duitse naam Lauchkraut en de Engelse naam Hedge Garlic wijzen hier duidelijk naar. Wie vergeten heeft om bij de groentenboer een knoflookje mee te nemen, weet dus de weg om dit verzuim goed te maken. Even op zoek naar een paar blaadjes Look-zonder-look in de beschaduwde wegberm of langs de bosrand en de maaltijd is gered. Al is de smaak toch wat aan de flauwe kant. Maar culinair verbergt onze Look zonder look nog wel enkele andere smaakjes. Zo proeven de zaden scherp mosterdachtig, met heel veel moeite zou je er een soort mosterd kunnen van maken. Dat werd al in 1552 door een zekere Tragus geadviseerd. De wortel ruikt dan weer naar rapen, maar is nogal vezelig om zo maar op te snoepen. Je kan hem wel laten meetrekken in een groentesoep of ragout. En het laatste onderdeel van de plant dat we kunnen gebruiken zijn de witte bloemen, die vooral in de salade en op een boterham met platte kaas te genieten zijn.


Bijzonderheden

De plant is een waardplant van de rups van het oranjetipje.








POLYGONUM CUSPIDATUM


Japanse duizendknoop




Naamgeving

De Japanse duizendknoop is een plant uit de duizendknoopfamilie(Polygonaceae). De plant wordt ook wel Mexicaanse Bamboe genoemd en sinds kort noemt men de plant in Nederland ook Het Groene Gevaar.


Plantkenmerken

De Japanse duizendknoop is een diepwortelende vaste plant, die bestaat uit een lange holle stengel van 0,5-3 m lang met zijtakken en 5-12 cm grote bladeren eraan. De plant vormt stevige wortelstokken. In de winter sterft de plant bovengronds af. De stengel is opgebouwd uit holle compartimenten, zoals bij bamboe. Op de grens tussen twee hiervan bevindt zich een knoop waaraan zich een zijtak en een blad bevinden. Ook de zijtakken zijn op deze wijze verder onderverdeeld. De plant bloeit in augustus en september met créme witte, soms witroze, bloempjes. De zaaddragers zijn roodachtig en hebben een vliezige zoom of vleugel om de vruchtjes. De plant heeft een enorme groeikracht. De plant kan door scheuren via de fundering huizen binnengroeien en door asfalt heen breken. Er zijn geen insecten of schimmels die er noemenswaardig van eten (hooguit nectar), waardoor de plant niet in zijn opmars wordt gestuit.


Gebruik

De stengels worden gebruikt in de bloemsierkunst en je kunt van achter de koop afgezaagde dunne stukken van de stengels een uitstekend bijenhotel bouwen!


Geneeskunde

De plant schijnt volgens sommigen ook helende krachten te hebben. Resveratrol is een plantaardige stof die in een hoog gehalte voorkomt in de Japanse Duizendknoop. Daarom worden deze twee, de stof en de plant vaak in één adem genoemd. Dit gebeurt met name binnen de lymetherapie die met kruiden werkt.

Japanse Duizendknoop is, zoals al gezegd is, een belangrijke bron voor resveratrol. Resveratrol is een natuurlijke verbinding die in planten ontstaat als reactie op schimmelinfecties, beschadiging, en UV-straling. Het wordt beschouwd als een onderdeel van hun natuurlijk "afweermechanisme". Planten maken deze stof om hun gevoelige weefsels te beschermen tegen ziekten en aandoeningen.

Resveratrol heeft medicinaal gezien meerdere positieve werkingen. Eén daarvan is dat het een heel sterke antioxidantis. Een andere belangrijke werking is dat het de levensduur van gezonde cellen verlengt en het voorkomt dat woekercellen ontstaan. Om deze redenen wordt het in de natuurgeneeskunde ook toegepast bij kanker. De werking van resveratrol uit de Japanse Duizendknoop bij Lyme ligt meer op het gebied van het immuunsysteem. De belangrijkste bestanddelen van Japanse duizendknoop zijn stilbenen (Resveratrol) en antrachinonen (emodine). Zij bevorderen respectievelijk de bloedsomloop en spijsvertering.


Eetbaar

De jonge scheuten kunnen gegeten worden en smaken als rabarber, een groente uit dezelfde plantenfamilie.


Bijzonderheden

Planten produceren deze stof om gevoelige weefsels te beschermen tegen ziekten en aandoeningen. Resveratrol  is een natuurlijke stof en wordt beschouwd als een deel van hun natuurlijke "afweermechanisme" o.a. tegen paddenstoelen. 


Waarschuwing!

De plant is sterk woekerend en zodra hij ergens gevestigd is, vrijwel onuitroeibaar. Uitgraven is niet efficiënt en zeer arbeidsintensief. De wortels kunnen tot 3 meter diep zitten en als een stukje van 1 cm niet wordt meegenomen komt de plant weer terug.

De Japanse duizendknoop is door zijn groeikracht en relatieve ongevoeligheid voor bestrijdingsmiddelen moeilijk te doden op plekken waar hij eenmaal goed gevestigd is.

Om de plant volledig kwijt te raken zal uiteindelijk elke 14 dagen moeten worden gemaaid. Opgepast: het maaisel mag niet vermengd worden met gewoon groenafval, daar elk stukje opnieuw kan uitlopen tot een nieuwe kolonie!






TYPHA LATIFOLIA


Grote Lisdodde.




Naamgeving

Griekse basis ‘typh’ of ‘tiph’ kan verschillende uitgangen en schrijfwijzen hebben en daarmee verschillende betekenissen. Het kan afgeleid zijn tiphos = moeras of plas, naar de natuurlijke groeiplaats, maar ook van typhe = kattestaart, naar de vorm van de bloeiwijze. Daarnaast komen typhein = branden, vanwege de fakkelvormige aren of tuphè (afkomstig is van tuphoo : rook maken, smeulen of verbranden) omdat de aangestoken vrouwelijke bloeiwijzen kunnen smeulen, in aanmerking. Mogelijk ook gaat de naam terug op typhos = zich iets verbeelden, omdat de plant door de hoge, slanke bouw een trotse, hooghartige indruk maakt. De naam Lisdodde is ontstaan uit twee onderdelen. ‘Lis’, omdat de bladeren op die van een lis lijken en ‘dodde’ een propperig, dik voorwerp, waaraan de bloeiwijze doet denken. Het Hoogduitse ‘deutte, dutte, dodde’ betekende iets propperigs, zoiets als een dot watten. In het Etymologisch Woordenboek van dr. J. de Vries staat 'Dodde, zie Dot, "kluwen, zuigdot," eigenlijk een rondachtig voorwerp.' De namen Rietsigaar en Sigarenriet zullen wel door kinderen gebruikt zijn. Ze staken de aren aan en stapten er dan mee rond alsof zij een sigaartje rookten


Plantkenmerken

De lisdoddenfamilie kent alleen het geslacht Typha. In ons land komen hiervan twee vertegenwoordigers voor: grote en kleine lisdodde (T. angustifolia).

Ze hebben lange, grasachtige bladeren, vanwege de verdikking aan het uiteinde van de bloemstengels worden ze ook wel rietsigaar genoemd.

De plant transporteert zuurstof naar de wortels. De mannelijke aar  zit direct boven de vrouwelijke aren.  Grote lisdodde is lichtbruin, de kleine lisdodde geelachtig, groenachtig. Lisdodden groeien in dikke pollen bij elkaar en hebben kruipende wortelstokken. De wortelstokken verankeren de plant in de meestal slappe bodem

In de stengel en wortelstokken zitten luchtkanalen. Hierdoor kan zuurstof via de bladeren door de in het water staande stengels naar de wortels worden vervoerd. De luchtkanalen vormen een ideale schuilplek voor allerlei insecten, die in de holle stengels overwinteren.

De plant is eenhuizig, wat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant groeien. De dunne mannelijke bloeiwijzen zitten bovenaan in de sigaar, de vrouwelijke in het dikke bruine gedeelte onderaan. De mannelijke aar verspreidt stuifmeel en valt na de bloei direct uiteen. Als stuifmeel op de stempels van de onderliggende vrouwelijke sigaar valt, vindt bevruchting plaats en ontwikkelen zich kleine zaden. Omdat de stempels van de vrouwelijke aar lang - soms wel weken - bevrucht kunnen worden, vindt er ook  zelfbestuiving plaats. Na de zaadzetting valt de vrouwelijke aar uiteen in een massa pluizige zaden. De zaden worden door de wind verspreid dankzij de haren aan de bovenkant van de zaden. Als het zaadje in het water valt, zorgen de haren ervoor dat het nog even blijft drijven, om nog verder van de ouderplant te komen. Hierna scheurt de vruchtwand open en zinkt het zaadje naar de bodem, waar het kan ontkiemen tot een nieuwe plant.

Lisdodde zuivert het water.


Gebruik

Lisdodde wordt ook wel rietsigaar, lampenpoetser, kannenwasser of tuitenra(g)ger genoemd. De vele volksnamen geven aan dat de lisdodde voor allerlei zaken gebruikt werd: de lange zachte aar als schoonmaakborstel om lampenglazen en dergelijke mee schoon te maken. Het pluis werd gebruikt om kussens en dekbedden mee te vullen, het blad kon als strooisel in de stal worden gebruikt en de aar werd ook wel gedroogd als fakkel gebruikt, door ze aan een stok te binden, in olie te

drenken en aan te steken.

De lange taaie bladeren kunnen als bindmiddel worden gebruikt. De ronde vorm van de aar was aanleiding de naam Pompstokken te gebruiken. Een pompstok is een buigzame stok waaraan een lap bevestigd is en die dient om een geweerloop van binnen schoon te maken. Vroeger werden de vruchtkolven veel verwerkt in zogenaamde droog- of winterboeketten. Tegenwoordig worden beide Typhasoorten, maar meestal de kleine, nog steeds graag gebruikt in de bloembinderij. Van de 'sigaren' kun je fakkels maken.De stengels en bladeren kunnen als dakbedekking dienen en je kunt er ook papier van maken.


Geneeskunde

In de reguliere geneeskunde werd de plant zo goed als niet toegepast. Alleen in

de volksgeneeskunde werd het vruchtpluis genomen bij brandwonden en als

bloedstelpend middel.

De bladeren van de lisdodde zijn vochtafdrijvend. De gedroogde bladeren kun je

toevoegen aan theemengsels. De bladeren en de fijngestampte wortel zijn

bruikbaar als kompres op open wonden en om brandwonden af te dekken.


Eetbaar

Allerlei delen van de plant zijn ook eetbaar: de jonge scheuten en bladeren in salades, het stuifmeel als bindmiddel en de wortels als bron van zetmeel.

Stuifmeel als  bloem voor het bakken van koek. De jonge knoppen kunnen gegeten worden  als een soort asperge. Wortelstokken kunnen gegeten worden als gekookt en gebakken. De zaden van de vrucht zijn eetbaar.


Symboliek

Mensen die een zot of een nar moesten uitbeelden in een toneelstuk kregen een lisdoddekolf als skepter in de hand.

Het staat symbool voor vrede en geluk, maar ook voor haast.


Waarschuwing!

Lisdodden zijn agressieve groeiers, althans de grote en de kleine lisdodde. Ze zaaien zich sterk uit en woekeren. Met hun wortels groeien ze al snel door vijverfolie heen, met alle gevolgen van dien.


Grote lisdodde (Typha latifolia) groeit langs oevers van waterlopen en meren. Deze soort is inmiddels een beschermde plant. Je herkent hem aan de bruine rietsigaren waarop de mannelijke en vrouwelijke bloemen zich gescheiden bevinden zonder tussenruimte.

Kleine lisdodde (Typha angustifolia)

Deze soort heeft slanker blad dan z'n grote broer. In hoogte ontloopt de kleine lisdodde de grote lisdodde niet veel. Een hoogte van twee meter is bereikbaar. Tussen de mannelijke en vrouwelijke bloempjes op de kolf zit er een spatie van een twee- à vijftal centimeter.

Dwerglisdodde (Typha minima) is een kind vergeleken bij de twee andere soorten. De plant wordt niet hoger dan dertig tot vijfenveertig centimeter. De sigaren van deze soort zijn kleiner en ronder dan die van de andere soorten. Het blad is grasachtig. De plant woekert niet.





SOLANUM  DULCAMARA


Bitterzoet


 



Naamgeving

De geslachtsnaam ’Solanum’ betekent ’nachtschade’ en is mogelijk afgeleid van het Latijnse ’solari’ wat ’tot bedaren brengen’ betekent; de Latijnse soortnaam dulcamara komt van: dulcis is zoet en amarus is bitter, dit is in strijd met de werkelijkheid eerst zoet en dan bitter.

Het wordt ook wel wild zoethout genoemd en wordt als surrogaat voor het echt zoethout gebruikt. De Nederlandse naam is een vertaling van de botanische naam. Dulcis betekent "zoet" en amaris betekent "bitter".De wortel en de stengel smaken eerst bitter en dan door invloed van speeksel, na een poosje kauwen, zoet. Vandaar de naam bitterzoet.


Plantkenmerken

Bitterzoet is een tot twee meter lange, overblijvende plant met een houtachtige stengel. De plant komt vrij algemeen voor, ook op vochtige plaatsen. Het is een slingerende of windende plant die langs heggen groeit. Ze behoort, net als de aardappel en de tomaat tot de nachtschadefamilie (omdat men vroeger dacht dat deze plant de schaduw was van een demonische kracht). De stengels zijn dun, rankend en aan de basis verhout. De plant windt zich meestal om andere planten. Hierbij kan de plant een lengte van 4 m bereiken, hoewel 1-2 m gebruikelijker is.De fraaie paarse bloemen met opvallende, gele meeldraden  zitten in enigszins vertakte, hangende trosjes op korte steeltjes aan de zijkanten van de stengel en in de oksels van de plant. Zijn de bloemen uitgebloeid, dan vormen zich eironde bessen, De 1 cm grote bessen zijn eerst groen, dan geel, later rood. Ze zijn in rijpe vorm zacht, eetbaar voor vogels, maar giftig voor mensen. De vogels spelen dan ook een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden. De zaden van bitterzoet kunnen lang in de bodem overleven, zodat ze bij verstoring van de bodem weer kunnen opduiken.


Geneeskunde

In de volksgeneeskunde werd het gebruikt bij reuma( "oudmannetjeshout"), astma en bronchitis, spier en zenuwpijnen.

In de kruidengeneeskunde: laxerend, urinedrijvend, zweetdrijvend, maar vooral als bloedzuiverend middel. Het stengelsap wordt ook nu nog gebruikt als middel tegen huidaandoeningen. In de volksgeneeskunde werden drie handen gedroogde bladen, samen met 100 g lijnzaadmeel gekookt in een liter (rode) wijn. Men liet het met een ons reuzel inkoken tot een papje. Dit papje werd toegepast bij steenpuisten. Een overdosis leidt onder andere tot verlies van spraak.

In de farmacie wordt de plant voor meerdere huidaandoeningen gebruikt. Werkzame stoffen zijn bitterglycosiden, saponine, solaceïne, solaneïne, solsonine en tannine. Giftige stoffen zijn solanine en dulcamarine.


Eetbaar

Het eten van 30-40 onrijpe groene bessen kan voor kinderen fataal zijn. Kramp en verlamming van de ademhalingsorganen zijn de symptomen. De eivormige bessen verkleuren van glanzend paprikagroen tot scharlaken rood: ze zijn zwaar giftig, ze hebben een zoete smaak, de stengels van bitterzoet zijn giftiger. De 4-12 cm lange bladen zijn pijlvormig of langwerpig, vaak iets gelobd aan de basis, met een bladsteel tot 3 cm. Zoals bij vrijwel alle Solanum-soorten zijn de bladen giftig.


Volksgeloof

Vroeger noemde men het bitterzoet een heksenkruid, wegens de magische kracht die de plant zou verlenen aan degene die haar at. De plant werd vroeger gebruikt tegen betovering van het vee. Tevens was het een ingrediënt voor in liefdesdrankjes.

Om kwade geesten af te weren hing men een krans van bitterzoet om de hals van dieren en mensen (heksenkruid). Wat bitterzoet onder het hoofdkussen, zal je helpen een oude liefde te vergeten. De bitterzoet wordt ook gebruikt om te beschermen tegen het kwaad, maar ook om het kwaad te verwijderen van mensen en dieren, door een klein stukje van het kruid vast te binden aan het lichaam. Aan het lichaam gebonden geneest bitterzoet ook hoogtevrees en duizeligheid, volgens Culpepper. Om de nek van de mummie van Toetanchamon werd namelijk een ketting van bessen van de bitterzoet aangetroffen. In Duitsland hingen de boeren wel eens bitterzoet om de nek van hun vee om het te beschermen tegen kwade geesten. Bitterzoet behoort tot de heksenkruiden. Bitterzoet is een van de ‘negenderhande’ kruiden: de andere zijn leverkruid, lievevrouwebedstro, citroenkruid, absint, bijvoet, boerenwormkruid, valeriaan en alant. Het zijn zogenaamde rookkruiden, die werden verbrand om met de rook  de duivel te verdrijven. Deze rookkruiden werden op 14 augustus geplukt en daags daarna, op Maria Hemelvaart, in de ochtendmis gewijd. Kruiden mochten niet worden afgesneden maar moesten met de hand worden geplukt. Voor het samenbinden van de ruiker gebruikte men meestal enkele ranken van bitterzoet.


Bijzonderheden

Op de plant kun je vaak het Bitterzoetglanskevertje tegenkomen. Dit klein kevertje voedt zich met delen van de bloemen.

Het aantal groeiplaatsen van bitterzoet gaat achteruit. Bitterzoet fungeert als waardplant van de bacterie die bruinrot veroorzaakt bij aardappelen. Mogelijk door actieve bestrijding is ze in sommige agrarische gebieden uitgeroeid. Ook de afbraak van houtwallen en singels als gevolg van schaalvergroting is een oorzaak van achteruitgang.


Waarschuwing

Er zitten giftige stoffen in de plant.


Als ik dit zo lees over het bittere kruid, dan heb ik toch liever een kruidenbitter.




Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: