flora 6




LEUCOJUM VERNUM


Lenteklokje






Flora 6

Naamgeving

De naam "Leucojum" is afgeleid van het Griekse "Leukos" dat "wit" betekent zodat Leucojum zoveel wil zeggen als "de Witte". Toegevoegd zijn dan nog "vernum" voor "van de lente". De Nederlandse benaming is duidelijk.


Plantkenmerken

Uit de ondergrondse bol van deze meerjarige plant komt een rozet van smalle bladeren te voorschijn. Uit die rozet komt een circa 20 cm hoge bloemstengel te voorschijn. Aan deze bloemstengel komen één, en enkele keer twee, klok- tot bolvormig knikkende bloemen. Hierin onderscheidt ze zich van het zeldzamere en beschermde zomerklokje (Leucojum aestivum), dat meestal meer dan twee bloemen per stengel heeft.

Lenteklokje bloeit gewoonlijk in de tweede helft van de winter en wel zo'n  twee weken later dan het Gewoon sneeuwklokje. Het is een van onze vroegst bloeiende plantensoorten.

Met zijn lantaarnvormige witte bloemkronen is het Lenteklokje, een van onze vroegst bloeiende plantensoorten. We vinden Lenteklokje meestal in de bossen van buitengoederen, maar ook wel daarbuiten op vochtige en voedselrijke plaatsen. Het is dan meestal verwilderd vanuit zo'n buitengoed. Uit de rozet met smalle lijnvormige bladeren komt de bloemstengel omhoog die meestal slechts één bloem draagt. Ze zijn goed te onderscheiden van Gewoon sneeuwklokje, dat een tweetal weken eerder bloeit dan Lenteklokje op iets drogere plekken.

Tegenwoordig beschouwen we Lenteklokje toch vooral als een stinzenplant die verder ook veel gekweekt wordt als tuinplant. Het Lenteklokje is een winterbloeier, maar wordt vanouds beschouwd als een voorbode van de Lente. Het lenteklokje  is een bolgewas uit de narcisfamilie

De bloemen geuren, maar door de erg vroege bloei trekken ze maar weinig insecten aan die voor bestuiving en bevruchting kunnen zorgen.

De bloemen zijn wit en iets breder (2-2,5 cm) dan die van het sneeuwklokje.


Kweek

De bollen, die erg vers moeten zijn, worden best zo snel mogelijk in een vochthoudende grond geplant, in halfschaduw of schaduw. Een mogelijk alternatief is het delen van de pollen “in het groen” op het einde van de bloeitijd. Deze elegante plant die overigens gemakkelijk te kweken is, past zich goed aan alle soorten grond aan en houdt in het bijzonder van het onderhout. Eens het lenteklokje geacclimatiseerd is, plant het zich gemakkelijk voort via spontane zaailingen.


Gebruik

Zowel de bol als de bladeren bevatten giftige alkaloïden. Bij inname kunnen deze onder andere braken en diarree veroorzaken.








GALANTHUS NIVALIS


Sneeuwklokje

     


Naamgeving

De Griekse naam Galanthus is samengesteld uit het woord gale: melk en anthos: bloem dus letterlijk vertaalt melkbloem.

De Latijnse soortnaam nivalis duidt op nix  = sneeuw.

De Nederlandse verklaring van de naam is gemakkelijk, gezien de vroege bloeitijd  en de hangende, klokvormige bloempjes is de naam vanzelfsprekend.

De tere bloempjes van het sneeuwklokje worden ook wel “bloemen van de hoop” genoemd.


Plantkenmerken

Het sneeuwklokje is familie van de narcissen Het bekende sneeuwklokje is met haar bloei in februari en maart  een bolgewas, dat al sinds eeuwen in cultuur is en vanuit Zuid-Europa is ingevoerd.

Oorspronkelijk zijn het stinse planten die vroeger bij de kastelen en grote landgoedparken werden aangeplant. De plant komt in Nederland niet in het wild voor. De beklede bol bestaat uit verscheidene bolrokken, welke twee of meer jaren in functie blijven. In de herfst maakt de bol nieuwe wortels. De bloemen zijn knikkend en hebben drie witte gebogen buitenste en drie kleinere binnenste bloembladen met een groene v-vormige vlek, dit is blijkbaar een honingmerk. De gewone sneeuwklokjes bezitten  6 meeldraden en hebben één stijl.

De klokjes gaan pas in de loop van de ochtend open en na drie uur in de middag sluiten ze weer.

Het bloembezoek is erg gering doordat tijdens de bloei nog nauwelijks insecten actief zijn. De zaadverspreiding vindt plaats door mieren.

Het mierenbroodje is een vettig aanhangsel van een zaad dat de mieren lekker vinden, de mieren slepen de vrucht naar hun nest en zorgen zo voor de zaadverspreiding.

De beklede bol bestaat uit verscheidene bolrokken, welke twee of meerdere  jaren in functie blijven.

In de herfst maakt de bol nieuwe wortels.


Geneeskunde

Het is een goed middel tegen winterhanden en voeten, waarvoor de bolletjes worden gebruikt.

In de oogheelkunde  werd vroeger een extract gemaakt tegen oogziekte.

Een afkooksel van de bloembol diende vroeger vaak als braakmiddel.


Volksgeloof

Wanneer de sneeuwklokjes vroeg verwelken,  duidt dit op een korte zomer.


Symboliek

Het is elke keer weer spannend wanneer de  eerste sneeuwklokjes weer bloeien.

Met haar bloei kondigt deze winterbloeier het voorjaar aan, of anders gezegd; “ door haar klokgelui worden alle andere bloemen uit hun winterslaap gewekt.”

Het sneeuwklokje staat symbool voor hoop, vertrouwen, (opnieuw) ontwaken en lenteverwachting.


Mythen

Er bestaat een legende over de kleur van het sneeuwklokje die ze aan de sneeuw gegeven heeft.Toen God alles geschapen had, bleek dat de regen, de sneeuw en de wind nog geen kleur hadden. Daarom zei God:”De kleur moet je zelf maar zoeken”. De sneeuw ging naar het groene gras en zei: Geef mij je groene kleur”. Maar het gras weigerde dit. De roos, de zonnebloem, niemand wilde z’n kleur afstaan. Zo kwam hij bij het sneeuwklokje en zei;”Indien mij niemand een kleur geeft, zal het mij als de wind vergaan en niemand zal mij zien”. Het sneeuwklokje kreeg medelijden en het gaf zijn kleur. De sneeuw was zo geroerd over de gave dat ze besloot dat het klokje als enige bloem in de sneeuw mocht bloeien zonder te bevriezen. Het klokje was zo dankbaar dat het zich sindsdien een ‘sneeuwklokje’ noemt.


Stinzenplanten

Het woord stinsenplant komt van het Friese woord stins dat stenen huis betekent. Er wordt een versterkt en met stenen gebouwd huis mee bedoeld. Dit waren de woningen van adellijke of aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten. In Friesland is het specifiek bij stinsen voorkomen van plantensoorten voor het eerst beschreven. Na 1950 raakte de term ingeburgerd en werden stinsenplanten ook buiten Friesland gevonden. Stinsenplanten zijn in de regel voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. Deze planten zijn lang geleden van buiten Nederland aangevoerd en aangeplant om te verwilderen en hebben weten stand te houden.



 

 







VIOLA ODORATA


Maarts  Viooltje




Naamgeving

De term violet is ontleend aan de blauwpaarse kleur van Maarts viooltje.

De naam 'Viola' is afgeleid van het Griekse 'ion' (kleinste deel), waarmee een welriekende plant, in het bijzonder het viooltje werd aangeduid.


Plantkenmerken

Het Maarts viooltje is een overblijvende plantje. Het heeft geen bovengrondse stengels (wel bloem- en bladstelen), maar vormt wel langgerekte uitlopers die op de knopen wortelen en een nieuw plantje vormen. Ook worden ze veel als sierplant gekweekt. Het maarts viooltje is een circa 15 cm hoge vaste plant uit de viooltjesfamilie.

De plant heeft een ondergrondse wortelstok die zich sterk kan uitbreiden. Het blad is hartvormig, rond of aan de top spits toelopend. De bladrand is gekarteld. De plant heeft een wortelstok met kruipende uitlopers. De geurige bloem is violet en heeft een witte voet. De bloem geeft nectar aan vroege vlinders. Er zijn vijf kroonblaadjes, waarvan het onderste een spoor draagt. De spoor is langer dan de aanhangsels van de kelkblaadjes. De bloemen zijn alleenstaand en staan op een lange steel. Het maarts viooltje draagt een bolvormige, behaarde doosvrucht waarin kleine, harde, ronde zaadjes zitten. Deze zijn licht geelbruin van kleur. In het wild is ze te vinden aan beschaduwde slootkanten, onder heggen op rijke en vochtige grond.

Het maarts viooltje bloeit ongeveer van begin maart tot eind mei en soms ook in augustus en september.


Gebruik

In de Middeleeuwen werd het  gebruikt als deodorant. In de Victoriaanse tijd (eind 19de eeuw) was het viooltje enorm populair. Het werd gekweekt als snijbloem en voor de parfumerie. Toen de geur chemisch kon worden gekopieerd, liep de teelt ervan terug.

De geur van het viooltje is heel bijzonder, omdat het verdwijnt zodra je het ruikt. Vermoedelijk bevat het viooltje een stof (ionon) dat de geurharen in het neusslijmvlies verdooft, waardoor je het niet meer ruikt. Zodra je de ruimte met de geur verlaat en weer terugkomt zal je de geur weer even ruiken.

De geur wordt veelvuldig gebruikt in verfijnde parfums. Het heeft een groene middennoot en is intens, aards, kruidig, peperig en heeft ook iets van de iris.

In minder hygiënische tijden werden de bloempjes op de vloeren van huizen en kerken gestrooid om de muffe, vochtige lucht te verdrijven.

De plant bevat verfstoffen.

Voor de rupsen van verschillende parelmoervlinders zijn viooltjes een voedselplant.


Geneeskunde

Het maarts viooltje kent ook een lange geschiedenis in de volksgeneeskunde. Het werd vroeger gebruikt bij de behandeling van kanker (Hildegard von Bingen) en kinkhoest. Het bevat ook salicylzuur wat gebruikt wordt voor het maken van aspirine, en werd dus gebruikt voor het behandelen van hoofdpijn, migraine en slapeloosheid. Tegenwoordig wordt het o.a. gebruikt bij hoest, bronchitis en ontstekingen van de bovenste luchtwegen, epilepsie, als mild slaapmiddel, tegen nervositeit, bij stressgerelateerde eczeem, bij milde angst, oorpijn, reuma en bij ontstoken ogen. Er worden ook kankerremmende eigenschappen aan het maarts viooltje toegeschreven.

De etherische olie wordt  in de aromatherapie ingezet bij luchtwegproblemen, uitputting en huidproblemen. Zijn bescheiden voorkomen is een van de krachtigste oplosmiddelen , het wordt dan ook gebruikt bij het oplossen van stenen en gruis in het menselijk lichaam.

Het helpt ook bij het bestrijden van opgezwollen klieren en steenpuisten.

Het blad en de bloemen bevatten veel plantenslijm . De viooltjes werken  kalmerend op de zenuwen en verscherpen het intellect.

Van de bladeren en de bloemen van dit viooltje werd thee gezet. Deze thee heeft geneeskrachtige werking tegen kinkhoest en bronchitis.

Het maarts viooltje heeft misschien nog meer medicinale eigenschappen. Deze zijn nog niet allemaal bewezen maar de eerste onderzoeken zijn veelbelovend. Maarts viooltje zou wellicht goed zijn tegen meerdere soorten kanker, arthritis, Aids en tandvleesaandoeningen. Voordat dit paarskleurige viooltje tot medicijn kan dienen tegen deze ziekten is meer onderzoek nodig.

De bloemblaadjes kun je breken en op je huid wrijven daar waar een zwelling zit. De zwelling wordt dan minder. Geïrriteerde huid kan met de bloemetjes van het maarts viooltje behandeld worden. Het plantje is vaak gebruikt tegen eczeem. Voordat doel werd een bad gemaakt met daarin veel blaadjes van het maarts viooltje.

Er is een Californische bloesemremedie van maarts viooltje, die mensen steunt met ernstige verlegenheid, gereserveerdheid en angst om in een groep opgeslokt te worden. Maarts viooltje stimuleert het delen met anderen terwijl men trouw aan zichzelf blijft.

De aanwezigheid van salicylzuur geeft het kruid ook zwakpijnstillende en ontstekingswerende eigenschappen, en dit verklaart de aanbeveling van het kruid bij pijnlijke ontstekingen van het tandvlees.

Het werd ook gebruikt om de effecten van alcoholgebruik tegen te gaan, door een krans van viooltjes op het hoofd te dragen. Dat zou ook helpen bij hoofdpijn en duizeligheid.


Cosmetisch

Maarts viooltje, is van oudsher een soort waaruit de geurstoffen gewonnen worden om er parfum van te maken.


Eetbaar

Het maarts viooltje is een voorjaarsgroente. Je kunt het blad zo eten. De bloemen en bladeren kunnen verwerkt worden tot sap, likeur, jam en thee. De bloemen worden versuikerd vaak gebruikt ter garnering van gebak en desserts.

De bloembladeren kunnen gekonfijt worden gebruikt om cakes, ijs en pudding mee te versieren.


Volksgeloof

Het maarts viooltje wordt magisch vooral gebruikt voor bescherming, geluk en fortuin, liefde en lust en als je het eerst viooltje van het seizoen vindt, zal je grootste wens vervuld worden. Terwijl anderen zeggen dat

viooltjes ongeluk brengen. In bepaalde delen van zowel Duitsland als Frankrijk dacht men dat het ruiken aan zo'n viooltje gek maakt.


Symboliek

De krachtige geur is reeds duizenden jaren het parfum van de liefde.

In de Oudheid was het maarts viooltje, waarschijnlijk vanwege de zoete verleidelijke geur, gewijd aan de godin van de Liefde, Aphrodite. In het christendom had het juist een tegenovergestelde betekenis van zuiverheid en kuisheid  en werd het geassocieerd met Maria.

Het viooltje werd in 400 v.Chr. al in Griekenland verbouwd en op de markt in Athene verkocht. De bloem was tevens symbool voor die stad.

Door de vroege bloei is het maarts viooltje altijd symbool voor het voorjaar geweest. Het maarts viooltje was verder het symbool van Napoleon, omdat hij in ballingschap op Elba gezegd zou hebben in Frankrijk terug te keren, als de viooltjes zouden bloeien.


Mythen

Maarts viooltje is een goden-  dodenbloem bij uitstek.

Een dochter van de Godin Athene zou in het maarts viooltje veranderd zijn toen ze ontvluchtte voor Apollo.

Het maarts viooltje was in het oude Griekenland gewijd aan Persephone, de godin van de onderwereld. Grieken strooiden de bloempjes op graven van jong gestorven vrouwen. In het voorjaar versierden de oude Grieken de beelden met vioolbloemen. Het plantje werd als symbool gezien van de vruchtbaarheid, terugkerende lente en de jeugdige vriendschap. De Grieken uit de antieke tijd gebruikte de maartse vioolbloemen in liefdesdranken.

In oudere boeken vindt men vaak de naam Drievuldigheidsbloem. De achterliggende legende vertelt dat het Driekleurig Viooltje oorspronkelijk een nog heerlijker geur zou hebben gehad dan het Maarts Viooltje. Omdat het bloemetje meestal tussen het koren groeide, kwamen daar dikwijls veel kinderen om ze te plukken en ze vertrapten dan het graan, met slechte oogsten tot gevolg. Het driekleurig viooltje wilde dat niet op haar geweten hebben en bad daarom tot de H. Drievuldigheid om haar haar geur te ontnemen. Dit gebeurde, en sindsdien heette het drievuldigheidskruid... In een Griekse mythe is Zeus verliefd op Io, maar hij is bang voor de jaloezie van zijn vrouw Hera. Hij verandert Io daarom in een witte koe die hij viooltjes voert. Mogelijk komt de naam 'ion' van de Ionische nimfen die bloemen schonken aan Ion, de mythische stamvader van de Ioniërs.,


Waarschuwing

De wortel van het maarts viooltje is gebruikt als braakmiddel. Soms is het verstandig iets uit te braken bijvoorbeeld als je iets dat bedorven, vergiftigd of besmet is hebt gegeten. De wortel van het maarts viooltje moet je dus nooit zomaar opeten.

Maarts viooltje niet gebruiken tijdens een chemokuur met name niet bij kanker van strottenhoofd, tong of huid.






 

EUPHORBIA PALUSTRIS


Moeras Wolfsmelk




Naamgeving

Volgens Plinius de Oudere is de naam Euphorbia afgeleid van Euphorbos, een geneesheer van koning Juba II van Mauritanië. De Nederlandse naam wolfsmelk wijst op het melksap dat bij het doorbreken van de stengel vrijkomt en is dat een belangrijk kenmerk van dit geslacht is. Het sap is vaak giftig, gevaarlijk voor huid en ogen, en de 'wolf' in de betekenis van 'duivel' werd gezien als de veroorzaker. De naam Wolfsmelk slaat op het scherpe en giftige melksap. Dit sap heeft een zeer branderig en bijtend effect op de huid wat word/werd vergeleken met de beet van een wolf.

De naam Moeras verwijst naar de plaats waar de plant vaak groeit namelijk op vochtige plekken

Euphorbia is afgeleid van Eu (Latijn) en betekent "nu" en van Pherbo (Latijn) en betekent "vloeien". Dit omdat de plant bij aanraking melksap laat vloeien. Palustris (Latijn) en betekent "moerasbewonend". Dit wijst op de groeiplaats van de plant.


Plantkenmerken

Moeraswolfsmelk is een groot en divers plantengeslacht uit de wolfsmelkfamilie. Het geslacht kent ongeveer 2300 soorten, wereldwijd voorkomend. Ze variëren van kruipende planten, via kruidachtigen tot struiken, bomen en zelfs cactusachtige soorten.

Ze staat op deNederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en matig afgenomen. De plant is wettelijk beschermd. De plant wordt 60-150 cm hoog, vormt een wortelstok en heeft een dikke, buisvormige, brosse stengel. Op de wortelstok zitten zowel bloeiende als niet-bloeiende stengels. De lancetvormige, gaafrandige tot iets getande, zittende bladeren zijn 2,5-8 cm lang en 2 cm breed. Ze hebben een smalle doorschijnende rand, zijn aan de bovenzijde donkergroen en aan de onderzijde blauwgroen. In de herfst verkleuren ze purperrood. De bladeren vallen op een gegeven moment af, maar tot ver in de winter blijven de stengels prachtig van kleur.

Moeraswolfsmelk bloeit in mei en juni met geel-groenachtige bloempjes. De bloem is een cyathium dat bestaat uit een vrouwelijke bloem met daaronder enkele tot een meeldraad gereduceerde mannelijke bloemen en wordt omgeven door een klokvormig omwindsel. Vooral de schutbladen vallen op. Bij een deel van de cynthia zitten zes tot zeven bruine, eironde tot langwerpige honingklieren zonder hoorntje. De schermen en okselstandige bloeiwijzen zijn grotendeels in vieren vertakt. Ze is vrij algemeen in noordwest Overijssel, vrij zeldzaam in het rivierengebied en aangrenzende gebieden in Noord-Brabant, elders zeer zeldzaam. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant. De zaden zijn glad.


Geneeskunde

Er worden actieve ingrediënten gebruikt voor medische doeleinden, zoals braak- en purgeermiddelen. In Rusland werd op het verse sap van de wortel heet water gegoten en gebruikt tegen buikkrampen. Dit sap werd vroeger, in gedroogde vorm gebruikt als geneesmiddel tegen tering.


Vergelijkbare soorten

Door het formaat van de plant is moeraswolfsmelk niet te verwarren met een andere  wolfsmelksoort. Daarnaast is de enige soort met niet sikkelvormige nectarklieren.


Waarschuwing!

Het melksap van de plant is irriterend voor de huid en de ogen.





 





PRIMULA VERIS


Gulden Sleutelbloem



Naamgeving

De naam Primula is afgeleid van het Latijnse woord primulus, het verklein woord van primus dat eerste betekent. Enkele soorten van dit geslacht behoren tot de vroegst bloeiend e planten in de lente. De soortnaam veris is gelijk aan de tweede naamval van  het Latijnse woord ver (= lente) en betekent letterlijk ‘van de lente’.

Over het ontstaan van de naam sleutelbloem worden in de literatuur over volksverhalen verschillende verklaringen gegeven Een van deze verklaringen is: ‘ Toen Petrus het bericht ontving dat deugnieten de sleutel hadden nagemaakt die toegang tot de hemel gaf, liet hij van schrik zijn gouden sleutelbos uit zijn handen vallen en deze kwam toen op de aarde. Hij liet hem weliswaar direct terug halen, maar waar de sleutelbos de grond geraakt had, bloeiden sleutelbloemen op.’


Plantkenmerken

De gulden, de slanke en de stengelloze sleutelbloem lijken veel op elkaar en met uitzondering van een paar kenmerken zijn de verschillen nauwelijks opvallend of waarneembaar. De verschillen hebben vooral betrekking op de vorm van de bladeren, de lengte van de bloeistengel en de kleur en de grootte van de bloemen. De gulden sleutelbloem heeft een dooiergele bloem met vijf oranje gele vlekken. De sleutelbloem heeft tweeslachtige bloemen, dus bloemen met een stamper en met meeldraden. Er zijn echter twee soorten bloemen, namelijk langstijlige en kortstijlige. Bij de langstijlige bloem bevindt de stempel van de stamper  zich boven in de bloem en zitten de meeldraden diep in de bloem. Bij de kortstijlige bloem is het omgekeerde het geval en bevinden de helmknoppen van de meeldraden zich boven in de bloem en zit de stempel van de stamperdieper in de bloem. Dit is een voorbeeld van dimorfie, een verschijnsel dat erop gericht is zelfbestuiving te voorkomen en kruisbestuiving te bevorderen. De stengels zijn duidelijk behaard.

De bladeren zijn grijsgroen aan de onderkant.


Gebruik

De gele bloemen werden als kleurstof gebruikt om er paaseieren mee te kleuren.

Vandaar dan weer de naam Eierkruid rond Hulst en in westelijk Brabant en op

Voorne en Beierland Eikruid en Eiertjes.


Geneeskunde

Vroeger werd de plant toegepast als middel tegen onder meer epilepsie, hoest en

reumatiek. De plant bevat saponine en dat wordt als grondstof in de farmaceutische industrie gewonnen.Zowel in de volksgeneeskunst als in de officiële geneeskunde werden de bladeren,

bloemen en wortel gebruikt. De gele bloemen zouden helpen bij geelzucht. Van

de bladeren werd een thee getrokken die diende als zenuwsterkend middel. Zelfs

bij verlammingen en beroerten werd het kruid aangeprezen. In de Middeleeuwen werd het kruid gebruikt om krampen te verminderen. De bloem heeft inderdaad een wetenschappelijk bewezen krampstillend effect. Uitwendig kon volgens Culpeper de plant tegen sproeten, rimpels, vlekken en zonnebrand worden aangewend. Deze werkingen gelden heden ten dage nog steeds, zij het dat de geneeskracht voor de huid niet de belangrijkste werking is. Dat is namelijk de geneeskracht die sleutelbloem heeft bij verkoudheden en borstklachten zoals bronchitis; dat besef ontwaarde na de 17e eeuw. De sleutelbloem werd daarnaast steeds vaker als kalmeringsmiddel gedronken. In de moderne fytotherapie kende de sleutelbloem zijn definitieve doorbraak als adequate medicinale plant met als belangrijkste werking de inzetbaarheid bij hoest en bronchitis.

De vochtafdrijvende werking van sleutelbloem maakt het een adjuvans voor artrose, artritis en jicht. Een adjuvans wil zeggen dat het een stof is die andere medicinale werkingen ondersteunt.


Volksgeloof

De bladeren van de gulden sleutelbloem werden vroeger gebruikt om de smaak van bepaalde gerechten te verbeteren, o.a. bij het bakken van pannenkoeken.

Een andere naam uit oude kruidboeken is Arthritica, wat erop wijzen kan dat de

Sleutelbloem ook wel tegen jicht, arthritica, gebruikt werd.


Mythen

Een oude Germaanse sage vertelt dat bloemverzamelaars heel vaak een bosnimf zagen, de zog.

sleuteljonkvrouw, die macht verleende aan bloemen, die geplukt werden waar zij

bij was. Zij konden door dwergen, kobolds en alruinen verstopte geheime schatten zichtbaar maken.

Een ander oud heidens bijgeloof: de plant werd door de goden aan de mens geschonken om hem de weg te wijzen naar verborgen schatten. Hij was daartoe de ware sleutel. Onder een voorwaarde: bij het vinden van het bloeiende kruid moest de sleutelmaagd - dat was de godin Freya - verschijnen, die in haar kroon die sleutel verborgen had. Later heeft het Christendom dit verhaal in verband

gebracht met Petrus, de hemelportier.

Een oude Griekse sage is : een mooie jongeling, Paralysol geheten, was erg verdrietig

door de dood van zijn bruid en werd daardoor zwaarmoedig. De goden, getroffen

door deze grote liefde, veranderden hem toen in een Sleutelbloem. Daarmee zal

ook wel het mengen van de plant in liefdesdranken - in de middeleeuwen - in

verband staan.


Legende

De legende vertelt dat St.Pieter, de hemelpoortwachter, op zekere dag bij het openen van de hemelpoort, zijn gouden sleutels naar beneden liet vallen. Na een paar dagen vallen kwamen ze op de aarde op een weilandje terecht. Een klein meisje was op dat weitje aan het spelen en zag de prachtige sleutels liggen, die straalden in de zonneschijn. Op te rapen dorst ze niet en daarom rende zij naar huis om haar moeder te halen. Ondertussen kwam de engel die St. Pieter naar de aarde gestuurd had beneden en nam de sleutels mee en de mensen, die met het kindje mee waren gekomen, vonden geen sleutels meer maar wel bloeiden er op de plek die het meisje aanwees, gele bloemen die daar nog nooit geweest waren en die aan de steel der plant zaten als sleutels aan een ring. Men noemde ze Sleutelbloem.

Wie haar op Vastenavond of met Kersmis bloeiend vindt, komt in het bezit van een schat en die haar met Pasen bloeiende plukt, trouwt dat jaar nog!







LAVANDULA  ANGUSTIFOLIA  OFFICINALIS


Lavendel






Naamgeving

De geslachtsnaam naam komt van het Latijnse woord 'lavare' wat baden of wassen betekent. De soortnaam 'angustifolia' slaat op de langwerpige blaadjes, de andere soortnaam 'officinalis' op de al van oudsher bekende medicinale werking.


Plantkenmerken

Lavendel is een houtachtige plant en behoudt in de winter zijn grijsgroene blad. De struik behoort tot de lipbloemigen (Labiatae). Er zijn heel wat variëteiten in omloop van de verschillende soorten.

Lavendel wordt zeventig tot negentig centimeter hoog en kan een breedte van een halve meter bereiken. Blaadjes zijn lancetvormig en grijs tot groen van kleur. Over de blaadjes ligt een berijpte waas. Bij aanraking van het blad komt het lichtzoete aroma vrij. De bloemen staan in aren van vijf tot acht centimeter lang. Bij lavendel verloopt de bloei van onderen naar boven.

Het blad is smal, grijsgroen en lancetvormig. De bloemen zijn paarsviolet en verschijnen in trossen boven in de stengel. De bloeitijd is van juni tot september. De plant kan goed tegen de gloeiende zon, maar kan slecht tegen de vorst.


Gebruik

De bloemen worden vooral bezocht door hommels en koolwitjes. Leg de gedroogde bloemen in bosjes, in reukzakjes of reukkussentjes tussen kleren om ze een aangename geur te geven en om motten te verdrijven. Het maken van reukkussentjes: wrijf de bloempjes van de stengel wanneer de lavendel droog is en doe dit in een pasklaar kussentje.


Geneeskunde

Lavendel heeft een rustgevende en verlichtende werking. De etherische olie van lavendel kan worden gebruikt als antisepticum. Lavendel is zenuwkalmerend, verzachtend, opbeurend en brengt de geest in balans.

Door de ontsmettende en bacteriologische en pijnstillende eigenschappen helpt de olie

bij snijwonden, wonden, brandwonden, kneuzingen, puistjes, allergieën, insectenbeten en keelontstekingen. De olie werkt ook slijmoplossend en helpt daardoor bij verkoudheid en griep.

Lavendelolie werkt bloeddruk verlagend, voorkomt maagkramp en misselijkheid en spijsverteringsstoornissen. Ook helpt het reumatiek te voorkomen en werkt het versterkend.

Spanning, depressie, slapeloosheid en stress kunnen uitstekend behandeld worden met lavendelolie.

Lavendel heeft een brede werking en is te gebruiken bij o.a.:

abcessen, acne, allergieën, aambeien, blauwe plekken, dermatitis, eczeem, hoofdroos,  luizen, oorpijn, ontstekingen, psoriasis, ringworm, scabies, steenpuisten, zonnebrand, zweren, zwemmerseczeem, lumbago, spierpijn, reuma, verstuikingen, verrekkingen, astma, bronchitis, kinkhoest, laryngitis, slechte adem, slijmvliesontsteking, buikkramp, braakneigingen, dyspepsie, flatulentie, kolieken, misselijkheid, blaasontsteking, dysmenorroe, witte vloed, depressiviteit, hoofdpijn, hypertensie, migraine, nervositeit, sciatica, shock, slapeloosheid, stress, vertigo, griep, verkoudheid, winterhanden, vermoeide voeten en wintervoeten.

Het is een verzorgingsmiddel  voor de hoofdhuid. Als bad of massageolie tegen prikkelbaarheid. 


Cosmetisch

Lavendel wordt gekweekt om de lavendelolie die geëxtraheerd kan worden uit de paarse bloemen. Deze olie wordt als geurstof gebruikt in cosmetica, zoals zeep en parfum. Maak een tonicum van lavendelbloemen voor een tere en gevoelige huid om de celgroei te versnellen en als antiseptisch middel bij acne. De olie is ook te gebruiken bij massages tegen spierpijn, vochtretentie en cellulitis.


Eetbaar

Lavendel wordt ook in de keuken gebruikt. De bloemen worden, al dan niet gedroogd, gebruikt om allerlei producten op smaak te brengen zoals bijvoorbeeld Franse kazen of groenten zoals wortelen en tomaten. Andere producten zijn: lavendelthee en lavendelstroop. Deze stroop wordt onder andere in gebak en pralines verwerkt. Ook bestaat er zoiets als lavendelhoning waarbij er zorg voor wordt gedragen dat de bijen alleen met lavendel in aanraking komen. Je kunt liefdeskoekjes bakken door een basis koekjesrecept van fijngehakte, gedroogde lavendeltoppen te voorzien.


Volksgeloof

Kleren ingewreven met de geurige bloemen, of de gedroogde bloemen in de klerenkast trekken de liefde aan, papier ingewreven met Lavendel is geschikt om liefdesbrieven te schrijven. De geur van Lavendel trekt vooral mannen aan, en Lavendelwater en de etherische olie werden gedragen door prostituees, zowel om mannen aan te trekken, maar ook om hun professie duidelijk te maken. Lavendel beschermt ook tegen huiselijk geweld als het gedragen wordt. De bloemen worden gebrand om slaap te bevorderen of in de ruimte gestrooid om vrede te handhaven. De plant is zo krachtig dat men bij een depressie enkel naar de plant hoeft te kijken om weer vreugdevol in het leven te staan. De geur van Lavendel wordt verbonden aan een lang leven. Lavendel wordt ook gebruikt in helende mengsels, gedragen om geesten te zien en voor bescherming tegen het boze oog. Het wordt toegevoegd aan reinigingsbaden. Ondanks dat het gedragen werd door prostituees, werd in de Renaissance gedacht dat Lavendel samen met Rozemarijn een vrouw kuis zou houden.

Lavendel werd van oudsher een liefdeskruid genoemd. Wanneer je thee drinkt van lavendel, zal je dromen over je toekomstige liefde. Lavendel in het hoofdkussen brengt het romantische gevoel tot leven. Lavendel onder het matras staat garant voor een hartstochtelijke nacht.


Symboliek

De symbolische betekenis van de plant is dat het een plant met weinig blaadjes is, hij geeft rust.Ik was je schoon.

Het staat symbool voor vriendschappelijke liefde. Als tegenhanger ook wel symbool voor eenzaamheid.

Ook symbolisch voor bewondering en schoonheid.


Lavendel snoeien

Lavendel snoeien geeft een wisselend succes. Soms gaat de struik dood, omdat er te lang niet is gesnoeid. Wen u eraan de uitgebloeide aren direct na de bloei weg te knippen. Een beetje fatsoeneren van de struik mag ook nog in het najaar, maar snoei beslist niet rigoureus. Pas in het voorjaar (maart) mag er sterker worden gesnoeid: verwijder de scheuten die het voorgaande jaar hebben gebloeid. Knip nooit te diep in de struik. Oud hout loopt zelden weer uit. Het is een kwestie van experimenteren hoe ver je lavendel kunt terugsnoeien. Meestal moet na enkele jaren de struik volledig worden vervangen, omdat hij niet meer uitloopt. Op tijd te stekken is dan de oplossing om voor vervanging te zorgen.


Wetenswaardigheden

Volgens een zeer oude Europese overlevering groeide de eerste lavendelstruik in de hof van Eden.

Adam en Eva namen een twijgje van de welriekende plant mee, toen ze uit de hof werden verdreven. Er is bewijs dat het kruid al 4000 jaar voor Christus werd gebruikt door mensen in het oosten.


Legende

Enkele dagen na de geboorte van Jezus, ging Maria in een beekje de kleren van haar kind wassen. Toen zij ze op de oever te drogen wilde leggen, zag zij daar een onooglijk gewas staan. Om de andere bloemen en planten te sparen besloot zij de kleertjes op deze plant te leggen.

Toen zij na enige tijd terugkwam, merkte zij tot haar verwondering dat het gehele veld vervuld was van een heerlijke geur. Niet wetend waar dit verrukkelijk aroma vandaan kwam, ging zij op zoek naar de plek waar zij haar wasgoed had achtergelaten, maar nergens was het onaanzienlijke plantje meer te ontdekken.

Plotseling stond de engel Gabriël voor haar en sprak;

"Gezegend zij deze plant boven alle andere. Hij werd verkozen de kleren van het Kind te drogen en daarom zal hij vanaf heden bloemen dragen die de geur van het Paradijs verspreiden".

Maria zag nu dat de plant prachtige blauwe bloemen had gekregen en zij plukte een takje af en stak het tussen haar kleed, opdat de geur van het Paradijs haar altijd zou vergezellen.


De lavendel uit onze tuin is dus  winterhard, vraagt in het voorjaar een snoeibeurt en levert dan een zee aan bloemen, bijen, vlinders en de oogst is rijk van geur.





CHAMERION ANGUSTIFOLIUM


Wilgenroosje



Naamgeving

De Nederlandse naam wilgenroosje dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wilg. Roosje is een algemene aanduiding voor " rode bloemen"  Chamerion is afgeleid van het Griekse chamai (dwerg) en neros(vochtig). Angustifolium betekent " met smalle bladen" .


Plantkenmerken

Het wilgenroosje is een overblijvende, kruidachtige plant uit de teunisbloemfamilie. Deze meerjarige planten vormen door het bezit van een ondergrondse wortelstok grote groepen. uit de wortelstok komen de rechtopstaande stengels te voorschijn. De 0,6-1,5 m hoge stengels zijn rechtopstaand, dicht bebladerd en niet vertakt. De 4-16 cm lange, meestal rechtopstaande bladeren zijn langwerpig en aan de onderzijde blauw-groen. De plant vormt vertakte wortelstokken, waaruit nieuwe planten kunnen ontstaan.

De bloemen zijn als een grote aar langs de stengel gerangschikt. De 2-3,5 cm grote bloemen zijn tweezijdig symmetrisch, maar niet puntsymmetrisch. De vier kroonbladen staan in twee paren: een bovenste paar en een onderste paar. De bovenste kroonbladen zijn iets groter dan de twee onderste, waardoor de kroonbladen iets weg hebben van de vleugels van een vlinder. De kelkbladen zijn rood tot donkerpaars gekleurd. Het smalle, onderste kelkblad steekt opvallend tussen de twee onderste kroonbladen naar beneden. De bloemen lijken op steeltjes te staan, deze steeltjes vormen echter het vruchtbeginsel.

De bloeiperiode loopt van juni tot in augustus.

De wortelstokken van Wilgenroosje kunnen in een jaar vaak een meter groeien. Ze kunnen wel twintig tot vijfentwintig jaar oud worden en vertonen dan jaarringen. Er vormen zich winterknoppen aan de wortelstokken en ieder jaar lopen opnieuw stengels uit de wortelstok omhoog. Een groep planten is dus vaak eigenlijk slechts een plant.

Wilgenroosje is één van de eerste planten die na een bosbrand of boskap opkomt, dus een enorme kracht heeft en wellicht ook nodig is voor de grond na zo’n kap of na een bosbrand.


Gebruik

De plant is waardplant voor muggen van het geslacht, galmuggen  en voor de vlinder groot avondrood.


Geneeskunde

De Indianen in Noord-Amerika gebruikten traditioneel de merg in wilgenroosje om op te eten als zoetige lekkernij maar ook om brandwonden en etterende wonden mee te behandelen. Zo wordt de etter uit de wond getrokken en heelt de wond sneller, volgens de Indianen. In de hedendaagse op wetenschap gestoelde fytotherapie wordt het inzicht van de Indianen dat het goed werkt tegen huidontstekingen en licht brandwonden onderschreven.

Wilgenroosje werkt ontstekingswerend, anti-oedemateus en prostaatontzwellend. De plant werkt ontstekingsremmend en pijnstillend. Het verse sap of de wortel tot poeder gemalen kan gebruikt worden om nachtelijk bedwateren te verhelpen. En in Frankrijk worden de bladeren op etterende wonden gelegd.  De bladeren, die in de zon gedroogd kunnen worden,  kunnen volgens Culpeper gebruikt worden voor een thee om te gebruiken bij astma en kinkhoest. De thee werkt ook slijmoplossend.

Het harig wilgenroosje (Epilobium Hirsutum)  werd vroeger ook medicinaal ingezet maar wordt tegenwoordig als vergiftig en krampen veroorzakend.

Het kleinbloemige wilgenroosje ( Epilobium parviflorum) is volgens Maria Treben goed voor de prostaat, zowel bij prostaatkanker als om deze gezond te houden. Het kan ook ingezet worden bij blaasontsteking en erectieproblemen. Deze soort is dus meer Saturnus in Schorpioen dan Saturnus/Pluto. Een echte mannenplant o0k en zeer vermoedelijk het gewone wilgenroosje hierboven ook als ik zo de signatuur beschouw.


Eetbaar

Jonge bladen en jonge scheuten kunnen als groente of in soep gebruikt worden. Maak bij gebruik als groente de scheuten klaar als asperges. Vroeger werden de bladen ook voor het trekken van thee gebruikt. De bladeren moeten dan eerst in de zon drogen.

De wortel wordt als saladegroente gebruikt . De knoppen van de bloemen worden in salades gedaan of net als kappertjes in azijn ingemaakt om er in de winter van te kunnen genieten.

In Scandinavische landen is onderzoek gedaan naar het eten van wilgeroosjewortel en het blijkt een goed voedsel in tijden van nood.


Symboliek

Symbool voor aanspraak.

'Fireweed' in het Engels, symbool voor een schone akker.


Volksgeloof

Een volkse naam van vroeger voor deze plant is dondertoren: het wilgenroosje werd gebruikt om bliksem af te weren.






IMPATIENS  GLANDULIFERA


Reuzenbalsemien




Naamgeving

De wetenschappelijke geslachtsnaam ´Impatiens’ betekent: de plant die geen aanraking duldt. De soortaanduiding ‘glandulifera’ betekent ‘klierdragend’ en verwijst naar de stengel en bladstelen die beklierd zijn. In de Nederlandse naam ‘reuzenbalsemien’ betekent ‘balsemien’, ‘balsem’ en verwijst dus naar de geur van de plant.


Plantkenmerken

De reuzenbalsemien behoort tot het geslacht ´springzaad, de balsemienfamilie

Het is een hoge tot zeer hoge eenjarige plant. De plant verspreidt een zoete geur.  Bloei is van juli tot oktober. De bladeren zijn tegenoverstaande of in kransen van 3 tot 5 zittende bladeren, ze zijn langwerpig, toegespitst en scherp getand. Ze hebben rode punten op de zaagtanden en forse, knotsvormige rode klieren in de bladoksels.

De bloemen zijn tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in pluimen met 2 tot 15 bloemen op rechte, schuin omhoog staande stelen. Ze zijn rozewit, soms rood of wit, van binnen gevlekt en 2½ tot 4 cm groot. Het onderste kelkblad is zakvormig en heeft een korte, gekromde en donkerder gekleurde spoor. Ze verspreiden een zoete geur. De vruchten zijn ei- tot peervormig en maken een hoek met hun steel. De verspreiding van de zaden vindt mechanisch plaats, wanneer de rijpe vrucht wordt aangeraakt, rollen de vijf delen hiervan zich op en schieten zo de zaden weg. Tegelijkertijd valt de vrucht van de plant af. Een reuzenbalsemien maakt elk jaar 800 zaadjes.


Gebruik

De prachtige roze, rode of witte bloemen leveren nectar en stuifmeel. Ze worden dan ook veelvuldig door bijen, hommels en andere insecten bezocht. Op sommige plekken, staat hij zo massaal dat de imker die zijn bijenkasten heen brengt er balsemienhoning van kan oogsten.


Geneeskunde

Vandaag de dag speelt de plant geen rol meer in de geneeskunde.

Cosmetisch


Eetbaar

De zaadjes zijn het eetbare onderdeel van de plant. Ze smaken een beetje nootachtig, De zaadjes kunnen worden gebruikt om koekjes mee te bakken. Je kunt ze gebruiken als vervanger van sesamzaad. De springzaadjes kun je ook door een curry doen. Het is lekker om de balsemienzaadjes door gebakken rijst te doen. Doe ze wel op het laatst erbij; ze hoeven niet lang mee te bakken. De jonge blaadjes kun je ook eten. De rest van de plant is niet eetbaar. Jonge blaadjes kun je blancheren en vervolgens klein snijden. Daarnaast kun je ze rauw opeten en door een salade mengen.


Waarschuwing!

Bestrijding is onmogelijk, als men het al wenselijk zou vinden.





PHRAGMITES AUSTRALIS


Riet


 

Naamgeving

De geslachtsnaam ‘Phragmites’ betekent ‘omheining’. De plant werd en wordt voor schuttingen en omheiningen gebruikt. De soortaanduiding ‘australis’ betekent ‘zuidelijk’. Abusievelijk werd aangenomen dat riet een zuidelijke oorsprong had.

Het Nederlandse ‘riet’ heeft waarschijnlijk een oerbetekenis die ‘schudden’, ‘bewegen’ betekent, en dus op het gedrag van riet in de wind slaat.


Plantkenmerken

Riet of echt riet is een plant die tot de grassenfamilie(Poaceae) behoort. De plant is prominent aanwezig aan waterkanten. Riet is een kosmopoliet. Als het in bloei komt en een mooie bruinpaarse kleur heeft is het onverwisselbaar. Als het is uitgebloeid, dan kan het erg lijken op rietgras. Een zeker kenmerk ter onderscheiding is het tongetje, dat is bij riet een haarkrans en bij rietgras een vliesje. Riet breidt zich op drie manieren uit: door zaad, door wortelstokken en door uitlopers, dat wil zeggen horizontale stengels waarbij op de knopen een nieuwe plant ontstaat. Riet kan 1-3 m hoog worden. De stengel staat stijf rechtop en het 1-3 cm brede blad met spits toelopende top is grijsgroen. Op de grens van de bladschede en de bladschijf zit een tongetje in een krans van haartjes. De plant bloeit van juli tot oktober met een 15-40 cm lange, sterk vertakte, purperkleurige of bruinachtige pluim, die rechtop staat of later aan de top kan gaan overhangen. De aartjes zijn tot 1,5 cm lang, bevatten twee tot zes bloempjes en zijn erg harig. De vrucht is een graanvrucht.

De plant groeit in het water of aan de waterkant op natte, zoete tot brakke grond, maar komt ook voor langs spoorwegen en in akkerranden of als te bestrijden onkruid in bouwland. Na de drooglegging van de IJsselmeerpolders werd eerst riet ingezaaid, dat na enkele jaren de grond geschikt maakte voor de landbouw. Door de kolonisatie van riet ontstonden er uitgestrekte rietveenmoerassen. Hier vervulde het riet een belangrijke ecologische functie, bijvoorbeeld als kraamkamer voor vissen en amfibieën en als nestel- en schuilplaats voor vogels. Op dode rietstengels groeiden paddenstoelen en in de stengels nestelden insecten. De rietvelden waren ook een ideaal leefgebied voor otters en bevers.

Dood riet kan zich ophopen en later tot rietveen verworden. Dit mechanisme wordt in kleimoerassen tegengegaan wanneer het moeras droog valt. Het organisch materiaal breekt dan zeer snel af.

De oogst vindt meestal plaats nadat het flink gevroren heeft en het maaien gemakkelijk boven het ijsoppervlak kan. Rietmaaiers zorgen er altijd voor dat de afgemaaide stengels tot boven het wateroppervlak blijven uitsteken. Als ze onder water komen te staan, lopen de holtes en luchtkanalen vol water, waardoor het Riet letterlijk verdrinkt en afsterft. De overblijvende oude rietstengels zijn dus nog heel functioneel voor de plant als geheel.


Eigenschappen

Riet heeft enkele eigenschappen die het de mogelijkheid geven om stormen te doorstaan.

Ten eerste is riet flexibel, daarnaast is het ook nogal sterk.

De flexibiliteit van riet zit deels in de buigkracht van de stengel, maar er is een tweede manier die duidelijk zichtbaar meewerkt. Na een periode met wind uit een vaste richting kunt u in een rietkraag zien hoe de plant zich staande houdt: alle bladeren wijzen in dezelfde richting. Rietbladeren zitten met een lange schede rond de stengel vast. Deze schede zit niet aan de stengel, maar er omheen. Daardoor ontstaat een huls die kan draaien rond de hoofdstengel. Zo werkt ieder blad als een windvaan en draait bij harde wind gewoon weg. De wind heeft zo bijna geen greep. Om dit mechaniek te laten werken, moet de stengel natuurlijk wel sterk genoeg zijn.


Gebruik

Dakbedekking

Wanneer riet jaarlijks gemaaid wordt, kan een deel na sortering als dakbedekking of voor het maken van rietmatten en rietschermen gebruikt worden. Overjarig riet is hiervoor minder geschikt. Kalenberger riet wordt onder meer gebruikt als bedekking op de kap en houten achtkant van molens. Het is dun riet met een spitse top en daardoor zeer geschikt voor steile vlakken.


Muziekinstrumenten

Riet wordt gebruikt bij bepaalde muziekinstrumenten, zoals hobo, klarinet, fagot en saxofoon (rietblazers). Het blazen over (een klein stukje van) het riet zorgt ervoor dat het riet gaat trillen, waardoor er geluid ontstaat. De plant waarvan het riet gesneden wordt is echter het bamboeachtige Spaanse pijlriet).


Helofytenfilter

Wanneer verontreinigd water door een rietland geleid wordt, dan wordt dit gereinigd. Dit noemt men een helofytenfilter. Er zijn zwembaden die in plaats van allerlei mechanische en chemische middelen water zuiveren in een rietveld. Ook zie je bij verkeerspleinen vaak dat een rietveld aanwezig is. Het gemaaide riet is weliswaar verontreinigd, maar het water is meestal dusdanig gereinigd dat het op het oppervlaktewater geloosd kan worden.


Diversen

Vincent van Gogh gebruikte voor een aantal van zijn pentekeningen rietstengels, waaraan hij een scherpe punt sneed. Ook maakte hij tekeningen en schilderijen over rietgedekte huizen in Normandië met hun typische bloemenvorsten (uit klei met dakplanten).


Riet wordt gebruikt in de Bollenstreek als winterdek voor de bollen tegen de vorst.

Riet biedt schuil- en nestgelegenheid aan een heel scala aan water- en moerasvogels: waterhoentjes, meerkoeten, kleine karekiet, blauwborst, rietzanger, rietgors, waterral en nog veel meer. Overjarig riet is voor veel watergebonden vogels een absolute voorwaarde om er te kunnen verblijven.


Symboliek

Riet staat symbool voor buigzaam, positief toekomstbeeld (denk aan mozes) en positief (opgeruimde) levenshouding.


Volksgeloof

Een kenmerk van het blad van riet is de zogenaamde ‘duivelsbeet’. Dat is een rij inkepingen overdwars in de onderste helft van het blad.


Legende 1

Josef en Maria vluchtte uit Egypte Maria en kindje Jezus zat op de ezel.

Tijdens de vlucht beet de ezel elke keer in het rietblad zowel links als rechts van de weg.

Het is een heel vaag verhaal, maar het is ook al tweeduizend jaar oud.


Legende 2

In lang vervlogen tijden waren zowel God als de duivel tevreden met de wereld en hadden tijd over. Alhoewel ze niet de beste maatjes waren, konden ze elkaar wel dulden. Als ze zich verveelden zochten ze elkaar op en speelden een spelletje. Op een mooie zomerse dag gebeurde dit wederom, maar dit keer liep de ruzie uit de hand. Luister:

De duivel had behoefte aan verpozing en daagde God uit voor een wedstrijdje 'wie de mooiste plant kon maken'. God overwoog lang welke plant het meest geschikt zou zijn om te winnen. De orchidee was natuurlijk wel een hoogstandje, maar een kastanjeboom vol prachtige bloeiende kaarsen zou één enkele orchidee overtreffen. Een weide vol bloeiende rode klaprozen zou wellicht een betere keuze zijn. Na veel wikken en wegen besloot hij om een zomers graanveld te scheppen met volle tarwearen, goudgeel glanzend in de zon en golvend in de wind. God bekeek zijn graanveld en was tevreden.

De duivel piekerde nog langer over een juiste keuze en besloot uiteindelijk om een rietveld in het water te creëren. De duivel bekeek zijn rietveld, de glanzende paarsbruine pluimen sloom wuivend in de zomerbries, met schitterende velden diep roodbruine en paarse kleuren in de zon. En de duivel was tevreden. God bekeek het resultaat van de duivel en zei dat het een prachtig stukje vakmanschap was, dat het prachtig was om het rietveld bij avondzon te zien wuiven. De duivel complimenteerde God over zijn prachtige gouden graanveld. Maar ze vonden alle twee dat ze het beste waren en kwamen er niet uit wie had gewonnen. Tenslotte bedachten ze dat een scheidsrechter moest beoordelen wie de mooiste velden had geschapen. Gezamenlijk besloten ze een mens te vragen als scheidsrechter op te treden.

De vrouw was diep onder de indruk van de prachtige wuivende velden. Ook zij kwam tot de conclusie dat ze even mooi waren. Maar God en de duivel wilden een winnaar, een beslissing. De vrouw dacht diep na en zei tenslotte dat ze even mooi waren, maar omdat de goudgele graanvelden ook het voedzame graan voortbrachten, riep ze God tot winnaar uit. 

De duivel kon niet tegen zijn verlies en was in eerste instantie verbijsterd. Daarna ontstak hij in razernij en beet in alle rietstengels. Zo beet hij duizenden duivelsbeten, die we tot op de dag van vandaag kunnen zien.


VINCA MAJOR / MINOR


Maagdenpalm


Naamgeving

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Vinca, komt van het Latijnse woord vincire dat zelf afgeleid is van het Latijnse werkwoord vincio en zoiets betekent als 'samenbinden', 'vastbinden' of 'boeien'. Die naam heeft de plant gekregen omdat de lange, buigzame uitlopers van met name grote Maagdenpalm  vroeger werden gebruikt  om guirlandes mee te maken. Je kunt er gemakkelijk bloemen mee vastbinden. Het tweede deel, major, betekent in het Nederlands ‘groot’ of ‘groter dan’. Minor betekent ‘klein’ of ‘kleiner dan’.

Er bestaat ook een legende dat op de Olijfberg een donkergroe¬ne kruipplant groeide en tijdens de kruising van Jezus begon deze plant opeens met heldere blauwe bloemen te bloeien.

De blauwe kleur van Maria, die gebogen van verdriet bij het kruis stond en daar de plant altijd groen is werd de pol maagdenpalm genoemd.


Plantkenmerken

Maagdenpalm is een geslacht van groenblijvende struiken uit de maagdenpalmfamilie.

Kleine

Er zijn twee soorten maagdenpalm, de kleine en de grote, respectievelijk Vinca minor en Vinca major. Het zijn de best bloeiende wintergroene bodembedekkers die sterk zijn en schaduw verdragen. Daarom worden ze in veel onderhoudsarme tuinen gebruikt. Onder bomen en struiken houden ze het onkruid weg. Ze zijn zo sterk dat het af en toe belopen van een volwassen plant geen probleem vormt. De bladeren zijn tegenoverstaand, breed lancetvormig tot ovaal . De maagdenpalm heeft twee soorten stengels. De verticaal groeiende stengels dragen in het voorjaar de bloemen, meestal blauw. De horizontaal groeiende takken kruipen over de grond en wortelen zich, zodat de bodem bedekt wordt. De kroonbladen komen aan de voet samen en vormen dan een buis. Ze hebben een bovenstandig vruchtbeginsel en een 5-delig,  gesteeld, schijfvormige bloemkroon.

Kenmerkend is o.a. het bezit van melksap, dat in speciale melksapbuisjes wordt gevormd.

Hoewel geen echte klimplant, kan maagdenpalm ook klimmen als hiervoor aanknopingspunten zijn. Tot zover de overeenkomsten tussen de twee soorten maagdenpalm.


Kleine maagdenpalm

De eivormige tot elliptische bladeren zijn slechts 3-4 cm lang, in tegenstelling tot de 8 cm lange bladeren van de grote maagdenpalm.

De kleine maagdenpalm heeft kleinere bladeren en bloemen. Hij bloeit eerder, soms al in februari en vormt een gesloten tapijt.  Kleine maagdenpalm is beter winterhard en houdt hij meer van natte bosgrond. Tenslotte zijn er veel meer variëteiten van de maagdenpalm, waardoor een grotere beschikbaarheid is van bloemkleuren, bloemvormen en bonte bladeren.

Vinca minor is een plant met lange uitlopers die op de grond liggen. Vinca major staat iets meer rechtop. De beide Maagdenpalm soorten echter lijken behoorlijk op elkaar.


Grote Maagdenpalm

Grote Maagdenpalm heeft wat grotere bladeren en bloem. De talrijke bloemen hebben vijf bloemblaadjes.

Ze heeft eivormige en langer gesteelde bladeren en wordt wel 100 cm hoog. De bloemen zijn groter en de kelk¬slippen zijn spitser.


Gebruik

Maagdenpalm staat i.v.m. het gebruik dat de jonge meisjes vroeger een krans maakte wanneer zij naar een feestje gingen.

De bloemen worden door vlinders en bijen bestoven, de zaden worden door mieren verspreid


Geneeskunde

Het alkaloïd uit de maagdenpalm is een bloeddrukverlagend middel.

De gekauwde bladeren waren goed bij kiespijn. Verder werd de plant aangeprezen bij een beet van giftige dieren, bij aam¬beien en pijn in de oren. De plant wordt ook gebruikt bij nervositeit.

Er werd zelfs maagdenpalmwijn van gemaakt, deze wijn was goed voor een goede spijsvertering.

De plant bevat giftige alkaloïden waarvan vincamine het grootste deel uitmaakt. In de reguliere geneeskunde zijn er geen andere toepassingen. In de kruidengeneeskunde wordt hij wel aanbevolen bij een breed assortiment van ziekten als suikerziekte, hoge  bloeddruk, verkoudheid,                                                                        oogirritaties, aderverkalking en infecties. Maagdenpalmen bevatten vinca alkaloïden, die anti-mitose en anti-microtubules stoffen zijn. Zij worden nu synthetisch geproduceerd en als medicijn in kankertherapie en als onderdrukker van het immuunsysteem gebruikt.

De plant werd vroeger gebruikt om ontstekingen in de mond en keelholte te genezen. Hiervoor werd het toegepast in een gorgeldrank. Een thee getrokken van maagdenpalm zou helpen tegen diarree.


Volksgeloof

De plant wordt gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij.

Men hing het plantje aan de deur om zich op deze manier tegen de duivel en de heksen te beschermen.

Wil je als vrouw trouwen, draag een krans van maagdenpalm in je haar. Ben je gelukkig getrouwd, draag een takje van de maagdenpalm.

In het boek ‘ Also a Book of the Marvels of the World’ wordt gemeld dat de maagdenpalm grote krachten bezit om liefde op te wekken tussen man en vrouw. De plant moet gedroogd en verpoederd worden. Daarna dient het vermengd te worden met prei en aardwormen. Vervolgens moet het aan het eten van de man of vrouw worden toegevoegd. Succes verzekerd, volgen Albertus Magnus.


Symboliek

Het stond als zinnebeeld van trouw en ze was dan ook aan de maagden gewijd. Palm slaat op de altijd groene bladeren. 

Als kerkelijk symbool staat maagdenpalm voor eeuwig leven.

Algemene symboliek is trouw en vroege vriendschap.


Bijzonderheden

Vinca minor vincire = binden en omwinden in dit verband zou het gaan om een oud gebruik om een krans te maken van Maagdenpalm om het hoofd van bruiden en jonggestorvenen.

Op veel kerkhoven zal deze plant niet ontbreken omdat de altijd groene bladeren het als een zinnebeeld van onsterfelijk  werd beschouwd.


Waarschuwing

Gebruik lijkt gezien de grote giftigheid niet raadzaam. Maagdenpalm kan buikkrampen veroorzaken en zelfs hartfalen…






Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: