Akkerklokje

AKKERKLOKJE


CAMPANULA RAPUNCULOIDES


Akkerklokje






Naamgeving

Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem en rapunculoides is rapunzelachtig. Rapunculus betekent raapje (naar de vorm van de wortels). Het sprookje van Rapunzel is waarschijnlijk genoemd naar de plant die daarin beschreven wordt.

 

Plantkenmerken

Het akkerklokje is een vaste plant, die behoort tot de klokjesfamilie. Het geslacht Campanula omvat zo’n driehonderd soorten, verspreid over Europa en West-Azië. In Nederland zijn zes soorten inheems. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De plant wordt gebruikt in bloemenweidemengsels.

De plant wordt 45-120 cm hoog en heeft wortelstokken. De stompkantige stengel en de bladeren zijn meestal weinig behaard met korte haren. De onderste bladeren zijn lang gesteeld, eirond tot lancetvormig en hebben een hartvormige of afgeronde voet. De bovenste bladeren zijn lancetvormig en zittend. De bladrand is gekarteld-gezaagd. Het akkerklokje bloeit van juni tot augustus met 2-4 cm lange, helder violette bloemen, die naar één kant staan en in de oksels van de kleine schutbladen staan. De eironde tot lancetvormige kelkslippen zijn afstaand tot teruggeslagen. Eerst vindt de manlijke bloei plaats en daarna het vrouwelijke gedeelte. De bloeiwijze is een tros. De vrucht is een doosvrucht met strooigaatjes waar de zadendoor vrijkomen. De plant komt voor op vochtige, voedselrijke grond in bermen, langs spoorwegen en heggen en soms ook in en langs bouwland. Omdat ze een lange penwortel hebben met uitlopers zijn het echte woekeraars. Die uitlopers dringen overal door waar ze maar de kans krijgen en zo was het niet moeilijk uit de tuin te ontsnappen. Hij is moeilijk over het hoofd te zien: de plant kan wel meer dan een meter hoog worden. Soms zijn er tientallen exemplaren langs een muur te vinden. Een voorwaarde is wel dat er voldoende zon is. Op schaduwrijke plaatsen komt de plant niet tot bloei.

 

Bloem

De blauw violette, knikkende, trechtervormige, 2-3 cm grote bloemen staan in een lange naar één kant gekeerde, aarvormige tros, die vaak ongeveer de helft van de hoogte van de plant inneemt. De bloemen groeien in de oksels van kleine schutbladen. De afstaande tot teruggeslagen kelkslippen (kelktanden) zijn driehoekig-lancetvormig en veel korter dan de kroon. De kroonslippen zijn meestal gewimperd (aan de rand).lle bladen zijn weinig behaard.

 

Steel

De stengel is stompkantig, vrij dun, onvertakt en meestal niet hoger dan 70 cm. De stengel is meestal weinig en kort, ruw behaard.

 

Blad

Bij de bloei zijn de rozetbladen aan de stengelvoet verdwenen (wel aan de top van de uitlopers). Evenals de onderste stengelbladen zijn ze lang gesteeld met een hartvormige voet, eirond met meestal een spitse top, met een gezaagde tot dubbel gezaagde rand en een lange steel. De hogere stengelbladen zijn smaller (lancetvormig-eirond), minder diep gezaagd en kort gesteeld tot vrijwel zittend. A

 

Vrucht

De knikkende, kort behaarde vrucht opent zich met gaatjes nabij de voet (strooigaatjes waar de zaden door vrijkomen). De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar).

 

Wortel

Een penwortel met ondergrondse uitlopers. De penwortel is soms wat vlezig.


Gebruik

Verschillende bijensoorten de zgn. klokjesbijen, zijn gespecialiseerd op klokjes, Niet alleen verzamelen ze de nectar en bevorderen de bestuiving maar de voorover hangende bloemen gebruiken ze als ‘slaapkamer’ en als schuilplaats bij regen. 

Geneeskunde

Steven Blankaart, een 17de -eeuwse medicus zei over het sap: “Van de kragten weet ik niets te seggen, dan het witte sap dikmaals op de wratten gestreken, doen die afvallen.”.
Het akkerklokje werd gebruikt om de mond te spoelen bij tandvleesontsteking en ontstekingen aan de amandelen, hierbij werd van de wortel een kooksel gemaakt.

 

Eetbaar

Ze werden vroeger gegeten.

 

Sage

Er was eens een man en een vrouw die graag een kindje wilde hebben. In de muur van het achterhuis was een venstertje, dat uitkeek op de ommuurde tuin van een heks. Toen de vrouw eens door dat venstertje keek zag ze malse rapunzels in die tuin groeien en ze kreeg er zo'n trek in dat ze er bleek van werd. Haar man klom over de muur en stak wat rapunzels uit die zijn vrouw met smaak opat. Maar toen wilde ze de volgende dag weer rapunzel eten en de man was niet zo goed of hij ging weer over de muur de tuin van de heks in. Die wachtte hem op en zei boos, "hoe durf je mijn rapunzels te stelen?" De man legde het uit en toen zei de heks: "Nu, neem die rapunzels dan maar mee, in ruil voor het kindje dat de vrouw zal krijgen". Toen het kindje geboren was, kwam de heks het halen en noemde het rapunzel.

 

 

Legende

Het plantje rapunzel, dat in de Romaanse versies van het sprookje vervangen wordt door de peterselie, kan in het sprookje ook opgevat worden als een afrodisiacum.

Het plantje groeit in de tuin van Vrouw Gotel, de hemelmoeder die op ongeboren kinderen past. De plantjes die daar groeien zijn de levenskiemen die bij de vader en moeder gebracht moeten worden om een lichaam aan te nemen. Zie Phyteuma.

 

Soorten

Behalve het akkerklokje treffen we regelmatig het kruipklokje, het prachtklokje en het grasklokje in de stad aan.



Op facebook hebben we een pagina waarop wij oude foto's van Ooij, Old-Sènder en Holthuuze plaatsen. Je kunt reageren op de foto's en je kunt aangeven dat je iets leuk vindt. Hieronder een overzicht wat er zoal op facebook geplaatst is. (scroll er maar doorheen)

Heb je mooie foto's en wil je die met ons delen, stuur ze dan per mail naar andre@oud-zevenaar.nl



Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: