Bilzekruid

BILZEKRUID

HYOSCYAMUS NIGER. 


Bilzekruid


Naamgeving

  • Over de naam zijn verschillende meningen over. De naam Bilzekruid stamt mogelijk uit het Indogermaanse bhel. De Keltische zonnegod Beal wiens stralen niet alleen goed doen maar ook ernstige ziektes oproepen (dus niet alleen de god van leven en gezondheid, maar ook van de dood). Het kruid van Beal zou dan als iets dood brengend vertaald kunnen worden. 
  • Het eerste deel van de Latijnse naam bestaat uit de twee Griekse woorden Huos en Kuamos. Huos betekent ´teken van afkeuring´ en kuamos betekent ´boon´.
  • Aan deze plant groeit een oneetbare boon, vandaar deze naam Hyoscyamus is afgeleid van 2 Griekse woorden, hus is een varken, en kyamos is een boon, naar de vorm, de vrucht zou door zwijnen gegeten zijn.
  • Hys betekent zwijn, kyamos is een boon. Kennelijk aten zwijnen de ‘bonen’, de zaaddozen van de hyoscyamus. ‘Bilze’ gaat terug op het oud Germaanse Bhel, dat betekent fantasie.

De oorsprong van het Nederlandse woord ‘bilzekruid’ is duister. Men vermoedt bilzekruid dat het al zo’n oud woord is dat het af zou kunnen stammen van de Keltische god Belenos, de zonnegod en in het bijzonder de genezende kracht van de (warmte van de) zon. 
Niger betekent ´zwart´ en dat slaat op de zwarte spikkeltjes die op het grauwbruine zaad zitten.

 

Plantkenmerken

Het zwart bilzekruid is een van de giftigste planten in onze vaderlandse flora. Hij is lid van de grote nachtschadefamilie en daarvan is bekend dat de meeste familieleden bol staan van de giftige en hallucinerende alkaloïden. Het bilzekruid is een bedwelmend riekende zomerbloeier. Zijn geur is de reden dat de Engelsen hem de ‘stinkende nachtschade’ hebben genoemd. Het bilzekruid is een één- of tweejarige, 0,3-0,6 m hoge plant.

De stengel is kleverig. De bladeren zijn langwerpig en grof golvend getand. De onderste bladeren zijn stengelomvattend en de bovenste smal en gesteeld. De wortel is spoelvormig.

De trechtervormige bloem is vuilgeel van kleur en violet geaderd. De bloemen staan in de bladoksels. De vrucht is een circa 1,5 cm lange, klokvormige doosvrucht, die bij rijpheid openspringt. Deze wordt door de kelkbladen omvat. Het zaad is grijsbruin en tot 1 x 1,3 mm groot. De zaden verspreiden een krachtige en karakteristieke geur wanneer ze worden geplet.

De gehele plant is zeer giftig. De verschijnselen zijn een opgezwollen buik en hevige krampen. Hierop volgt eerst verlamming en ten slotte de dood.

 

Bloem

Tweeslachtig. De bloemen vormen een lange, aarvormige, eenzijdige, aan de top gekromde bloeiwijze. De bleekgele of vuil gele bloemen zijn zeer kort gesteeld, netvormig paars generfd, onregelmatig trompetvormig (trechtervormig) en 2-3 cm. De slippen zijn enigszins ongelijk. Ze hebben een duidelijke onderlip. De kelk is buisvormig met vijf korte lobben. De meeldraden zijn verschillend in hoogte. De stijl is eerst langer dan de meeldraden, later is dit andersom

 

Steel

De rechtopstaande, al dan niet vertakte stengels zijn kleverig zacht wollig behaard. De plant is giftig.

 

Blad

De stinkende bladeren zijn 10-20 cm lang. De bladeren ruiken volgens sommigen naar hondenpis, anderen vinden de geur bedwelmend. Ze zijn kleverig zacht behaard en eirond tot langwerpig. Ze hebben soms een vrijwel gave rand, maar meestal zijn ze zijn grof bochtig getand tot soms bijna veerspletig. De onderste bladen zijn lang gesteeld, de bovenste zijn zittend met een half stengel omvattende of iets aflopende voet. De bloemen staan in de oksels van grote schutbladen, die op de overige bladen lijken en in twee rijen staan

 

Vrucht

Een doosvrucht. Na de bloei groeit de kelk uit (tot dubbel zo lang) en omhult, als een urn, de veel kortere kruikvormige doosvrucht. Deze springt met een deksel open. De zaden worden bij harde wind uitgestrooid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.

  

Gebruik

In de middeleeuwen deed bilzekruid dienst als narcosemiddel bij operaties. Zigeuners komen als rondtrekkend volk overal, het waren vaak kwakzalvers, tandenbrekers en cureerden met dit kruid de landbewoners, strooiden het in water om vissen te vangen, vogels kon men met de hand vangen, hoenderen vallen van de balken als ze rook gewaar worden. Tot in de 17e eeuw werd ook bier met het zaad van Bilzekruid versterkt. De naam bilsen is dan ook etymologisch verbonden met de Tsjechische stad Plzeň en het pilsen bier. Een politieverordening uit 1507 te Eichstatt beveelt dat de brouwer op straf van 5 gulden geen bilzen zaden of andere de kop dol makende dingen of kruiden in het bier mocht mengen. Gifstoffen uit deze plant werden wel gebruikt als middel om bekentenissen van politieke gevangenen af te dwingen! De geur is dusdanig dat de insecten erdoor wegblijven en zo werd dit een gunstige eigenschap om er paarden mee in te wrijven. Als het aan dieren te eten gegeven werd bleven ze rustig en bewogen weinig waardoor ze snel vet werden.
‘Men geeft ze niemand, die geen vijand is, het zaad te eten want hij bleef dood of hij viel in zo grote slaap dat het met hem mis kwamging en gemakkelijk tot vergetelheid kwam. Als je veel bilzekruid gebruikt is het venijnig omdat de rede veranderd wordt, het bederft de memorie en brengt kwaadheid van binnen’. Het roept de ziekte van vergetelheid op. Dit lijden heette in het Latijn lethargie. Het kon totale vergetelheid teweeg brengen. Het werd gebruikt om het lijden van gemartelde en ter dood veroordeelden te verzachten. Ook werd het gebruikt om bekentenissen van gevangenen af te dwingen.
Ook werd het wel op een heel andere manier gebruikt. De oude botanici schrijven ondeugend dan men de wortel van deze plant gebruikte om aan het hof lastige klanten kwijt te raken. Men deed wat in hun eerste gerecht waarop zij niet meer slikken konden en de dis moesten verlaten.

 

Geneeskunde

In de volksgeneeskunde werd de narcotische en hallucinaties (waanvoorstellingen) opwekkende plant als kramp oplossend middel en bij astma ingezet. De bladeren, en ook de gemakkelijker doseerbare zaden, werden voor hun roesopwekkend effect gerookt. Het gebruik is nu verouderd, omdat het gehalte aan giftige stoffen sterk varieert en gemakkelijk tot vergiftiging kan leiden.

Bilzekruid is een oeroud geneeskruid, dat al voor 2000 v.Chr. in gebruik was bij de Sumeriërs De bedwelmende eigenschappen werden ook gebruikt tegen kiespijn.

Bilzekruid heeft een rustgevende werking op het parasympathisch zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel ontspringt zich op de plek van het centrale zenuwstelsel en loopt door tot in het ruggenmerg. Het is verantwoordelijk voor de regulering van interne organen en hormoonklieren. De nervus vagus is het belangrijkste onderdeel van de parasympathicus. Bilzekruid beïnvloedt de vagale tonus en daarmee het hartritme. Om deze medicinale eigenschappen wordt bilzekruid in de fytotherapie ingezet bij de volgende indicaties:
Ziekte van Parkinson, Seniele tremor of ouderdoms beven.

Bilzekruid heeft krampwerende eigenschappen. Het wordt vooral ingezet bij krampen in het spijsverteringskanaal en in de urinewegen. Het werkt minder goed dan belladonna, daarom moet er iets meer worden ingenomen als men bilzekruid gebruikt. In de kruidengeneeskunde werd bilzekruid bij de volgende indicaties vroeger vaker gebruikt dan in de huidige fytotherapie: maagdarmkolieken, galkolieken, nierkolieken,

Bedwateren en atone constipatie.

Bilzekruid kan veilig uitwendig worden gebruikt als men zich aan de therapeutische dosis houdt. Vroeger werd zelf geëxperimenteerd met de bladeren en dat kon gevaarlijke situaties opleveren.

In de fytotherapie wordt het aangewend bij reumatische pijnen en jicht.

Het wordt gebruikt als middel tegen spasmen in de urineblaas of als middel tegen prikkelbare darm syndroom (PDS)

 

Symboliek

De Grieken wijdden hem aan de zonnegod Apollo (in feite Christus).

Sage

Na de zondeval zei God tegen de slang: "Op je buik zul je kruipen en stof zul je vreten, je leven lang. "Van woede spuwde de slanghaar gif op de aarde en hieruit ontsprongen drie kruiden: bilzekruid, doornappel en stinkende gouwe.

 

Mythe

Er is een mythe over deze plant. Ze zou als volgt zijn ontstaan: Na de zondeval sprak God tot de slang: Gij zult op uw buik kruipen en aarde eten, uw leven lang. De slang spuwde woedend haar gif op aarde en waar het gif terecht kwam verscheen het bilzekruid, met grote bloemen, die als een slangenhuid zijn bezoedeld met donkerrode strepen. De droefgeestige bloemen lijken op zwart geaderde open muilen. De plant heeft een somber kleed van dicht bijeen staande en stinkende bladeren. Bilzekruid verschijnt op eenzame en verwaarloosde plaatsen, het meest op vochtige, zandige gronden. Het is een slang onder de planten of heeft er associatie mee. De doden in de Hades (hel) zijn er mee gekroond als ze daar hopeloos verblijven naast de Styx, de rivier die de onderaardse en de stervelingen verbindt met het bilzekruid, de doornappel en de stinkende gouwe.

Als heksenkruid, een hallucinerend met visionen en illusies gevuld kruid, was het bilzekruid bekend als Herba apollinaris en Pythionion. Dat naar de Pythia, de priesteres van Apollo die op de drievoet zat en orakelde in Delphi en die door een geest verwekkende stof die orakeltaal liet horen.

 

Volksgeloof

De oude volksnamen dolkruid en mallewillempjeskruid wijzen ook op de giftigheid van de plant. Volgens een oude overlevering is het Bilzekruid een onderdeel van de beroemde heksenvliegzalf. Heksenzalf maakte dat heksen konden vliegen of ieder geval dat idee kregen. Door hedendaagse heksen wordt de plant niet meer gebruikt voor medische of magische toepassingen, omdat een verkeerde dosering dodelijk kan zijn. Tovenaars plukten bilzekruid op de 23e en 29e dag van de maancyclus en bewaarden het onder gerst of tarwe. Vervolgens doopte men de plant in een bron en begon ermee het droge land te besprenkelen. Dat was een handeling die regenval zou moeten veroorzaken. Verder zou degene die bilzekruid bij zich droeg altijd vrolijk zijn en bemind worden door het tegenovergestelde geslacht.

In Frankrijk is dit kruid naar zijn kracht herbe aux tignes genoemd, want de boeren van Anjou en daar omtrent plegen het als het met rijp zaad geladen is uit te trekken en te drogen te hangen en ‘s winters als iemand de handen gezwollen zijn van kou en zeer jeuken werpen ze de zaadhuisjes op het vuur en laten die rook aan de handen komen en daardoor vergaat alle jeuk en gezwel.

 

Volksverhaal

Men zegt dat er een bisschop was die zo’n grote pijn had vanwege de wellust aan de leden dat hij menige goede dokter om raad daartegen verzocht en hem niets helpen kon, dat hij dit kruid liet stampen en zijn manlijke leden met het sap koud maakte zodat hij daarna van bekoringen, groot of klein, geen last meer had’. Dat is wel drastisch, je wordt een soort eunuch, een ‘het’ ofwel onzijdig. Dat was vroeger veel bij de Arabieren in gebruik waar sommige rijke lieden veel vrouwen bezaten, de mannen die er dan bij waren mochten die vrouwen dan niet bevruchten en kregen zo’n of een andere behandeling.

Tegen kiespijn werden de zaden in een bak met gloeiende kolen geworpen, hierboven moest men met geopende mond gaan staan, zodat men ´de wormkes uit de kiezen kon jagen´.
Er zijn schrijvers die vermelden: ’De kwakzalvers bedriegen het volk met het zaad bij diegene die tandpijn hebben, want ze nemen een trechter die van binnen nat is gemaakt en houden die met de pijp aan de rand waaronder ze een bak met vuur zetten en strooien dan van dit zaad op het vuur, dan barsten alle zaden open en springen aan de natte trechter waaraan ze vast kleven en laten dan een soort wormen zien, wat ze het volk wijs maken dat het wormen uit de tanden zijn, en aldus worden velen door een enkele inbeelding genezen.´ Zoiets kan komen omdat het volk iets over de krachten van bilzekruid weet en dat het helpt bij tandpijn, de verdovende werking. Vervolgens komen kwakzalvers die er aan willen verdienen en een middel vinden om het volk te laten geloven dat het werkt.

Tot de brandstapel veroordeelden kregen in Zwitserland een aftreksel van Bilzen zaad te drinken en gingen zo lachend en zingend naar de brandstapel.

 

Folklore

Bilzekruid bezit duistere krachten. Bilzekruid werd als een verdoemde plant beschouwd die toch onontbeerlijk was voor magische riten. Door heksen werd het als een tovermiddel gebruikt. Oude vrouwen, zegt de oude kruidkundige Lonicer, gebruiken dit kruid bij toverijen, ze zeggen dat wie de wortel bij zich draagt niet verwond wordt. Niet alleen mensen, zelfs voor levenloze tegenstanders kan het kruid gevaarlijk worden. Als men het met Colchicum en rode arsenicum mengt en dit mengsel in een zilveren beker doet, breekt de beker vanzelf stuk. Als een haar besprenkeld wordt met het sap zullen al de andere haren verdwijnen alsof ze gedreven worden door een onzichtbare kracht. Bilzensap is zo krachtig dat zelfs een zilveren tas, waarin men het bewaart, aan stukken springt. Dan nog een tovertoertje van wildstropers. ´Als ze bilzensap vermengen met het bloed van een jonge haas en het mengsel in zijn huid doen en het op zekere plaats leggen, zullen alle hazen van de streek daar vergaderen´.

Men kent de echte toverkruiden aan ´t volgende kenmerk. Nauwelijks geplukt beginnen ze, onder de heldere hemel, te koken en te verdampen.
Als men bilzekruid kookt en dat afkooksel aan iemand ingeeft dan zal die alles doen wat men zich bij het koken gedacht heeft, dat gelooft men in Litouwen.
De verschijnselen van vergiftigingen zijn: moeilijk slikken en spreken, duizeligheid en een reeks zintuigstoornissen die voor de beoordeling van de heksengetuigenissen van het grootste belang waren. De vergiftigde krijgt visioenen en hallucinaties, neemt kleine dieren en kleuren waar en ziet de voorwerpen dubbel. De zieke verliest het vermogen zich juist uit te drukken en geeft de dingen verkeerde namen. De patiënt begint automatische bewegingen te maken alsof hij wil vliegen, danslust en lachkrampen overvallen hem. Soms verschijnen er ook heftige geslachtelijke begeertes, voor de bevrediging waarvan de vaktaal van de heksenrechters de uitdrukking incubus en succubus heeft uitgevonden. Tenslotte volgt een op de dood gelijkende slaap, waarna de verschijnselen langzaam verdwijnen.

 

Regen

Ons heidens voorgeslacht gebruikte bilzekruid. Om het tijdens een aanhoudende zomerdroogte te laten regenen nam men een bilzekruidstengel en doopte die in een bron en besproeide daarmee het door de zon gloeiende zand.

Uit de 9de eeuw stamt het gebruik, dat duidelijk van heidense oorsprong is, om regen te toveren. In een tijd van aanhoudende droogte scholen de meisjes samen en er kleedt zich 1 naakt uit en de anderen zoeken bilzekruid. Dat moest het ontklede meisje met de kleine vinger van de rechterhand erop wrijven en dan werd het aan de kleine teen van de rechtervoet gebonden. Hierna voeren enige meisjes de ontklede naar een dicht bij gelegen water en besprengen haar met water. Op die manier zou de regen gevraagd worden.

 

Bijzonder waarnemingen

In het observeren van de natuur heeft men een eeuw geleden een bijzondere waarneming gedaan. Als een merel een kruisspin heeft gegeten, kan hij zich van een dood door verkramping en pijn redden door tijdig Bilzekruid te eten. Een bijzonder fenomeen, en eigenlijk een oerbeeld van genezing.

De bever, het mannelijke zwijn, heeft veel last van het bilzekruid. Als hij daarvan gegeten heeft wordt hij verlamd in zijn leden en kan nauwelijks meer lopen. Hij weet een goede arts en kruipt naar een distel waar hij de wortel van opvreet. De verlamming houdt op en hij gaat zijn gewone weg,

Waarschuwing

Het gebruik van bilzekruid dient in overleg met een arts of fytotherapeut te gebeuren omdat de werkzame hoeveelheid dicht in de buurt ligt van de toxische waarde.

Bilzekruid mag nooit worden ingenomen als men ook medicijnen op basis van digitalis of vingerhoedskruid inneemt omdat er gevaar ontstaat voor nier blokkade.

De vergiftigingsverschijnselen zijn een opgezwollen buik en hevige krampen. Hierop volgt eerst verlamming en ten slotte de dood. . Er mee experimenteren moet ten aller tijde worden afgeraden want de zalf wordt niet voor niets genoemd 'The devils own recipe'.
De effecten van inname van het bilzekruid zijn waanvoorstellingen, verwijde pupillen, rusteloosheid en een rode vlekkerige huid. Gemeld worden bovendien ook hartritmestoornissen, stuiptrekkingen, hevige krampen, gezwollen buik, overgeven, verhoogde bloeddruk, oververhitting, ataxie (een aandoening waarbij iemand de controle over al zijn spieren verliest) en coma. De dood als eindstation van deze vergiftiging is zeer zeker niet uit te sluiten.



Op facebook hebben we een pagina waarop wij oude foto's van Ooij, Old-Sènder en Holthuuze plaatsen. Je kunt reageren op de foto's en je kunt aangeven dat je iets leuk vindt. Hieronder een overzicht wat er zoal op facebook geplaatst is. (scroll er maar doorheen)

Heb je mooie foto's en wil je die met ons delen, stuur ze dan per mail naar andre@oud-zevenaar.nl



Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: