Blaasjeskruid

BLAASJESKRUID

UTRICULARIA VULGARIS

 

Blaasjeskruid



Naamgeving

Utricularis is afgeleid van Utriclus (Latijn) wat baarmoeder betekent. Dit slaat op de vorm van de blaasjes die de bloeiende plant laat zien. Blaasjeskruid dankt zijn naam aan de blaasjes aan de bladen onder water. Utricularia, het Latijnse utriculus betekent een klein leren blaasje of waterflesje, dit naar de smalle blaasjes van de plant. Vulgaris betekent gewoon.

 

Plantkenmerken

Blaasjeskruid is een geslacht van vleesetende planten met een 215-tal soorten. Er bestaan zowel soorten die in het water groeien als soorten die op het land groeien. In België en Nederland groeien nog een paar soorten blaasjeskruid, maar ze zijn tegenwoordig zeer zeldzaam, vooral door hun habitat dat verdwijnt, namelijk de moerassen.

Onderzoek heeft aangetoond, dat de term "vleesetend" in dit geval de lading niet geheel dekt. Stuifmeelkorrels en algen worden ook vaak gevangen. In de 2000 blaasjes die ze op gevangen prooi onderzochten, troffen ze in ruim de helft slechts algen en pollen aan. Mossen, schimmels en mineralen zijn waarschijnlijk nutteloze bijvangst. Algen echter niet; ze voorzien de plant van fosfor en andere spoorelementen. Groot blaasjeskruid bloeit vanaf Juni tot en met September. Zonnige tot half beschaduwde plaatsen in rustig, ondiep, matig voedselrijk, weinig of niet verontreinigd, stilstaand of langzaam stromend, neutraal tot basisch, zoet, zelden zwak brak water met een organische bodem (laagveen, rivierklei met een venige modderlaag en soms op venig zand. In het algemeen vormt hij dichte massa's, waarvan een enkele ondergedoken stengel een lengte kan bereiken van zo'n 2,5 meter. Sommige stengels kunnen net onder de oppervlakte drijven, terwijl andere, vooral die met bloeistengels, tot ongeveer 50 cm diepte kunnen gaan.
De heldergroene bladeren staan zijdelings uit en zijn ongeveer 2,5 cm lang. Verder zijn deze bladeren sterk gedeeld, in zeer smalle segmenten. De bladeren zijn her en der met blaasjes bezet, die in een jong stadium doorschijnend en groenig tot bijna kleurloos zijn. Later als de blaasjes ouder worden zijn ze vaak bruinachtig of zwart. De vangblaasjes van Blaasjeskruid zijn één van de wonderen der natuur.
Daar waar de bloeistengel begint, vertakt de stengel zich drie tot vier keer om de bloeistengel een stevige basis te geven en te voorkomen dat hij omvalt. De bloemsteel is ongeveer 20 cm. hoog, draagt 3 tot 8 bloemen die zuiver geel zijn, met een paar oranjerode streepjes op het gehemelte. Onder het gehemelte wordt verstaan de bovenste helft van de onderste bloemlip. De bovenlip is kort, aan de randen licht teruggebogen en hoewel hij er maar net overheen steekt, vormt hij een deksel boven het brede gehemelte. De onderlip is tweemaal zo groot. Hij overwintert door middel van winterrustknoppen die aan de groeitoppen van de stengels worden gevormd. In de herfst vergaan de stengels en de winterrustknoppen zinken naar de bodem. In het voorjaar stijgen deze knoppen naar de oppervlakte en vormen daar nieuwe planten. Zijn de planten gezond dan zijn ze lichtgroen gekleurd. Bovendien betekent het voorkomen van deze plant dat het water niet of weinig vervuild is.

Blaasjeskruid zweeft vrij in het water en je kunt de blaasjes vanaf de oever vrij gemakkelijk waarnemen.

Bij microscopisch onderzoek heeft men wel eens 50 000 waterdiertjes in de blaasjes van 1 plant aangetroffen. Ook heeft men eens waargenomen dat in anderhalf uur tijd 12 watervlooien werden gevangen. Zelfs kleine visjes werden gevangen, hoewel die te groot zijn voor de blaasjes, ze deden dat met twee blaasjes tegelijk, de een de kop en de ander de staart.

De reden voor de speciale voedingswijze van Blaasjeskruid is dat de planten geen wortels vormen en daarom een andere methode hebben ontwikkeld om aan hun belangrijke mineralen te komen.

 

Vang mechanisme

Aan de buitenkant van de valdeur zitten enkele klieren met uitsteeksels die een zoete lokstof afscheiden. De plant is daarom mede in staat om waterinsecten te vangen met zogenaamde vangblaasjes op de stengels. Uit deze blaasjes wordt eerst al het water naar buiten gepompt, zodat er een soort vacuüm ontstaat. Als er vervolgens een insect voorbij zwemt dat een haartje op een van de blaasjes aanraakt, springt deze open en wordt het diertje naar binnen gezogen. Dit gebeurt in 0,001 sec. Zeer snel dus en ruim honderd keer sneller dan de bijv. overbekende Venus vliegenval.

De tastharen werken als een hefboom en de lichtste aanraking door een waterdier is voldoende om de druk op te heffen. Hierdoor opent de deur zich onmiddellijk waardoor het vacuüm, dat in de blaas aanwezig is, wordt opgeheven. De prooi wordt door het naar binnen stromen van het water meegesleurd en zit na het sluiten van de deur gevangen. De blaasjes hebben een deurtje dat in minder dan een duizendste seconde opengaat en bijna even snel weer dicht klapt. Het blaasje vult zich in gemiddeld een halve milliseconde met water, en dat is veel sneller dan vooraf werd geschat. Water wordt met een versnelling van 6000 meter per seconde per seconde het blaasje in gelanceerd. De waterplanten zijn daarmee met afstand de snelst reagerende vleesetende planten op aarde. Ze bereiken deze snelheid doordat de blaasjes elastisch maar stevig zijn, en in de uren voor de vangst worden leeggepompt door moleculaire pompen in de wand. Het blaasje staat daardoor onder enorme spanning, die bij opening van het deurtje plotseling wordt opgeheven.

De blaas is nu niet meer hol maar bolvormig geworden. Nu wordt er in de blaas een heel ingewikkeld procedé opgestart waarover de wetenschappers het nog niet geheel eens zijn.
Binnen een half tot twee uur wordt het grootste gedeelte van het water verwijderd met vermoedelijk de vierarmige klieren die het water door de wanden heen voeren, waarschijnlijk met behulp van de bolvormige klieren die aan de buitenkant zitten. Hierdoor wordt het vacuüm weer hersteld en is de val weer gereed voor de volgende prooi.
Het gevangen organisme kan, doordat de blaas doorzichtig is, nog enige tijd in leven blijven, maar uiteindelijk sterft hij en wordt hij verteerd. Verteringsenzymen en zuur worden ook door de vierarmige klieren afgescheiden en deze helpen mee om het diertje te verteren. Dat ook bacteriën een rol spelen bij dit proces is niet onwaarschijnlijk.
Zoals u ziet een heel ingewikkeld proces dat door de wetenschap nog niet is opgelost. Voor een dergelijk plantje als het blaasjeskruid een hele prestatie om zo'n ingewikkeld proces feilloos te doorstaan.

Vanwege die snelheid was nooit echt vastgesteld hoe ze precies werken. Onderzoekers in Grenoble (Frankrijk) en Freiburg (Duitsland) weten het nu wel. Ze gebruikten een hogesnelheidscamera om actiefilms van de blaasjes te maken en daar vervolgens berekeningen op uit te voeren. Met een vertraging van 10 maal is nog steeds niet te volgen wat er gebeurt, en zelfs bij 240 maal is het in een oogwenk gedaan met de watervlo

 

Bloem

Tweeslachtig. De bloemen groeien met drie tot vijftien bij elkaar in trossen. Ze zijn heldergeel met een oranje gestreept gehemelte en worden 1,2-2 cm. De bovenlip is hoogstens even lang als het gehemelte, de onderlip is omlaag gebogen en de spoor is buisvormig en aan de top kegelvormig en spits.

 

Steel

Een horizontale hoofdas, soms met bleke tweezijdige, geschubde en niet bebladerde zijstengeltjes, die naar het wateroppervlak groeien. De bloeistengels zijn meestal 20-30 cm lang. Stengels met veel blaasjes van ongeveer 3 mm.

 

Blad

De eironde bladen zijn 2-8 cm lang en veerdelig. De bladslippen hebben een spitse top en zijn voorzien van meestal stomphoekige, opzij gerichte tandjes met stekelharen.

 

Vrucht

Een doosvrucht met een bolle vorm. De vruchtstelen staan meestal naar beneden gebogen. Ze zijn hoogstens drie keer zo lang als de schutbladen. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Wortel

De wortels zweven vrij in het water, maar soms drijven ze.

 

Gebruik

Euglena, een soort van eencellig micro-organisme leeft binnen de blaasjes en pikt zo zijn graantje mee van het werk van Blaasjeskruid. Salamanders, met name de grote kamsalamander,  gebruiken de bladeren van Blaasjeskruid om eitjes in af te zetten en daarom vinden we vaak salamanderlarven in  en tussen blaasjeskruid.

 

 

Op facebook hebben we een pagina waarop wij oude foto's van Ooij, Old-Sènder en Holthuuze plaatsen. Je kunt reageren op de foto's en je kunt aangeven dat je iets leuk vindt. Hieronder een overzicht wat er zoal op facebook geplaatst is. (scroll er maar doorheen)

Heb je mooie foto's en wil je die met ons delen, stuur ze dan per mail naar andre@oud-zevenaar.nl



Copyright © 2013  -  Oud-Zevenaar  -  Wepdiezainer  -


Niets van deze site mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden gebruikt.



"Like" Oud-Zevenaar op

Facebook en/of volg ons op Twitter: